Klein?

Lieve Allemaal,

Lang niet geschreven, het ging niet zo lekker allemaal. Nu is januari ruim voorbij en dat is wel zo goed. Boze nachten, zwarte dromen die ochtendlicht trotseren en zich de morgen toe-eigenen, de dag het duister in jagen en angst zaaien voor weer een nacht. Terug, vijftien jaar en langer, naar een tijd die geen verleden tijd wil worden. Nooit gewenning, wel verbazing over zo lang geleden en nog steeds … Het kan wel wat minder al mag het niet weg.

Doni was voor twee weken in Lampung, naar islamitisch gebruik is er honderd dagen na het overlijden een ceremonie en daar moest hij natuurlijk bij zijn. Ik word vroeg wakker. 5.45 uur, iemand heeft besloten dat het moment om een aantal bomen te lijf te gaan met een flinke kettingzaag is aangebroken. Die is wel een paar uur bezig. 6.00 Niet meer kunnen slapen. De buurman verderop blijkbaar ook niet, hij zet zijn gebruikelijke muziek op. Geen idee wat voor muziek, hier horen (en voelen) we alleen de bassen. 6.15 Dan maar opstaan en koffie maken. De zon schijnt al flink, het is 28 graden en de luchtvochtigheid is extreem, de gevoelstemperatuur loopt overdag op tot 38. Het is februari en de regentijd die normaal eind oktober begint komt nu, misschien, eindelijk op gang. Twee of drie keer leek het erop dat er iets ging gebeuren – een buitje van een uur of twee – en dat was het dan weer. Nu drie of vier keer echte regen met overlopend zwembad, ondergelopen tuin en alles wat erbij hoort. De laatste dagen weer niets. Veel Balinezen weten overigens wel hoe dat gebrek aan regen komt. Er zijn hier bars en clubs in de buurt die ’s avonds met een laserstraal hun locatie aangeven. En die lazerstalen, dat begrijp je, maken de regenwolken kapot.

Morgen begint Galungan, de geesten van de voorouders komen op hun halfjaarlijkse bezoek en de penjors, grote versierde staken, staan al voor ieder huis. Ook in Bali waait een wind van vasthouden aan tradities. Priesters en sociale controle waren ooit genoeg de boel in toom te houden, met het massatoerisme werkt dat niet meer zo feilloos. Reden voor de politiek zich er mee te gaan bemoeien. Er zijn intussen regels die leraren, scholieren en medewerkers van b.v. winkels verplichten elke donderdag in traditionele kledij te verschijnen. Voor scholen is één dag in de week onderwijs in het Balinees en een dag in het Engels verplicht. Er staat een nieuwe regel op stapel die taxichauffeurs verplicht een Balinees adres te hebben, vloeiend Indonesisch, Balinees en Engels te spreken en traditioneel gekleed te gaan. En zo komt er nog wel meer.

De praktijk zal weerbarstig blijken. Dat vloeiend Engels spreken moet een grapje zijn, er blijven dan nauwelijks chauffeurs over. Onderwijs in Balinees is problematisch omdat er voor verschillende vakken geen Balinese woorden zijn, grote supermarkten gaan mee in de voorschriften voor kleding maar ze zijn (vooralsnog) onmogelijk af te dwingen dus veel winkels houden zich bij de spijker- of zelfs korte rok en broek. Toch, ook hier, de wens de wereld te laten zoals die is en tegelijk tradities tot een tweesnijdend zwaard te maken.

Op Bali wonen niet alleen Hindoes met Balinese wortels. Ze waren er altijd al maar de welvaart hier heeft de afgelopen decennia meer mensen van andere eilanden aangetrokken. Die spreken over het algemeen geen Balinees en voor hun kinderen is school in die taal niet te doen. Pakaian adat Bali (traditionele kledij) is niet precies wat een moslim als passend wil dragen. Die taxi-regel is niet alleen bedoeld het chauffeurs van Uber en Grab moeilijk te maken, het is een pogen elke niet Balinees uit de taxi business te houden. Dat nogal wat regels in strijd zijn met landelijke wetten is blijkbaar geen probleem. Omvolking, boreaal en homeopatische verdunning ga je hier niet horen. Van de moord op de moorkop (zo noemde een NL ‘politicus’ dat) weet niemand, zwarte Piet kwam hier toch al niet. Maar de sentimenten zijn niet anders: Bali voor de Balinezen en Bali eerst.

De dagen weer druk aan het werk voor het nieuwe E-boek, de wat haperende productie van januari moet goedgemaakt. Tussendoor nog even naar Singapore geweest om glas te kopen: donderdags heen, vrijdag terug. Het viel niet mee, de keus was beperkt, de prijzen waren (veel te) hoog. Plus de kosten van ticket e.d.: tel uit je verlies. Als ik deze zomer in de VS les ga geven wil ik daar een hele kist bestellen. Vooraf wel zien dat ik hier de importvergunning in orde krijg. Waarom is me niet duidelijk want het wordt hier niet geproduceerd maar het is gedoe in dit land iets binnen te brengen.

‘s Avonds uit eten vlakbij, geen zin om te koken. Het restaurant is gevestigd in gruwelijk ontoepasselijke architectuur maar, vanaf het verder lege terras op de eerste verdieping heb je een mooi uitzicht over de in-groene vallei en zie je de betonkolos niet. Net als Vonhoff bovenop de Neudeflat de mooiste plek van Utrecht vond. Aan de verre overkant loopt een wandelroute. Van waar ik zit zie ik mensen lopen als bewegende stipjes in de verte, klein en schijnbaar doelloos gelijk de mieren die bij ons op het terras hun onbegrijpelijke routes volgen. Tropisch snel valt de duisternis, al wat zichtbaar blijft zijn wat lichtjes van huizen ver weg en sterren, ontelbare sterren. Meer dan 200 miljard sterren in ons Melkwegstelstel dat, met haar 120 miljard lichtjaar doorsnee, maar één stelsel is tussen honderd miljard of meer andere. Op welke gronden noemen we mieren eigenlijk klein? Alles uit sterrenstof, een onbeschrijfbaar klein beetje stof van sterren waar het ons mensen betreft.

En toch zegt Rumi*, “Je bent geen druppel in de oceaan, je bent de hele oceaan in een druppel”.   

Lieve groet, Frank  

*Jalal ad-Din Rumi. Perzisch filosoof, dichter en soefi-mysticus. Leefde van 1207 tot 1273.

Van een huis in verval naar een huis in rouw.

Lieve Allemaal,

De planning liet wel wat te wensen over. Zonder pause Johannesburg – Parijs – Amsterdam – Parijs – Singapore. Vliegschaamte: een beetje maar het is niet te befietsen. Vliegziekte: zeer. Donderdag het laatste stukje van Singapore naar Bali en toen, eindelijk en moe, weer thuis. Voor mezelf en vooral voor Doni hoogste tijd. Hoezeer het verlies van een kind raakt is denk ik alleen te begrijpen door wie het meemaakte, dat het diep inslaat begrijpt een ieder. Praten als het kan en past, samen stil zijn (mijn vingers fout op het toetsenbord typten eerst samen stuk zijn en dat klopt ook), proberen te berusten en vooral niet te begrijpen wat niet begrepen kan worden. Tijd, tijd, tijd …

In Europa veel gedaan, in meerdere landen workshops gegeven en tussendoor een klein beetje tijd gevonden om dierbaren te zien. Altid te weinig tijd, te kort. Een volgende reis (voorlopig echt niet!) moet anders. De elf dagen op het eind van de reis in Afrika waren geen succes, geen genoegen. De geplande workshop ging niet door en terug zijn in het oude ‘huis’, naar ik nu denk misschien wel voor de laatste keer, deed wat zeer. Ik zie het land in kleine maar consequente stapjes achteruit gaan. De politiek volg ik nog steeds en wat ik lees stelt niet gerust, tussen de mensen zijn geeft geen zonniger beeld. In de vallei waar ik verbleef wonen, zoals praktisch overal in het land, twee gemeenschappen. De witte mensen frequenteren o.a. het restaurant van mijn vrienden daar. Veelal stevig aan de alcohol praten en roddelen ze zoals dat in kleine dorpen gaat en, understatement, niet alles is politiek correct; het is niet alleen tussen de zinnen dat haat en vooroordeel hun gezicht laten zien.

De zwarten hebben meestal eenvoudige baantjes als tuinman, security of poetspersoon en tot echt contact komen bleef tot mijn frustratie niet makkelijk. Zuid-Afrika, twee werelden die elkaar vaak niet (willen) kennen. Wie denkt dat apartheid iets van het verleden is heeft nauwelijks gelijk. De economische apartheid, ook in onze landen ‘on the rise’, is schrijnend duidelijk zichtbaar en ja, de scheidingslijn is veelal toch de huidskleur.

Twee maanden geleden brak een opstand uit. In 1994 beloofde de regering huizen voor iedereen. Het is er niet van gekomen en opeens was de maat vol. Honderden mensen gingen de straat op, verbrandden autobanden, blokkeerden bruggen en wegen en eisten op willekeurig adressen eten en drinken. Het werd ze met angstig hart gegeven, je weet immers nooit met ‘die mensen’. Het ging weer voorbij, de rust is voor nu even terug, het thema is nog dagelijkse voer voor gesprekken. Hoe onrespectvol ze waren, hoe ze gerend en geschreeuwd hebben als beesten en hoe onredelijk het allemaal is want grond en huis moet je verdienen. Een commitee vergadert twee keer in de week hoe het nu verder moet. Een groep zwarte mensen en één witte ‘afgezant’; vooralsnog komen ze er niet uit. Waar voor de ene partij een mogelijk een oplossing zou kunnen beginnen is door de andere kant al veel eerder een grens getrokken. Welvarende zwarte mensen zijn allang geen uitzondering meer en arme blanken zijn er ook en toch: ik zie een verhaal van too little, too late.

In Bali is gisteren het regenseizoen nu echt begonnen, urenlang forse regen en vandaag weer flinke lokale buien. Het was hoog tijd, het land heeft water nodig.  Wij pakken het gewone leven weer op zo goed als het gaat. Werken aan een nieuw E-book en eindelijk die verhalenbundel afmaken. Straks gaan we van de kerst mooie dagen maken.

Wij wensen jullie allen goede en zinvolle dagen toe; dagen van vrede en licht in het hart en de moed en kracht dat mee te dragen in het nieuwe jaar. Het zal ook in 2020 zeker zeer nodig zijn.

Lieve groet, Frank en Doni.    

uit Singapore

Lieve Allemaal

Bali is nog steeds erg heet, het regenseizoen wil maar niet beginnen en de droogte is intussen een probleem. Op veel plaatsen is het water op of bijna op, bij ons in de buurt zijn diverse sawah’s niet geoogst; de opbrengst was zo gering dat het niet loonde. En dat terwijl er steeds minder sawah’s zijn in onze buurt, waar maar even mogelijk wordt gebouwd. Het rijstveld voor ons huis wordt nu ook vol geplempt met twee grote houten huizen en een zwembad. Het past nauwelijks, de idioot hoge muur om het geheel staat zo’n 60 cm van de huizen verwijderd. Dat de toekomstige huurders gaan geen uitzicht gaan hebben is geen troost voor het feit dat ons uitzicht ook weg is. Het is tegelijk wel dubbel als ik me erger aan alle bouwactiviteiten en toerist gerelateerde zaken die, in ieder geval grote delen van Bali, in hoog tempo richting Torremolinos en Benidorm duwen. Ten dele ben ook ik schuldig aan het probleem.

Stress en gedoe voor vertrek, er moest nog een hoop klaar en geregeld en het liep, geen heel nieuwe ervaring, niet geheel op rolletjes. Een last-minute bezoek aan de kapper zorgde ervoor dat ik enigszins chagrijnig het vliegtuig instapte. Heel klein beetje eraf, niet te kort, niet te kort… De bril moet tijdens het knippen af dus ik zag het niet zo scherp gebeuren, de kapper had een bril op moeten zetten. De volgende fase van kort zoals ik dat nu heb heet ook wel kaal. En dat kost dan nog bijna een hele euro. Lefkapper, rotkapper.  

Op weg naar Nederland in Singapore, door eigen onoplettendheid zit ik hier twee dagen in plaats van één. Hotelkamer op de veertiende verdieping, omringd door wolkenkrabbers, alleen het idee al in zo’n gebouw te moeten wonen… Singapore is toch al niet mijn favoriete plek en het contrast met Indonesië is wel heel groot. De stadstaat waar alles zo heel goed geregeld is en waar ik maar niet blij van wordt. Teveel uitbundige onzin-luxe tegenover uiterst simpel bestaan in achteraf straatjes, teveel de wereld van de dienaren en slaven van koning geld. En van zijn slachtoffers, van hen ook natuurlijk.

Het budget voor ontwikkelingshulp komt voor het komende jaar uit op 0,53 % van het BNP, het laagste percentage sinds 1973. Er was een tijd dat de vaststelling van dat budget voor flinke discussies zorgde en dat dan van alle kanten geprotesteerd werd omdat de beoogde, internationaal afgesproken 0,7 % weer niet werd gehaald. Dit jaar is het weer lager, nog lager dan het lijkt want nogal wat oneigenlijke kosten worden betaald uit ontwikkelingshulp, bijvoorbeeld de opvang van asielzoekers. Nauwelijks gesprek, het nieuws verdween tussen al het andere.

Onplezierige feiten kunnen steeds beter verstopt worden tussen feiten en fantasie. Door de bomen het bos niet meer zien is de uitdrukking. Met het woud van feiten en fictie zoals we dat voorgeschoteld krijgen is de kans groot dat we door het bos de (relevante) bomen niet zien. De VS kwamen met die techniek in 1984 terecht, het VK draait de klok terug, dictators kunnen vrijwel ongestoord weer aan het marcheren en marchanderen. In het Indonesische parlement zijn recent maatregelen genomen om de KPK, de commissie die corruptie bestrijdt, een kopje kleiner te maken. De slagkracht is weg, parlementariërs mogen alleen nog onderzocht worden met toestemming van … jawel, parlementariërs.

Ben ik mijn broeders hoeder?” was wat mijn moeder noemde vragen naar de bekende weg. De impliciete erkenning van schuld in dat antwoord – Kain wist – verbande hem naar Nod, Hebreeuws voor zwervende. Wie zich het antwoord “Ik ben niet mijn broeders hoeder” eigen maakt probeert van dat soort lastige consequenties verschoond te blijven.

Er is nog wel meer waarover ik wilde schrijven, ik stop nu. Zonet kwam bericht binnen dat de jongste zoon van Doni, 6 jaar oud, gisteravond om 10 uur plotseling is overleden en ik heb geen woorden meer.

Lieve groet, Frank 

Voluntourism

Lieve Allemaal,

Blog, klachtenformulier of gewoon bezorgd?

Het is een merkwaardig fenomeen: haast het hele jaar door zijn er, zeker hier in Penestanan, grote groepen jonge mensen die voor drie of vier weken een ‘vrijwilligersreis’ geboekt hebben. Organisaties, geen Indonesische zover ik weet, verzorgen reizen waarin jongeren een paar weken onderdak krijgen in een kamer hier op het dorp, meestal gedeeld met een paar anderen. Voorts zorgt de organisatie voor een plek, in de regel op scholen, waar ze een aantal halve dagen in de week vrijwilligerswerk kunnen doen. Voor dat, het regelen van de benodigde visa en het ophalen op het vliegveld betalen de deelnemers tot een paar honderd euro per week. Voluntourism is het nieuwe woord. Nu voert de overheid hier de regel in dat een visa voor vrijwilligerswerk in ieder geval niet verstrekt wordt als iemand geen Indonesisch spreekt. In zeker opzicht ben ik er blij mee, als die regel gehandhaafd wordt (altijd een vraag hier in Indonesië) zijn we van dat vrijwilligerswerk verlost.

Die jongeren willen iets bijdragen aan een betere wereld en daar heb ik alleen maar waardering voor. Er zijn echter wel wat vraagtekens te zetten bij de uitvoering. Dat zo’n organisatie er een verdienmodel van maakt – kamers huren voor nog geen € 60,– per maand en daar dan een aantal vrijwilligers in onderbrengen – is één ding, dat door hen georganiseerde stages veelal nutteloos tot contraproductief zijn een ander. Er worden scholen gezocht waar dan een jonge vrouw of man een aantal halve dagen in de week ‘les geeft’ of iets anders mag doen. Engelse les, samen zingen, een lokaal schilderen, het maakt eigenlijk niet zoveel uit, als er maar een stage is. Het schijnt wel steeds moeilijker een school te vinden die aan het programma wil meedoen. Dat dat Engels, nog afgezien van de vraag hoe nuttig het is, nooit iets gaat worden als je geen woord Indonesisch spreekt is duidelijk en geloof me, waar het op zingen aankomt zijn Indonesiërs een stuk bekwamer dan de meeste westerlingen. En het belangrijke ‘aandacht voor de kinderen’? Ook daar de vraag of daar behoefte aan is en, als dat zo zou zijn wat ik dit land over het algemeen betwijfel, hoe nuttig een contact van een paar weken werkelijk is. Uit eigen ervaring weet ik dat het vaak vele maanden kost om vertrouwen van kinderen te winnen, zeker voor iemand uit een totaal andere cultuur. Als er dan al iets van een contact ontstaat; na twee weken weer weg.

Het is geen toeval dat op het toeristeneiland Bali vele honderden stichtingen, samen met duizenden vrijwilligers, iets bij willen dragen terwijl op de eilanden waar de nood echt schrijnend is geen hulp te bekennen is. Noem het wat het is: een vakantiereis en daar is niets mis mee. Geniet, ga weg van de gebaande paden, praat met dorpelingen, doe een potje volleybal met die jongens daar op het veld, maak contact waar mogelijk en leer! Vergeet je CV, bedenk maar dat de bevolking hier de volunteer is, volunteer om jou en mij wat te leren.  

Dit is geen betoog tegen vrijwilligerswerk, integendeel. Het belang van dat wat ‘echte’ vrijwilligers doen kan niet overschat worden. Veel en veel dunner gezaaid weliswaar, zijn er overal mensen die waarachtig iets te brengen hebben en dat van harte en belangenloos doen. Artsen, verpleeg(st)ers, therapeuten, ingenieurs, noem maar op. Voor hen, en vooral voor de mensen in Indonesië, hoop ik dan weer dat die nieuwe regel niet toegepast wordt. Zeker in de gezonheidszorg, in de breedste zin van het woord, is in grote delen van het land behoefte aan hulp, aan alle hulp die te krijgen is. Ik heb groot respect en waardering voor hen die aan die oproep gehoor geven; de school schilderen, liedjes zingen en wandelen met de kinderen daarentegen kunnen ze hier uitstekend zelf.     

En verder gaat het goed hoor. De zwembadpomp moest vervangen, de slijpmachine moet gerepareerd, de boormachine is uit de studio gestolen maar wij hebben het goed. We zijn bevoorrecht.

Lieve groet, Frank   

Spagaat

Lieve Allemaal

Een gedicht van Stijn de Paepe gaat als volgt:

Ik heb zoeven

stiekempjes

een traan of wat

geweend

om de tijd

dat ik bij ‘Donald

nog moest denken

aan een eend.

Het roept bij mij een grimlach op – grappig gedicht refereert aan duistere krachten. Morgen is het 74 jaar geleden dat de tweede wereldoorlog tot een einde kwam. Vierenzeventig jaar is lang blijkt. ‘Dit nooit meer’, maar wat dan nooit meer mag gebeuren is voor velen niet zo duidelijk (meer), niet in de laatste plaats in de landen die toen onvoorstelbaar grote offers brachten. Empathie en compassie gaan op de vuilnishoop, lijden van een ander mens wordt weer een alleszins redelijke prijs voor comfort en gewin. Op naar een wereld waar alleen de eigen welvaart telt en alles van waarde verdwenen is, waar mogelijke private rijkdom het gebrek aan welzijn voor nog geen fractie kan compenseren. Het gevaar van alle leugens die op ons afkomen is niet zozeer dat we die leugens voor waarheid aan gaan zien, het gevaar is dat we de waarheid tussen al die leugens niet meer herkennen. Ik maak me grote zorgen.  Ik doe geen Godwin, de Godwins schrijven zichzelf. Bruine ideologiën worden weer salonfähig, in grote mate machteloos kan ik er niet omheen het beest bij de naam te noemen, te blijven benoemen en daar consequenties uit te trekken. 

Facisme is facisme is facisme; wereldwijd steeds brutaler, ook in Nederland. Dat stilzwijgend laten passeren, wegkijken, maakt medeplichtig. Het sluipt, uitspraken waar Janmaat nog voor werd veroordeeld zijn intussen acceptabel als politieke mening. We moeten die ‘denkbeelden’ gaan noemen voor wat ze zijn: facisme. Het is, buiten dat stembiljet eens in de zoveel jaar, wat we kunnen doen. Dat en verbinden, het gesprek blijven aangaan maar nooit buigen. Die laatste zin toont wel een beetje een spagaat.  

Ubud is vol deze maanden, toeristentijd. Wij proberen het dorp zoveel mogelijk te mijden want geen dag meer zonder forse files. Ook Penestanan, het dorp bij Ubud waar we wonen, is niet meer vrij van verkeersopstoppingen. Deze week diner op een terrasje aan de hoofdstraat met als enig uitzicht een lange rij van uiterst langzaam bewegende auto’s en motoren. Hoe lang de kruik …, geen idee. Voorlopig genoeg mensen die het leuk vinden hier. Niet alleen Venetië en Amsterdam worden onder de voet gelopen, ook hier gaat de leefbaarheid achteruit. Massatoerisme maakt dat kapot waardoor het wordt aangetrokken. De Balinezen leven intussen haast allemaal, direct of indirect, van dat toerisme dus die houden zich stil. Werk voor de gewone man en de rijken hebben villa’s gebouwd voor de verhuur of verhuren hun land en vinden het ook prima. Het is een dilemma. Werkgelegenheid maar karige loontjes omdat het grote geld of naar een paar rijken hier of naar het buitenland gaat, vooruitgang maar verlies van eigenheid. Vooral bij de jongere generatie bespeur ik nogal eens ongemak of ronduit haat tegen alles wat hierheen komt en vaak geen verrijking is. Wenkbrauwen gaan noord als er alweer een stel toeristen in het nieuws komt wegens wangedag of nog een feestclub wordt geopend met luide muziek tot diep in de nacht. Ubud is tot nu gespaard van MacDonalds, alle andere ‘verworvenheden’ kruipen binnen. Maar zonder telefoons, laptops en internet, zonder online shops en alles eromheen gaat het ook hier niet meer en daar is geld voor nodig. Spagaat. Hoe haal je het goede eruit zonder ‘besmet’ te raken door destructieve ellende?

Op het schoolplein hierachter wordt elke morgen luid gebeden en daarna nog veel luider het volkslied gespeeld. De TV kent een soort van censuur, de priesters gooien er nog een pleuntje ceremonie bovenop, de gouverneur verplicht traditionele kleding op donderdag en onderwijs in het Balinees … Helpen gaat het allemaal niet, de verlokkingen uit het westen zijn ook hier, ondanks opkomend nationalisme, te groot. Vooralsnog zie ik die ‘ontwikkeling’ niet stoppen, het is allemaal wel handig en er is geld te verdienen .

Zoef de hond kan zeker meedingen naar een prijs voor de liefste hond, voor die voor de slimste maakt hij weinig kans. Aan de voorkant van den tuin staat een lage muur met een soort van gaten erin waar Zoef dan zijn kop doorheen steekt om de wereld te aanschouwen. Of eigenlijk; er stond een muur. Waarschijnlijk door de aardbevingen van een tijdje terug zijn er scheuren ingekomen en afgelopen zondag was een flinke wind voldoende om een groot deel van de muur in het stroompje ervoor te storten. Je kunt nu, met een sprong van zo’n 70 centimeter, de tuin uitspringen, de wijde wereld in. Maar Zoef blijft thuis, dat de situatie is veranderd is hem ontgaan. Kijken naar voorbijgangers of woedend blaffen naar die paar honden waar hij geen vriend mee is, alles vanachter een niet meer bestaande muur.

Lieve groet, Frank  

uit Bali

Uitspraak van de week: Als u bezwaar heeft tegen mijn homoseksualiteit, dan heeft u geen probleem met mij, meneer de vicepresident, uw meningsverschil is met mijn Schepper.’(Pete Buttigieg, democratisch president kandidaat)

Lieve Allemaal,

Doni is al langer thuis en ik ben, na een aantal weken lesgeven, sinds maandag ook weer in Bali. Thuis! Nederland samen was mooi, veel gezien, de toerist uitgehangen, vrienden ontmoet, de tijd ging snel. Het mooist vond Doni de rondvaarten in Amsterdam en Rotterdam maar als stad ziet hij liever Amersfoort. Van de vrienden die ons voor de deur van hun huis begroetten is hij nog steeds onder de indruk. Zelf weer eens toerist in Amsterdam was ik wat teleurgesteld. Vroeger was het Damrak leuk, de Kalverstraat haast exclusief en had je geen kaas- en nutella-winkels, bij van Dobben was de bediening snel vriendelijk. Oude mensen – net 67 geworden, dank voor alle goede wensen – krijgen dat. Op de Königsallee in Düsseldorf waren we ook; een verachtelijke kant van de wereld breed uitgemeten. Etalages uitsluitend bedoeld voor die 0,1 %, ik denk eigenlijk voor het deel daarvan dat hard aan een psychiater toe is. Of een cursus compassie, nog beter. Een jack voor € 33.000,–, een horloge van € 245.000,– (!), computertassen die € 20.000,– moeten kosten; bij Doni overheerste verbijstering, ik wordt er ook boos en wat misselijk van.

Eindconclusie van Doni: “Mooi om het allemaal gezien te hebben, fijn om je familie en vrienden te ontmoeten maar ik houd toch het meest van Indonesië”. Begrijp ik hoewel je hier voor het warme weer even niet hoeft te zijn. Het is ronduit koud, vannacht een extra deken op het bed. In Java vroor het op het Dieng-plateau acht graden en bij de Bromo is sneeuw gesignaleerd. Koudegolf, duurt tot en met augustus wordt verwacht. Na verschillende 37 graden dagen in Europa ook wel weer lekker.

Het lesgeven ging prima zowel in Zwitserland als Engeland maar was zoals altijd redelijk zwaar. Foute planning van de opdrachtgever – eerst Zwitserland, dan naar Engeland en dan weer naar Zwitserland – hielp ook niet mee. Maar niet klagen, we kunnen ook financieel weer even voort.

Nog even over Nederland; wat zijn de mensen overal vriendelijk. In winkels, restaurants, waar je maar komt een hartelijk goedemorgen, fijne dag, enzovoort. Doni merkte het niet echt op, het is hier (buiten toeristisch Bali) standaard maar mij viel het op. Leuk, mooi! Iets van tegenwicht voor de bizarre reacties die via media ook tot je komen. 2 jarige kinderen terughalen uit Syrië? Er schijnen figuren te zijn die bang zijn dat zo’n kleuter (zuigeling?) volgende week met een broodmes op mensen op het Damrak inhakt of, wie weet, zichzelf opblaast in een bus of tram. Niet doen, gewoon laten verrekken. De kapitein die 40 of meer mensenlevens redde krijgt te horen dat ze beter mét die 40 had kunnen verdrinken. Een volksvertegenwoordiger – welk volk in godsnaam idioot? – wilde het strafbaar stellen mensen op te pikken die dreigen te verdrinken op zee. Gaan politici ook wel eens winkelen in bijvoorbeeld Amersfoort. En zien ze dan hoe vriendelijk en goedwillend de meeste mensen zijn?

Op twitter zie ik de meest bizarre reacties langskomen van een aantal handelaren in angst. Niet omdat ik ze volg maar omdat die paar politici die ik redelijk acht en wel volg hen weer volgen. Ik begrijp dat je het in de gaten wilt houden maar volg je nu ook die aardige mevrouw uit de schoenenwinkel? (Doni deed in Nederland een Imelda Marcos, vandaar.)  Terug naar de basis die redelijk is. Ontmaskering van volksmenners en weerwoord blijft nodig, alleen al om te voorkomen dat redelijkheid valt voor gebral. Een breed podium voor arrogant eigenbelang en haat naar de ander, terwijl aandacht voor het goedwillend middenveld veelal ontbreekt, is geen goede zaak.

Hieronder nog een aantal foto’s van ons bezoek aan Nederland. Lieve groet, Frank 

Nog negen dagen

Lieve Allemaal,

Een miljoen soorten planten en dieren zullen de komende decennia verdwijnen. De kans dat we daar tijdig maatregelen tegen treffen lijkt me gering. Experts wijzen, niet verbazingwekkend, de eeuwige nadruk op economische groei als hoofdschuldige aan. Geld de wortel van alle kwaad? Misschien, soms. Het almaar meer willen, op micro- en macroniveau, is dat wel geloof ik. En er is veel meer dan de biodiversiteit die daar slachtoffer van is; een lange lijst die zich samen laat vatten met levensgeluk en vrede.

De verkiezingen hier zijn achter de rug, het tellen van de stemmen is nog niet klaar. Het is nogal een klus, volgens officiële berichten zijn meer dan 300 mensen overleden aan bovenmatige inspanning tijdens de verkiezingen en het tellen van de meer dan 5 x 150 miljoen stemmen – het waren 5 verkiezingen in één. De belangrijkste natuurlijk die voor president. Alle metingen geven aan dat de huidige president gewonnen heeft met zo’n 55% van de stemmen, de Indonesische Trumpversie blijft hangen op 45%. Vormvast roept die vanaf dag één over fraude en corruptie, hij zou minstens 65% hebben. De man zag vorige week ook een miljoen aanhangers in een stadion waarin 60.000 mensen passen. (Voor het Capitool hadden ze tenminste nog kunnen staan al waren ze er niet.) De officiële uitslag komt pas rond 20 mei, we wachten af.

Weer geen lintje dit jaar. Wel vaker denk ik aan het scenario waarin ik dan ga zeggen: “Dank voor het vertrouwen mijnheer of mevrouw de boven mij gestelde maar ik hoef niet. Ik wil niet. Waarom zo dwars? Ga ik uitleggen.

Moet je mensen onderscheiden omdat ze ietsje verder dan het minimale gingen? Van mezelf en van ieder ander verwacht ik dat we beter proberen te doen dan een zes min. Soms lukt dat, soms niet. Als het niet lukt zijn daar oorzaken voor; niet willen soms, vaker niet kunnen. Wel tot het uiterste gegaan maar het lukte niet. Is een vingerhoed vol minder waard dan een emmer half vol? En wie zal meten wat een vingerhoed is en wat een emmer? Van de reuzen op wiens schouders ik mag staan kregen maar weinigen een lintje. Ik ken een paar mensen die het verdienen en ook kregen (Erna!!!), veel meer verdienden het ook en kregen het niet. Ik ga mijn moeder er niet bijhalen – nou ja, toch dus – maar daar, in het veelal niet zien van hen die onze maatschappij waarachtig bouwen en dragen, ligt mijn eerste bezwaar. Het tweede bezwaar hangt samen met het eerste. De sultan van Brunei, die van homo’s stenigen en handen afhakken, heeft de hoogste koninklijke onderscheiding die er bestaat en dat betreft geen vergissing. Ik kan een waslijst maken van mensen die het nu net helemaal niet verdienden en wel kregen. Zie de carnavaleske rijen van lintjes als ze een publiek optreden hebben. Smeergeld tussen hotemetoten zonder veel betekenis. (Ja, dat kun je op twee manieren lezen.)

Als mij al zo’n lintje werd aangeboden was dat niet vanwege ‘bijzondere verdiensten van zeer exceptionele aard’ zoals dat voor de sultan schijnt te gelden. Als het iets werd, werd het wat onbeduidends, een ambivalente bevestiging dat ik erbij hoor. Waarbij? En dan twaalf of meer klassen lager dan de sultan. Echt? Met respect en waardering voor hen die hun onderscheiding werkelijk waard zijn – en dat zijn er velen – het is een waarderingssysteem waar ik liever geen deel aan heb.

De reis naar Nederland komt snel dichterbij. Eerst ga ik nog voor een staar operatie aan mijn linker (slechte) oog. Met de ervaringen van mijn broer vind ik het behoorlijk spannend. Het oogziekenhuis hier heeft een goede reputatie, het gaat om het slechte oog dat toch al niet veel meer ziet, het gaat zelden mis, maar toch. Het niet zo slechte oog doet het wel weer wat beter, de oogdruk is omlaag en voor nu buiten de gevarenzone. Er maar vanuit gaan dat het goed komt. En dan 15 mei op weg naar Nederland. Iets meer dan twee weken om van alles te laten zien en zelf opnieuw te bekijken. Veel vrienden bezoeken ook al zullen we, met Doni die Engels noch Nederlands spreekt, de bezoekjes wel kort houden. We zien er naar uit. Wij hebben gezorgd voor tickets, visum en nog zo wat, als jullie nu eens zorgen voor mooi weer. Of is dat dan weer teveel gevraagd?

Tot gauw, lieve groet, Frank

Tjitjaks

Lieve Allemaal,

Het heeft weer even geduurd voor ik de nieuwe blog klaar had. Wekenlang stinkhard gewerkt aan een E-book over glas vormen maar nu is het klaar. Het staat online en de verkoop gaat goed. De website ook vernieuwd, nog niet alles tot in de puntjes in orde maar het ziet er al fraai uit vind ik.

Doni’s visum is klaar en dus komen we half mei samen naar Nederland. Nog een maandje van alles hier te doen en dan vakantie. Morgen vertrekt Doni naar Lampung, ook al om daar zijn stem in de presidentsverkiezing uit te brengen. Spannende verkiezingen, de keus is tussen ‘verre van ideaal’ en ‘rampzalig’. Beide kandidaten doen hun best gelovige moslims én hen die niet toe willen geven dat niet te zijn (de grootste groep lijkt me) te paaien. Jokowi, de huidige president met een kandidaat vicepresident die dubieuze ideeën heeft, Prabowo, de andere kandidaat, verbond zich o.a. met het FPI, een groep gevaarlijk fanatieke fundamentalistische moslims die er geen been in zien alles wat ze niet zint in elkaar te meppen. Neem dat letterlijk. We wachten af.

Mijn relatie met het dierenrijk is soms wat tweeslachtig. Elke avond werk ik aan de tafel op de veranda en elke avond krijg ik daar bezoek van de kleinste tjitjak die ik ooit zag. Tjitjaks, hagedisachtige beestjes zijn er hier in elk huis. Nuttige vriendjes, stille jongens en meisjes met razendsnelle, succesvolle uitvallen naar elke mug die zo naïef is om even rustig op en wand uit te rusten. En anders dan hun grotere familieleden, de tokehs, poepen ze niet op mijn laptop en de glazen schrijftafel in de kamer. We zijn allemaal klein geweest en dat er dus ook heel kleine tjitjaks zijn zou niet moeten verbazen. Maar zo klein is aandoenlijk. Hij – ik houd het voorlopig op hij, we hebben niet echt kennis gemaakt – zit daar elke avond en lijkt steeds meer op z’n gemak. Ik achter de laptop, hij scharrelend over de tafel. Dat piepkleine leven vlak voor me ontroert, maakt stil en dringt tot mooie gedachten over de schoonheid der dingen.

Zolang het duurt. Met de watertoevoer voor de sawah’s een tijdlang afgesloten zijn de velden in de buurt nog in gebruik voor bonen en dergelijke. Er staat dus geen water op de velden. Kikkers en padden houden van water en wij hebben een visvijver voor de veranda. Zo tegen half tien beginnen ze. Op foto’s evenzogoed aandoenlijke schepsels hebben ze in het dagelijks – nou ja, nachtelijk – leven een ongelooflijk grote bek. TV kijken kan ik verder vergeten, concentreren op wat dan ook al evenzeer; letterlijk pijn in mijn oren van het gekwaak. En ze zijn slim. Zodra ik over de balustrade kijk houden ze stil en voor de zekerheid hebben ze zich van de rand van de vijver verplaatst naar het groen daar direct naast. Volume hetzelfde, wel onzichtbaar. Dat gaat dan uren door en niet eens zo heel langzaam verdampen de mooie momenten die ik tevoren beleefde met vriend tjitjak. Slaan is een bewijs van onmacht. Oh, vandaar die aandrang. Geen zorg hoor, ik sla geen kikkers. Kan ook niet, geen idee waar ze zitten. Maar wat zal ik blij zijn als de sawah weer onder water staat.

Lieve groet, Frank

De andere kant

Lieve Allemaal

Een zwarte dag vandaag. Het nieuws uit Nieuw Zeeland heeft ons flink aangeslagen en voor uren waren we verloren in een onzinnige mantra van dit mag niet waar zijn. Het grofste en vuilste terrorisme – vermoorde mensen, kinderen op de vloer van een moskee – in het land waar haast niemand dat verwachtte. Tranen om onmeetbaar verdriet, tranen en boosheid om alles dat onze wereld verder op z’n kop zet.

De buurman, de tijdelijke bewoner van het huis hiernaast die dagelijks luide, in de studio goed verstaanbare lofzangen op mijnheer Trump debiteert, houdt zich stil vandaag en dat is wel veiliger zo. Onmiskenbaar zijn het de talloze uitingen van haat en afwijzing, het botweg roemen van eigen superioriteit en minachting van wie anders denkt, die ons dagelijks om de oren vliegen die mede schuldig zijn aan het wantrouwen van en de haat voor het andere. Ongeacht welk geloof of welke overtuiging als argument wordt misbruikt, ten diepste gaat het om het ontketenen van vuige instincten waarvan het onwaarschijnlijk is dat ze ooit waren ontwaakt, laat staan gegroeid, zonder het klimaat van aanmoediging dat steeds prominenter aanwezig is. Misschien leek de opmars van bruinhemden tot een halt gebracht maar ook vandaag marcheren ze: op kousenvoeten, met witte hemden en een stropdas. ‘Respectabele’ dames en heren die, al bouwend aan cellen en muren, mijn eerbiediging van hun recht op vrijheid verlangen. Een vraag aan mezelf, voor vandaag en alle dagen, is hoe vaak ik dat soort ‘aanmoedigingen’ in woord en daad onweersproken laat.  

Het was Nyepi, het Balinees nieuwjaar. Alles dicht, niemand mag de straat op, geen licht, geen muziek, geen etensgeurtjes. Bali was leeg en stil, zelfs het vliegveld en de havens waren gesloten. Het onderliggende idee was aanvankelijk dat de boze geesten het eiland verlaten zouden wanen en hun heil elders zoeken, tegenwoordig ligt de nadruk op introspectie. Misschien is ook hier de hoop dat je ooit helemaal afkomt van het boze opgegeven. Terecht vrees ik, zelfs in het verleden is geen duurzaam behaald resultaat aan te wijzen.

Ernstig religieus gevoel gemengd met folklore en hier en daar wat onzin. De ATM’s gingen de dag tevoren om één uur ’s middags al op slot, er zou eens iemand geld kunnen gaan trekken. Waar je geld uit zou kunnen geven met alles gesloten en hoe je naar de ATM zou gaan terwijl je zelfs het huis niet uit mag werd niet duidelijk. Het internet ging ook op slot – een lichte geur van fanatisme – maar het zou Indonesië niet zijn als dat plan maar ten dele lukte. In de middag werkte het opeens weer wel voor een uur of wat en op sommige delen van het eiland werd het helemaal niet uitgeschakeld. Wel een rustige dag en verbazend hoe het is als er echt geen geluid van machines, auto’s of motoren is. En ja, die introspectie .., niet verkeerd hoor, een dag met je eigen gedachten.

Druk bezig met een E-boek over het vervormen van glas én een uitgave met een aantal korte verhalen. Al bijna tien jaar schrijf ik met enige regelmaat – nou ja, regelmaat … – een blog en ik ben bezig een aantal actuele of juist tijdloze verhalen daaruit opnieuw en beter uit schrijven en bundelen. Aangevuld met een flink aantal niet eerder gepubliceerde verhalen moet het een boek worden van ongeveer honderdveertig pagina’s, het komt uit in juni van dit jaar. Als het uw interesse wekt: vanwege voorfinanciering e.d. vindt u onderaan deze blog een (hopelijk) aanmoedigend voorstel vooral snel te gaan bestellen.

Lieve groet, Frank

“De andere kant”, ongeveer 140 pagina’s korte verhalen. De publicatie is in juni van dit jaar en de kosten zullen, exclusief verzendkosten, € 17,50 per exemplaar bedragen. Nu al bestellen en betalen levert voordeel op, de prijs is dan € 15,– inclusief verzendkosten. Als u mee wilt doen, graag € 15,– overmaken op

NL78RABO 0398 8240 45 t.n.v. F.E. van den Ham Msimang.

Het boek wordt u dan in de maand juni toegezonden. 

VIP

Lieve Allemaal,

Hier in Bali wil het allemaal wel groeien. Dat is mooi maar heeft ook een down-side. Wat heb ik gelachen om mijn vader die zijn nieuwe tuin prachtig indeelde en vol plantte met van alles moois en er na een tijd achter moest komen dat het spul nog ging groeien ook. Te vol en er klopte niets meer van. Des te wonderlijker dat ik, in een klimaat waarin de natuur zo ongeveer ontploft, bijne hetzelfde heb gedaan. Ja pappa, ik zal niet meer lachen. De meneer die hier helpt in de tuin is meestal bezig met kappen en knippen en deze week was het zover dat twee grote bomen, pas een jaar of twee drie terug als stekjes op de motor meegenomen, eruit moesten. De ene dreigde het zwembad te beschadigen, de ander om over de muur naar de buren te vallen en wat daar dan weer van komt weet je niet. Twee dagen werk!

Om m’n ogen te laten controleren en nieuwe oogdruppels te halen – ik heb al bijna twintig jaar glaucoom in mijn linkeroog en dat wil je dan rechts vermijden – naar het oogziekenhuis in Denpasar. Het is gebruikelijk dat je je eerst registreert en terwijl ik wacht tot ik aan de beurt ben valt lees ik een mededeling. “Buitenlanders betalen vanaf nu het VIP tarief.”  We worden rijk ingeschat blijkt maar weer en gelijkschakeling in de zorg is hier geen thema.

Krijgen buitenlanders dan ook de bijbehorende VIP behandeling vraag ik me af. Welzeker! Ik zit nog geen minuut of ik word uit de rij gehaald en naar een ander deel van de kliniek begeleid. Het vereiste formulier wordt door iemand voor me ingevuld en ik ben gelijk aan de beurt. Gelukkig hebben ze een jonge man in dienst die me dan weer begeleid van wacht- naar behandel- naar andere behandelruimte. Zoiets red je als VIP niet in je eentje. Jammer dat de bloeddrukmeter kwijt was zodat dat moest wachten tot een volgende keer maar verder: heel erg VIP. Verder niet zo gunstig, de oogdruk wordt gemeten en blijkt in het rechteroog gevaarlijk hoog, in het linkeroog (zie ik toch nauwelijks iets mee) is de druk okay maar nu staar en dat wordt een operatie. Gek genoeg duurde het een dag of zo voor het landde; dat rechteroog zou zomaar kunnen gaan. Een stupide opmerking die ik jaren terug maakte kwam weer in gedachten: ‘Blind zijn is in mijn beroep natuurlijk een probleem!’ En de reactie daarop: “Ja jongen, voor taxichauffeurs en boekhouders maakt het niets uit, maar ai, voor jou…’

Heel terechte terechtwijzing maar de helft van die stomme opmerking blijft wel staan; het zou een probleem zijn. Maar hopen dat de nieuwe druppels verlichting brengen. Over een maand ga ik weer voor een VIP behandeling.

Vanmorgen weer eens koffie gedronken bij Ibu Putu, de warung was open vandaag. Dat is niet alle dagen meer en soms komt het ons wel goed uit. We willen haar niet ‘laten vallen’ maar een haar in de soep, botjes in de sate en (uit verhalen) nog erger noodt niet echt. We blijven gaan want ze is zo aardig en wil graag aan het werk blijven. Financieel hoeft ze niet denk ik maar ik begrijp het wel, bezig zijn en je hoort er bij. Ik bestel meestal fruit, Doni een pancake of iets dergelijks, dat kan niet misgaan. Gisteren is Doni voor zijn achtwekelijks bezoek vertrokken naar Lampung, ‘allenig’ dus maar ik kan intussen wel mooi werken aan een E-book over glasvormen, een verhalenbundel en de voorbereidingen voor onze reis naar Nederland in mei. Doni vindt het nog steeds wel veel geld en ‘kan dat nu allemaal wel’ maar we gaan het toch doen. Hij ziet er ook wel naar uit en, in mei vakantiegeld van de AOW. Het moet maar goed komen.

Lieve groet, Frank