‘Een volk dat voor tirannen zwicht, zal meer dan lijf en goed verliezen,
dan dooft het licht.’
Lieve Allemaal,
H.M. van Randwijk wist heel goed hoe hoog de prijs kan zijn voor het vasthouden aan menselijke waarden. Toch, of misschien wel juist daarom, schreef hij bovenstaande regels. Op het monument aan het Weteringsplantsoen in Amsterdam staan de woorden in steen gebeiteld; aan mensen die de wereld op kousenvoeten en met een strooppot in de hand tegemoet treden niet besteed. Toegeven aan de chantage van een tiran getuigt van onbegrip hoe monsters te werk gaan, het is het opgeven van waarden en zelfrespect en leidt tot nieuwe eisen.
Waar maak ik me druk over? Ons leven hier past goed in de nieuwe slogan van Cordaid; “Geniet van Genoeg”. We leven onthaast, langzaam kan je zeggen, en dat laat alle ruimte om te genieten van kleine dingen. De dingen waar geluk en blijheid in wonen, zeg maar. We hebben weinig nodig en hoewel zelfs het mooie weer deze maanden uitblijft, gaat het ons goed, heel goed. Toch staat dat genieten vaak onder druk. Want ik maak me wél druk over het nieuws. Boosheid en zorg vertalen naar het doen van wat ik wel kan en de hoop levend houden; lastig soms, maar nodig.
Ik las een indringende tekst die me bijbleef: “Op de puinhopen van de eerste wereldoorlog komt een klein meisje aanlopen, hand in hand met haar grote zussen Geloof en Liefde. Eerst lijkt het erop dat de zussen het meisje voorthelpen, maar bij nadere beschouwing wijst het meisje, haar naam was Hoop, de zussen de weg.”*
Hier in Bali was januari een maand vol regen en storm. Geen stormen waar Nederland van zou schrikken, maar voor Balinese begrippen heftig. Het gevolg was overstromingen en landverschuivingen en enorme schade. En nogal wat bomen – ze zijn hier door de normaal milde omstandigheden niet diepgeworteld – gingen om. Februari was niet anders, het hoogtepunt van de regentijd werd voor eind vorige week voorspeld. Maar dan, weersvoorspellingen …
Overigens hebben wij van de overstromingen geen last, Penestanan ligt hoog en het water stroomt hier snel weg. Veilig dus, op een gifslang die Doni van de week in de tuin ontdekte. Eigenlijk was het Dopie die aansloeg en Doni attent maakte; de slang was een ular Welang, de giftigste slang hier in Indonesië.

Wat te doen? Toen Doni een flinke stok van achter had gehaald om het beest op z’n minst weg te jagen, was er geen slang meer te bekennen. Jaren geleden had ik een soortgelijke ervaring met een dikke Python die in de douche lag; toen ik wat later voorzichtig om de hoek loerde, was het beest weg. Maar Doni vertrouwt het niet en inspecteert de tuin een paar keer per dag. Tot nu toe zonder resultaat.
Intussen werk ik gestaag – lees dat als elke dag een klein beetje – voor een grote manifestatie in Tubbergen waar ik in oktober van dit jaar eregast ben. Ook in verband met die tentoonstelling vertrek ik negen maart voor een dag of tien naar Nederland, tegelijk hoop ik dan een aantal vrienden weer te zien. De organisatie van het festijn in Tubbergen, het heet Glasrijk, was nogal weg van een foto uit Ubuntu waarop een Xhosa-vrouw een kom vasthoudt en plaatste die op de website. Die kom en ook de foto zijn 20 jaar oud, dus ik heb voor een vervanger gezorgd: ‘onze’ Wayan met een nieuwe kom hier bij ons in de tuin.

9 maart dus naar Nederland; wat werken, vrienden ontmoeten en een paar tentoonstellingen bekijken. Ik mag die tijd wonen in het huisje van een vriend, een toren in de stadswal van Leerdam, een compleet huis helemaal voor mij alleen. Geluk hebben heet het. 20 maart ga ik weer naar huis want die dag gaat Doni naar Lampung om Idul Fitri (suikerfeest) te vieren.
Veel liefs, Frank
* Die tekst werd toegeschreven aan Charles Péguy, een Franse schrijver. De informatie over hem die ik vond op Wikipedia maakt dat uiterst twijfelachtig. Péguy was een antimilitarist die later een nationalistische oorlogsenthousiasteling werd – hij drong bij het ministerie aan om een oorlog te beginnen – en sneuvelde in september 1914 bij de eerste slag bij de Marne.

