Linksaf slaan

Lieve Allemaal,

Na veel toestanden met testbewijs, vertraagde en gecancelde vluchten is Doni eindelijk, na meer dan een maand familiezaken in Sumatra, weer terug. Huis is weer thuis, Zoef de hond probeert niet meer weg te lopen en slaapt weer op de bank op het terras.

Heel lang niet geschreven, geen glansverhaal maar het ging gewoon niet. Ik heb nogal eens de neiging een put in te duiken. Oud(er) worden staat hoog op ons wensenlijstje omdat het alternatief niet aantrekkelijk is maar ik vind het nogal eens lastig. Ietsje meer begrijpen, ietsje meer rust en steeds minder dat moet, da’s fijn. Maar het is ook constateren dat de idealen waar mijn generatie voor stond steeds verder uit zicht lijken te raken. Ons werk niet goed gedaan of zijn zoveel mensen van kamp gewisseld? Een gevoel van machteloosheid is meestal gebaseerd op een overschatting van eigen mogelijkheden. De zorgen van de wereld op mijn schouders nemen en dan klagen dat het zwaar is. Joh…

Ik zei het al, geen glansverhaal. Van de Tom-tom in Nederland kent Doni een tekst die hij nu regelmatig op me loslaat. Links afslaan: even van koers veranderen. (Wel fijn dat hij linksaf slaan kiest.) Ik doe mijn best en het gaat steeds beter. Zoeken naar kleine stapjes die wel te maken zijn, hopen dat meer mensen dat doen.

De TINA, de There Is No Alternative speedboot van psychiater Dirk de Wachter, raast naar een toekomst met (nog) meer welvaart. Hoe verder op de voorplecht, hoe rijkelijker de champagne stroomt. Het grootste deel van de opvarenden is tevreden en op het middendek hopen ze op een plekje meer vooraan. Zie de verkiezingsuitslagen. Een kleiner deel kijkt met zorg naar het achterdek waar, bij gebrek aan zelfs maar een railing, de een na de ander het water indondert. Alleen een paar gelukkigen worden opgepikt door hulpverleners in rubber bootjes of misschien: alleen een paar ongelukkigen worden opgepikt door hulpverleners in rubber bootjes. De rest…

De Wachter heeft het over de geestelijke gezondheidszorg die moet omgaan met steeds groter wordende problemen en legt de oorzaak bij een egocentrische en vooral hedonistische maatschappij, zonder oog voor de noden van anderen. Akelig correct en het geldt niet alleen voor de geestelijke gezondheidszorg. ‘Nederland is in de grond een socialistisch land.’ Het is dat u het zegt mijnheer Rutte, het zou me zomaar ontgaan.

Hier in Bali regent het al dagen, de verdenking is dat het regenseizoen dit jaar gewoon een dikke twee maanden te vroeg begint. Of, zoals Frans opmerkte, hebben we te maken met het staartje van het vorige natte seizoen? Hoe dan ook, het regent en ook daar word ik dan weer triestig van, nerveus en een beetje depressief. Wat u zegt, een afwijking.  

Verder blijft de toestand hier zorgwekkend. Niet voor ons, wel voor veel Balinezen. De grens van wat nog kan is al lang gepasseerd. Op Facebook plaatst een Balinees het bericht of niet iemand, alsjeblieft, de vier Durians (fruit) die zijn ouders nog hebben voor Rp.100.000 (€ 6,–) wil kopen. Er kan onderhandeld worden. Overal zie ik mensen die alle mogelijke spullen langs de weg proberen te verkopen en ‘ngamen’ (‘zingen’ voor geld) bij de stoplichten. Deze week kwamen bedelaars een restaurant binnen. Wel heel ongemakkelijk vond een gast. Ja mevrouw, zeer ongemakkelijk. Voor hen.

Met een lieve groet, Frank

’t is al augustus

In zomergasten zegt Robert Vermeiren over een groep feestende jongeren: ‘Nee, dat is geen feestende meute, het zijn mensen die verbinding zoeken’. En dan hoop ik zo dat hij gelijk heeft.  

Lieve Allemaal,

Kijken naar de opening van de olympische spelen. Sporters van meer dan tweehonderd landen lopen het lege stadion binnen, mooie mensen van alle nationaliteiten verenigd in trots hun land te vertegenwoordigen, allen hoopvol en bereid tot het uiterste van hun kunnen te gaan. Glanzende ogen en blij lachen dat het mondmasker trotseert. De vlag wordt gehesen, het vuur ontstoken, vuurwerk en honderden drones doen iets spectaculairs. De droom van vrede en saamhorigheid, van kameraadschap en respect, een vergezicht op hoe de wereld kan zijn, zou moeten zijn.

Toespraken, woorden en beloftes die minder stroken met de realiteit. Bobo’s die van de spelen vooral een geldmachine hebben gemaakt en zichzelf enorme vergoedingen waard achten – hotelsuites van $ 20.000 per nacht – helpen samen met politiek en bedrijfsleven het ideaal van De Coubertin aan gort. De sporters waar het feitelijk om gaat in het pak genaaid door commercie en politiek. Atleten en, pijnlijker nog, het beeld van een droom van de mensheid tot instrumenten gemaakt in een grote geldmaakfabriek.

In de dagen die volgen mooie mensen, roerende demonstraties van broederschap. De sporters zijn een feest om te zien en toch, is die diepgevoelde droom niet te mooi, te kostbaar en kwetsbaar om in dienst van economisch of politiek gewin te stellen?

Bij vertrek uit het quarantainehotel rijd ik door een eenvoudige buurt met weinig imponerende huizen en een ietwat versleten moskee. Het is er niet druk. Hoewel ook in Jakarta een lockdown geldt zijn een paar kraampjes open; misschien met levensmiddelen, dat mag. Er rijdt een man op een overbeladen fiets. Hij heeft een toeter bij zich en gaat, pep pep pep, door de wijk. Het gewicht zal meevallen; een enorme hoeveelheid opblaasdieren en knuffels waardoor de man maar ten dele zichtbaar is tussen de lading. Er fietst een speelgoedwinkel door de buurt. Ik zie dat hij stopt en het lijkt tot een transactie te komen. Man doet zijn best een paar rupiah te verdienen in moeilijke tijden. Een illegale actie, het gaat niet om een eerste levensbehoefte. Dan rijdt hij een zijstraatje in. Als ik hem zie gaan denk ik: ‘Het mag niet moedige mijnheer, maar toch: Semoga sukses!’

Met de auto naar Bali want het gebroken glas in de koffer hoeft niet verder kapot. Twee dagen rijden over Java, onderweg controles van vaccinatiebewijs en covidtest, overnachten in een beroerd hotel, dan de pont naar Bali. De chauffeur haalt bij de haven een nieuwe test want antigen is slechts vierentwintig uur geldig. De test moet daarna nog wel ‘gevalideerd’ worden door een andere instantie, een paar kilometer terug; heel efficiënt. In een lange rij staan de mensen dicht op elkaar te dringen, zeker de helft draagt geen masker. HOE DAN?

De situatie is hier slecht. Ondanks de geringe testcapaciteit een toenemend aantal besmettingen en, in vervolg, sterfgevallen. Ziekenhuizen overvol, tekort aan zuurstof, mensen die wachten op de parkeerplaats van het ziekenhuis tot er iemand overlijdt, tot er een plek vrij komt. Zuurstoftekort.

De lockdown wordt hier wekelijks verlengd, nu weer tot de 17de (Onafhankelijkheidsdag) maar iedereen verwacht wéér een verlenging; elke week een ‘weekje’ erbij om grote demonstraties te voorkomen. Hoe lang die tactiek effectief blijft is de vraag; het rommelt onder de Balinezen. Winkels dicht, faillissementen overal, chauffeurs en gidsen al meer dan een jaar werkeloos, hotels en te verhuren huizen en appartementen leeg. Dat vooral een flink aantal westerlingen de maatregelen aan zijn laars lapt en op sociale media alles wegzet als onzin en complot helpt ook al niet. Evenmin als het totale gebrek aan handhaving, veel mag en kan niet maar niemand die controleert. Andere buitenlanders vertrekken. Australië overweegt een vliegtuig te sturen om haar burgers op te halen. De zorg is dat, in geval van een ziekte, Covid of anderszins, de ziekenhuizen niet veel kunnen doen.

Onafhankelijkheidsdag, wij zijn er klaar voor

Wij maken het goed al is er genoeg om over te somberen; in Indonesië, in Nederland en overal. En, hier in Penestanan geen echte ramp maar toch, in dit droge seizoen al bijna drie weken, met een paar korte pauzes, uren-, dagenlang ongekende hoosbuien. Klimaatverandering, zegt Doni. Mogelijk en waarschijnlijk maar dat weten we niet zeker, begin ik. IPCC, zegt Doni. Hij heeft gelijk, sterk punt. Ondanks alle triestheid op het eiland ben ik heel blij weer thuis te zijn. Morgen is het vrijdag de 13de augustus, de tweede keer sinds 2004. Met geen idee waar we nu waren geweest, weet ik wel waar ik had willen zijn. Morgen ga ik bloemen kopen.

Vrijdag 13 augustus 2004

Lieve groet, Frank   

*Dat het een succes mag zijn.

Tellen!

Lieve Allemaal,

Ik zit in een kamer op de 17de etage en kijk uit over (een deel van) Jakarta onder een wolk van smog; armoedige wijken gelardeerd met moderne hoogbouw. Niet zo leuk bij aardbevingen meldde Doni optimistisch. Niet aan denken, ik moet het hier acht dagen volhouden. Dinsdagavond aangekomen na een lange vlucht in praktisch lege vliegtuigen, van de meer dan 300 zitplaatsen waren er een 40 bezet. Slecht voor de vliegmaatschappij, voordeel voor mij. De film Nomadland gekeken (aanrader) en over drie stoelen kunnen slapen. De maaltijdservice stelt niets meer voor, verdere service is geschrapt. U begrijpt, corona. Een irritant oponthoud in Singapore alwaar mijn paspoort een keer of dertig is gecontroleerd, evenals vaccinatiebewijs, pcr-test, enz. Onder begeleiding in ganzenpas een kleine marathon van de ene gate naar de andere, bij aankomst in Jakarta nog één naar de uitgang. Ook op het vliegveld hier veel gedoe. Voor het eerst veel glas in de koffer gebroken. Niet zeuren; veilig in Indonesië en over acht dagen mag ik naar huis.

Nederland was een warm bad met alle mooie ontmoetingen alleen: te weinig tijd. Ik had zoveel meer vrienden weer willen zien, de weken vlogen voorbij. Anderzijds, met naast het verschijnsel coronakilo’s nu ook Nederlandkilo’s… Lief warm welkom gaat (te) vaak samen met gebak, lekker eten en drank. Intussen vrees ik het verschijnsel quarantainekilo’s.

Het was goed in Nederland te zijn al leverde het met regelmaat een soort van cultuurshock op. De welvaart, het gewoon zijn dat allerlei altijd maar kan … een fel contrast met hier waar de randjes van wat nog draaglijk is vaak al lang zijn overschreden. Familie en vrienden die ik ontmoette hadden er (gelukkig) geen last van maar ontevredenheid en een misplaatst idee ‘er recht op te hebben’ lijken breed aanwezig. Alles is relatief, ik weet het. In de hele buurt geen vervoermiddel te bekennen en ik ben rijk met een fiets. De hele buurt een auto en ik ben arm met diezelfde fiets. En toch, dat ‘tel je zegeningen’ van tante de Haan* was geen lege platitude.

Mooi dat ik een aantal werkstukken af kon leveren en … ‘Het Boek’ is gedrukt, ‘De Andere Kant’  is klaar en erg mooi geworden. Mag ik zeggen, de foto op de omslag is niet van mij maar van een Russische kunstenaar die toestond dat ik die afbeelding gebruikte. Ook van het boek de bestellingen afgeleverd c.q. verstuurd, er wachten er nog wel een aantal om verkocht te worden, zie voor details onderaan in deze blog. (Geeft de lezer van deze blog een hint.)

Zie onderaan deze blog.

Over een dikke week terug naar een Bali dat nog steeds, nu tot de 26ste, in lockdown is. En weer zijn het vaak westerlingen die de regels negeren – die korte vakantie aan het strand blijkt opeens een essentiële trip, mondmaskers zijn er voor anderen en een groot feest moet kunnen. Er wordt wel vaker ingegrepen, een aantal mensen is terug naar eigen land gestuurd. Gedeporteerd heet dat hier maar dat klinkt ons, net als de ‘razzia’s’ die de politie af en toe houdt, beroerd in de oren. De boetes, ook voor Indonesiërs, zijn hoog. Recent werd een aantal mensen in Java veroordeeld tot het betalen van 5 miljoen Rupiah omdat ze hun winkeltje open hadden gehouden. Dat is € 300,–; klinkt misschien nog te doen maar het is hier een heel dik maandsalaris. Moeizaam sleept Indonesië zich door de crisis en de bevolking betaalt, zeker in Bali, een hoge prijs. De besmettingen lopen op en het grootste deel van het land is nog niet gevaccineerd. Intussen wil Nederland tienduizenden vaccins vernietigen want die stonden geparkeerd bij huisartsen en dat schijnt onbetrouwbaar te zijn. ???

Na deze pandemie wordt alles anders hebben we gedacht. En hoe nu als, zelfs tijdens die pandemie, de menselijke maat alweer zoek raakt of misschien wel zoek blijft? Op u en mij ligt een hoop werk te wachten.

Lieve groet, Frank

*Tante de Haan, een van de liefste en wijste oude dames die ik heb gekend, vriendin van mijn opa in het bejaardentehuis. Mogelijk dat als opa iets doortastender en jonger was geweest, dat ze mijn oma had kunnen worden.

De Andere Kant. 37 korte verhalen en 2 gedichten op 148 pagina’s. € 20,– inclusief verzendkosten. (verzending vindt plaats vanuit Nederland.) Maak € 20,– over op NL78RABO0398824045 tnv F.E. van den Ham en binnen een paar dagen heeft u het boek in huis.

Weten

Lieve Allemaal,

Vandaag de tweede vaccinatie ontvangen. Het zou afgelopen vrijdag gebeuren maar aangekomen bij de locatie was er niemand. Ook geen bord met een verklaring, je ziet maar. Via de tam tam vernomen dat het vandaag wel ging gebeuren. Goed geregeld, snel geprikt. Dat mijn vaccinatiebewijs zes keer over moest vanwege fouten in naam en datum… ach. Doni was hier niet toen ik de eerste prik kreeg dus die ging vier weken geleden naar een andere locatie en kreeg gisteren ook zijn tweede prik. We zijn veilig.

Het is meestal al wat later op de avond voor het hier een beetje afkoelt. Niet dat het ver onder de 25 graden gaat komen maar, vergeleken met de ‘gevoelstemperatuur’ van zo’n 36 graden overdag is het heerlijk. De regentijd is nu echt voorbij al kwam recent nog een enorme hoosbui over; de dagen zijn zonnig en droog. En warm dus. De Sedap Malam, een struik met kleine, licht onopgemerkte bloemetjes die  haar geur verspreidt in de nacht staat voor het huis. De veranda, de woon- en de slaapkamer zijn doordrongen van haar koelfrisse geur. En iets later, als die voor het huis is uitgebloeid, komt de Sedap Malam achter het huis tot bloei. De geur reikt dan weer tot op de veranda voor. Een tuin met eigen kokosnoten, citroenen, sinaasappels, pepers en bloemen bloemen bloemen. Doni heeft de orchideëen weer in bloei gekregen en is bezig tomaten te kweken. Elke dag genieten. Bevoorrecht met een eigen wereldje waar het goed toeven is. Intussen ontgaat wat er buiten gebeurt me niet. Ik denk weleens helaas.

Op 4 mei citeerde Roxanne Van Iperen de Duitse schrijver Walter Kempowski: ‘Wist u ervan?’, een vraag die hij jarenlang aan allerlei mensen stelde. En meestal was het antwoord:

‘Nee, ik wist het niet’.

In zijn column in het Parool verwoordt Johan Fretz zijn, en ook mijn probleem: ‘Ik weet het’. Er is geen ontkomen aan. Ik weet. Opkomend bruin gedachtengoed, het plan een ‘nette’ buurt statushoudervrij te houden, woningnood die op het conto van asielzoekers wordt geschoven, landen waar vaccinatie een utopie is omdat ‘wij’ voorgaan … Ik weet en, anders dan ik misschien zou hopen, ik weet nog veel meer. Niet dat ik zo slim ben, zo is het niet, maar ieder die een krant leest en een moreel kompas bij de hand houdt weet.

Ik weet, wij weten.

Nog even en ik word 69, dan ben ik ouder dan mijn vader werd; een zeurende gedachte die het hele jaar bij me bleef en een irreële zorg werd. Hoe verder? Liever geen somberheid maar het vaak gedroomde, naïeve perspectief van eindeloos en alle tijd is intussen wel vervlogen. Geen tijd meer om mezelf ruimhartig tijd te laten voor correctie en verbetering, geen tijd ook om destructieve krachten met begrip tegemoet treden. Veel staat onder grote druk of zelfs in brand. Juist dan is begrip voor de mens én nul begrip voor en krachtige afwijzing  van ‘gedachtengoed’ dat de menselijkheid dreigt te vertrappen een verplichting aan ons menszijn. Respect voor de ander vraagt ook om een ondubbelzinnige veroordeling waar aan grondwaarden wordt getornd. Het laveren, het blijven achten van de ander en tegelijkertijd duidelijk zijn in afwijzing, wel willen maar er niet altijd in slagen polarisatie tegen te gaan want niet elke opvatting is ‘gewoon een andere mening’…. Een lastige opgave vind ik.

We weten, ik weet. 

Lieve groet, Frank

Het is mei

Lieve Allemaal,

Met zoveel te bewenen, elke dag, lijkt schrijven soms irrelevant. Voor mij al helemaal: de koetjes en de kalfjes, verwondering en zorgjes, het dagelijkse, het gewone dat leven misschien wel hoort te zijn. Liever geen opgeblazen superbelevenissen en altijd blije gezichten op facebook maar: het was mooi vandaag. Of niet, dat komt ook wel voor. Niet onderlegt om diepzinnige filosofieën de wereld in te sturen blijft me alleen dat: wat is er zoal gebeurd, was mijn dag een goede dag, was mijn goede dag dat ook voor een ander?

Daar past gedenken en dankbaarheid bij naar zovelen die ons leven, neem dat letterlijk, gered hebben. We zijn erfgenaam van ontelbaar afgebroken dromen, van ondenkbaar leed en verloren toekomst. Een erfenis die roept verder te bouwen of nieuw te bouwen waar hun leven en streven, onderweg of nog in de knop, vaak op de meest gruwelijke wijze werd afgebroken. Daar past dankbaarheid én plichtsgevoel; het is aan ons hun dromen tot wasdom te brengen. “Sobibor begon met een bordje in het Vondelpark, verboden voor Joden …” , zei de koning op de vorige vier mei herdenking. Op de plaats van dat bord hangt nu een spiegel begrijp ik. We mogen daar allemaal wel eens in kijken, intussen lopen er nogal wat in Nederland waar het een verplichting voor zou moeten zijn. Lang kijken en hun eigen, armoedige denkbeelden eens onder de loep nemen. Gesloten terras en een beperkte avondklok vergelijken met toen … Ik ben daar strontziek van.

We waren een paar dagen aan de kust van Candidasa, hotels zijn goedkoop en er even uit was een goed plan. Het hotel was wel een wat trieste bedoening. Twee kamers van de vijftig bezet en de service leed er zeer onder. Nauwelijks gasten dus waar maak je je druk over, het hier geldende gezondheidsprotocol (masker, tafel ontsmetten na gebruik en meer) werd niet aangehouden. Bijzonder was wel dat de eigenaar of architect een voorkeur bleek te hebben voor de kleur paars die Simon Carmiggelt ooit eczeemverwekkend noemde. Wanden, lakens, handdoeken, de kussens door het hele hotel en de ligbedden bij het zwembad, alles was paars. Zelfs de ‘schilderijen’ op de kamers hadden allemaal iets van die paarse kleur. Denk aan een slecht geschilderde dame met een paarse bilnaad of een geabstraheerd Balinees dorp met paarse hutjes. Maar, we waren eruit, we hebben geluierd, lekker en veel gegeten (boeken we weg onder het kopje coronakilo’s) en veel van de omgeving bekeken; het was mooi.

De schilderijen hangen hier nogal eens scheef. Recht hangen levert weinig op; morgen hangen ze weer op half zeven. Het zijn de toke’s, hagedisachtigen die hier soms over de wand lopen, die daar verantwoordelijk voor zijn. Niets engs, het zijn vriendelijke jongens en meisjes, ze eten muggen en andere insecten en buiten een eenmalig ongelukje waarbij er één vanaf het plafond zijn behoefte op mijn hoofd deed, heb ik er geen last van. Dus, ik laat die groene, rood gespikkelde vrienden met rust. De kikker in het aanrecht vind ik ook geen echt probleem, hij vertrekt wel weer en die slang, ooit verdwaald in de badkamer..; niet zeuren, dat was gewoon een vergissing. Vandaag hing ik voor de zoveelste maal een ets in de badkamer recht maar die bleef scheef trekken. Ook raar dat er een dikke draad onderuit kwam. Toen ik eraan trok bleek het de staart van een rat te zijn die een inbreuk op zijn lichamelijke integriteit niet kon waarderen. Er zijn grenzen vond de rat. Ja, dat vind ik dus ook.

Galungan is weer voorbij, net als Kuningan dat het einde markeert van een periode waarin de overwinning van goed op kwaad wordt gevierd en de voorouders op bezoek komen. De voorouders vertrokken weer, de penjors staan er nog, bambu staken die goden en voorouders noodden om te komen. Ook daarin is duidelijk dat Bali het moeilijk heeft. Waren ze andere keren meestal vol versiering en dus duur, nu was het anders. Even geen indruk maken op de buren maar verstandig omgaan met het weinige geld dat beschikbaar is. Het zal moeten maar hee, een miezerig kerstboompje is ook een kerstboom.

Links hoe het was, rechts type mijnheer P met een plusje.

De meeste zijn nu van het type dat wij ‘type mijnheer P.’ noemen. Dat komt zo: we zijn ermee gestopt maar toen wij nog een penjor plaatsten bestelden we er eens een bij mijnheer P. en betaalden een fors bedrag voor de meest lullige penjor van het hele dorp. Bij de neus genomen. Nu zien we ze overal. Bali heeft het nog steeds heel moeilijk.  

Intussen een reis naar Nederland geboekt, als het allemaal goed gaat vertrek ik eind juni. Flink wat werkstukken mee (Truus en Kees!) en veel af te leveren. Daarna terug met een nieuwe voorraad glas. Hoe het gaat met quarantaine in Nederland en bij terugkomst hier is nog niet duidelijk, ik zie wel.

Lieve groet en ik hoop tot juni, Frank

Morgen

Lieve Allemaal,

Doni is weer thuis uit Lampung, extra goed in deze moeizame weken. Na het overlijden van mijn broer is de wereld niet meer als het was; somberheid, sterfelijkheid, opstandigheid en moedeloze berusting zijn vaak sleutelwoorden. Al jaren waren er, letterlijk, duizenden kilometers tussen ons. Nu is die afstand weggevallen, én zoveel groter. Geen telefoon, geen email, niets. Het gaat goedkomen, ik ben hier eerder geweest. Het gaat nooit goedkomen, dat missen blijft.  

In Bali verandert niet veel, de meeste winkels en restaurants nemen niet de moeite te openen, het blijft stil. Er zijn plannen de komende maanden weer wat toeristen te gaan ontvangen uit een paar landen, hoe realistisch het allemaal is zal moeten blijken. Intussen heb ik wel mijn eerste prik gehad (AstraZeneca). Het dorp hier maakt deel uit van een geplande groene (veilige) zone en dus moest iedereen gevaccineerd. Dagje beetje slapjes, verder niets aan de hand. De tweede prik is intussen uitgesteld, geen vaccins op tijd. 🤨 Op de priklocatie, speciaal voor buitenlanders, alleen maar oudere mensen gezien. Het lijkt erop dat het zwevende deel van de expats het af laat weten. Overal, ook binnen in supermarkten en winkels, worden de verplichte maskers door praktisch alle Balinezen gedragen, de meerderheid van de expats doet er niet aan want zij ‘weten wel beter.’ Blij Doni weer de boodschappen kan gaan doen; ik kom elke keer thuis met een kapot gebeten tong. Op straat treedt de politie niet op, in de winkels durft niemand wat te zeggen; de nieuwe kolonialen kunnen rustig hun gang gaan. Nog een reden om niet zo zeer in die veilige zones te geloven.

De crisis heet corona en als we eenmaal de vaccins hebben verstrekt, is dat onder controle. Mwah, met meer dan zeven miljard mensen en een ‘ieder voor zich’ inkoopbeleid lijkt me dat de vraag. Het gaat nog wel even duren. Veel landen komen eenvoudig niet aan de bak bij de inkoop van vaccin; te duur en/of al verkocht. Wat er gebeurt als landen zonder achting voor de mens en op zoek naar meer macht in dat gat springen, wat gebeurt er als mutaties zich vrijelijk kunnen vormen in landen waar niet of nauwelijks geënt is? Wie goed luistert, hoort de vijfde van Beethoven.

En toch, misschien is corona de kleine crisis. Er is ook nog klimaat, welvaartsverdeling, en een economische crisis die heel wat verder gaat dan het straks wat moeizamer of minder hebben. Zo kan het niet verder’ is geen gekke gedachte. Alleen, we zullen wél verder moeten. Leven is een reis, zo mogelijk naar vooruitgang. Het bestaan van de mensheid is dat evenzo. En even geen Mozes die het volk naar het beloofde land leidt. Het is er niet eens, dat beloofde land, dat suggereert zoiets als een eindpunt en dat is er niet op onze reis. En ‘een’ volk? Op zijn best, denk ik, gaan we, haperend en wel, naar een situatie die beter is dan nu. Minder slecht is waarschijnlijker. Met verdeelde volkeren, met hier en daar een kleine Mozes en een overmaat aan dansers om een gouden kalf die zich in het beloofde land wanen; melk en honing voor een exclusieve groep. Wel op weg gaan betekent inleveren. Wie durft die belofte van bloed, zweet en tranen te doen? Zonder ‘draagvlak’, zonder ons, waagt geen overheid zich eraan.

Lieve groet, Frank

Het is stil in Bali

Stel je voor, één aap die tienduizenden bananen in zijn bezit houdt terwijl overal apen van de honger omkomen. Jane Goodall en geleerden vanuit de hele wereld zullen zich op dat fenomeen storten; een ongehoorde, onbegrijpelijke situatie, wat is er aan de hand? De man die miljarden in zijn zak heeft en houdt daarentegen, haalt eervol de cover van Forbes Magazine. Hij is een held.

Lieve Allemaal,

Deze week heb ik het koper gepoetst. Omdat het de laatste tien tot twintig jaar verslonsd was, bleek het veel werk. Ik moest aan mijn vader denken. Een schaal, een kistje, een paar vazen, alles uit ‘de Oost’. ‘Prachtig hé, heeft een arme sloeber maandenlang op zitten zwoegen voor een paar rotcenten’. Als het weer dof en mat was geworden pakte hij de koperpoets. Nu staan die dingen hier en ik ging doen wat hij gedaan zou hebben. Het ging opvallend moeizaam – gruwelijk hard poetsen en nauwelijks resultaat, ik snapte het niet. Maar opeens wist ik het weer: hij heeft ooit, onder het mom van ‘Je moeder hoeft zo nooit meer te poetsen’, alles tot bling bling geboend en vervolgens in de vernis gezet. Niet zijn beste idee ooit, weet ik nu. Het vernis was bruin en mat geworden en alleen met thinner en eindeloos wrijven weg te krijgen; uren alleen al om zo’n deksel weer glim te maken.

Weemoedige gedachten mengden zich met geïrriteerd ‘hoe kun je nou?’ en ‘waarom in godsnaam?’. Nu blinkt het zeer tevredenstellend maar ik weet nu al dat met een dikke maand of zo … Geen vernis hé, of?

Ik lijk steeds meer op mijn vader. Soms doet dat goed, soms is het confronterend. De eigen-aardigheden die de puber als onhebbelijkheden beschouwde zie ik meer dan eens terug in mezelf. Ik ben er vooralsnog niet in geslaagd dat, en nog zo het een en ander, totaal ‘weg te werken’, na achtenzestig jaar nog steeds niet helemaal degene die ik graag wil zijn. Ook daarin lijk ik op mijn vader denk ik: blijvend werk in uitvoering.

Vroeger, opa vertelt, betekende regentijd meestal later in de middag een flinke bui en dan weer blauwe lucht. Nu is het een aaneenschakeling van forse buien, veel dagen klaart het nauwelijks op. Mijn motto ‘als het regent ga ik gewoon niet’ is niet meer van toepassing, het regent elke dag wel. En fors .El Ninjo zeggen de kranten, het zal wel. Ik word er niet blij van, om onduidelijke reden maken regenbuien me nerveus, onweer en bliksem doen daar een paar flinke scheppen bovenop, corona helpt ook niet. Nog een paar maanden volhouden (hoop ik), in april zou het allemaal wat beter moeten gaan.

Aanstaande zondag is het Nyepi, het Balinese nieuwjaar. Dag van stilte, niet naar buiten, geen licht, geen kookluchtjes, geen geluid. Laat de geesten maar denken dat we vertrokken zijn. Traditie is dat de avond tevoren de optocht van de Ogoh ogoh wordt gehouden. Elke banjar (buurt) is maandenlang bezig met het maken van een gigantisch figuur en die komen dan samen in een parade. Tot verdriet van de Balinezen vorig jaar niet, en dit jaar is het wederom afgelast. Corona.

Bali blijft stil. Af en toe komen er plannen voorbij om het eiland erboven op te helpen maar het ziet er niet goed uit. De gouverneur denkt erover om gevaccineerde toeristen weer toe te laten. Iemand kwam met het idee om een soort veilige resorts te openen: een test voor je naar binnen mag en dan niet meer naar buiten. Ik zie het niet gebeuren. Intussen is het vaccineren hier wel begonnen, de tuinman, een jaar of dertig oud, krijgt vandaag zijn eerste prik. Hoe het gaat met buitenlanders is nog niet duidelijk. Het gebruikte vaccin is Chinees en hoewel ik uiteraard voor vaccineren ben weet het ik niet zo met een vaccin dat in Europa niet vertrouwd wordt. In ieder geval hoor ik geen protesten van Indonesiërs. Ook de regel altijd een masker te dragen wordt door de meesten goed nageleefd. Bij westerlingen is dat nogal eens anders. Een grote bek tegen de politie die er verbazend kalm onder blijft. Ze krijgen een waarschuwing: de tweede keer word je gedeporteerd. Niemand die die eerste keren bijhoudt. Hier in Penestanan zit het vol met ‘verlichte’ geesten die al yoga’end de wereld komen verbeteren en de ‘goedgelovige schapen’ wat leren over de ‘onzin van een masker’ en het ‘gevaar van vaccins’. Expats, toeristen en kolonialen, soms is het verschil moeilijk vast te stellen. Ik ben wel benieuwd wat die verlichte, maskerloze antivaxers gaan doen als zij straks aan de beurt komen voor die verplichte prik.

Er is ook veel positiefs. Door een gift van vrienden in Nederland kwamen we in contact met een initiatief om mensen van gratis rijst te voorzien, vooral gericht op de Javanen die hier wonen en daardoor niet in Bali geregistreerd staan. Niet geregistreerd betekent geen overheidshulp. Niet dat € 36,– per gezin per maand een groot verschil gaat maken maar ook beetjes zouden helpen. We betaalden € 60,– per 100 kilo rijst, kom daar maar eens om bij AH. Deze week gaan ze bij de moskee 500 kilo uitdelen, Bali is Hindoe, Javanen tref je bij de moskee. Zo zijn er veel initiatieven, gelukkig maar. Het blijft, ook voor de Balinezen, een moeilijke tijd. 

Lieve groet, Frank

Menselijke maat

Lieve Allemaal,

Opluchting. Zestien jaar geleden ging er met mijn linkeroog wat mis. Er werd een gaatje gemaakt om de oogdruk te verlagen, dat groeide dicht en het zicht ging terug naar 5%. Nu het rechteroog en het ging het té goed. Het gaatje bleef, maar met oogmassage – auw, auw – en oogdruppels bleef de druk te laag. Ook gevaarlijk. Ik moest met masseren stoppen. Blij mee maar het hielp niet. ‘Nu stoppen met de druppels, als die druk niet omhoog gaat, verdwijnt het zicht helemaal en moeten we iets bedenken’, zei de dokter. ‘Wat gaat u dan doen?’ ‘We gaan iets bedenken.’ Afgelopen week met angst in het lijf naar het ziekenhuis om te laten meten. Oogdruk 10.8, dat is prima in orde!

Voor 2020 had ik me voorgenomen 4 kilo af te vallen, nu nog 6 kilo te gaan. Ik houd het op het corona-effect en ik laat het maar; redelijk onschuldig en een heel jaar om het weer te proberen. 2 kilo erbij, geen frustratie. Er komt ander nieuws uit Nederland. Over relschoppers, sluimerend ongenoegen dat tot uitbarsting komt en legio roeptoeterende, zelfbenoemde virologen, sociologen en epidemiologen, aangevuld met onderwijsdeskundigen en statistici die het allemaal wél weten. Het klinkt als veel frustratie. Recente aanvulling: ijsmeesters. En ruim voldoende schandalen om je over op te winden.

We moeten terug naar de menselijke maat klinkt het. Terecht, zonder menselijke maat gaat niets, zonder is er geen samenleving. Meten met die maat vereist wel het eigen menszijn, inclusief lek en gebrek, te kunnen zien voor wat het is: (hopelijk) van goede wil, maar zeker ook gemankeerd. Met menselijke maat meten begint bij zelfreflectie, het begint ook bij kleine zaken.

Vorige week Doni naar het vliegveld gebracht en we wilden even lunchen. Alles dicht, alleen McD was open. Vooruit dan maar. Je kunt er tegenwoordig alleen nog bestellen en betalen via een machine, komt geen mens aan te pas. Bel een bedrijf of instelling met een vraag en je mag bingo spelen op je telefoon tegen een computer. Bij de supermarkt heeft aan de kassa nauwelijks iemand tijd voor een praatje. Binnenkort spreek je helemaal niemand meer, je mag dan zelf de boodschappen scannen en betalen via een apparaat. Op internet ‘communiceer’ je met een computer en wat je ook maar wilt wordt straks of morgen afgeleverd door een koerier die echt geen tijd heeft om ook maar één woord met jou te wisselen. Het menselijke verdwijnt uit het dagelijkse, we zien het gebeuren en dan? Internetgiganten wentelen de kosten van een showroom af op lokale, fysieke winkels en worden schatrijk. In het proces worden die winkels wel om zeep geholpen. We schieten onszelf in de voet of erger. Omwille van een lagere prijs en snelle service, 😂😂😂, gaan we ermee akkoord, vergetend dat het gevolg afdoet aan een menselijke samenleving en dat die lagere prijs echt maar tijdelijk is. 

De kleine dingen. Met de grotere heb ik zelden of nooit direct te maken. Ik ben geen vluchteling of asielzoeker, ik heb kleurtje noch dubbel paspoort, woon niet in Groningen en verblijf niet Moira. Ik heb geen bijslag kinderopvang en niemand gaat me terug in zee duwen. Kortom, ik zit gebijteld, het zal mijn tijd wel uit duren. Niet dus.

Een ander de menselijke maat ontzeggen is een opmaat naar het failliet van de samenleving. Achter statistieken en cijfers, achter efficiëntie en rendement zijn empathie en zorg voor elk ander verdwenen. Ook, misschien vooral, in programma’s van politieke partijen die vaak ook de waan van de dag even ‘meenemen’. Het individu werd onzichtbaar. Niemand van ons wil dat echt, de peilingen wekken niettemin de indruk dat (te) veel kiezers (te) weinig oog hebben voor wat velen direct, en ons allen op termijn, gaat schaden.

Is politiek een echo van die samenleving of (ook) die van een luidruchtige minderheid? Scoren partijen met een doorwrochte analyse en visie of met de waan van de dag?  Het heen en weer kaatsen van opvattingen, ook dubieuze, doet hun volume aanwellen en van lieverlee lijkt (haast) alles normaal. Janmaat zou verkiezingsprogramma’s van sommige ‘middenpartijen’ met instemming lezen.

Asalnya dimana? In haast elke ontmoeting hier komt die vraag: waar kom je vandaan? En ergens, vaag vanbinnen, sluimert dan licht ongemak over het antwoord. Niet alle bladzijden van de Indonesische geschiedenis, ons land schreef er driehonderdvijftig jaar lang aan mee, zijn vrij van Nederlandse (bloed)vlekken. Toch word ik er nooit op aangesproken, nooit een ‘ik wil mijn fiets terug’. De schuld aan die vlekken ligt bij hen die opdracht gaven, faciliteerden en eraan meewerkten. Indonesiërs weten dat ook.

Voor vlekken vandaag gemaakt ligt dat anders. Democratie is medeverantwoordelijkheid. En er zijn nogal wat vlekken, gore vlekken. Als toekomstige generaties erover lezen in onze geschiedenis, hoop ik dat ze ook kunnen lezen over tegenkrachten, de zachte krachten zo u wilt. En dan graag over tegenkrachten die het tij gekeerd hebben. Nog even en er zijn verkiezingen, stemmen is een verplichting aan de toekomst. Een ander geluid zullen we zelf ten gehore moeten brengen. Niet schreeuwerig, wel indringend. Heel indringend. Ik ga verdraaid goed opletten waar mijn stem heengaat. Er is niet heel veel keus voor wie die menselijke benadering essentieel vindt. Opletten dus!

En intussen, nooit vergeten: laat je blij maken door alle mooie dingen die ook overal plaatsvinden en voeg er een paar aan toe. Lieve groet, Frank

Een nieuw jaar

Lieve Allemaal,

Het is alweer zeven dagen het nieuwe jaar in, niet te laat om u allen hierbij (nogmaals) een goed en gelukkig jaar toe te wensen. Het was een rustige jaarwisseling met weinig, ook hier verboden, vuurwerk. De gouverneur verordonneerde zelfs een uitgaansverbod na elf uur ’s avonds. Zoef de hond wordt gek als het gaat knallen dus (ook) hij was er wel blij mee. Wij lagen om kwart over twaalf, oliebol- en appelflapvrij, in bed.

Januari, lastige maand. Volgende week kennen Doni en ik elkaar vijftien jaar. Iets om blij mee te zijn maar wat behoorlijk botst met andere data. Dezelfde dag is het zeventien jaar terug dat Emmanuel en ik ringen kochten en uitwisselden bij Stellenbosch in de Kaap en tien dagen later ligt die in-zwarte dag alweer zestien jaar achter. Het blijft een tijd van ’s nachts wakker schrikken, van gaan door de kamer en overvallen worden door weemoed bij het zien van een foto, een beeld, een mondharmonica … Toch is het in wezen niet anders dan in andere maanden. Als altijd gaat het erom te leven met wat is: de omstandigheden van vandaag én een schat aan dierbare herinneringen. Die foto’s op de schrijftafel bekijken en een klein moment de blik naar binnen keren. Dwalen door die oneindig grote woning, ontspannen wandelend of woedend stampvoetend door dat huis waar wordt bewaard en gekoesterd. Even maar, er zeker niet gaan wonen. Leven met wat is en daar dankbaar voor kunnen zijn: de dagelijks opdracht die deze weken alleen iets lastiger in te vullen is.

Ik schrijf dit op de nieuwe computer, de vorige, een waanzinsdure Apple laptop, gaf er na drie jaar definitief de brui aan. Drie keer het toetsenbord vervangen heeft niet geholpen, de klachten bleven komen en nu ging ook het beeldscherm op zwart. Voor nu geen laptop meer, blijkbaar zijn de bewegende delen in dit klimaat een probleem. Jammer dat de voorlopige (geringe) verdiensten met mijn nieuwe e-boek daaraan opgingen of, een geluk dat er net voldoende was voor de laptop helemaal dood was? Dat dus!

Intussen zien we het nieuws uit de VS, schokkende berichten met zo mogelijk nog schokkender foto’s. Als kind had ik (en waarachtig niet alleen ik) een grote bewondering voor Amerika die grensde aan jaloezie. In dat land kon alles, daar was iedereen welvarend en in de gelegenheid elke droom waar te maken. “The land of the free.” Dat beeld is al lang bijgesteld. Het blijkt een land waar veel goed gaat maar ook verbijsterend veel mis. Van kampioen democratie zakte het land naar de status van democratisch fors gemankeerd. Intussen is het tot een verdeelde puinhoop verworden. De psychopaat die het huis in brand steekt voor hij de sleutels overdraagt aan de nieuwe bewoner woont nog even in dat witte huis. Ver weg. De bruine ideologie waarvan hij het gezicht is, is dat niet. Een importverbod voor die ‘waarden’ zit er niet in en zou ook niet effectief zijn. We hebben zo onze eigen ‘productie’. Straks in maart is het meer dan ooit opletten.

De komende tijd ga ik verder met schrijven, voor nu even geen glas. De oogoperatie is weliswaar goed verlopen, zo goed zelfs dat ik veraf weer zonder bril kan zien, maar op een of andere manier is diepte inschatten een groter probleem dan het was. Geen idee waar het aan ligt. Het linkeroog was en is bijna blind maar functioneerde net voldoende om diepte te zien. Dat oog is niet veranderd en toch… Ook kleine lettertjes en andere details zijn opeens lastiger, m’n werk wordt er erg vermoeiend door, frustrerend ook. Volgende week weer een afspraak in de oogkliniek.

Ik hoop dat het in mei of juni mogelijk zal zijn naar Nederland te reizen. Als dat lukt wil ik daar dan een tentoonstelling organiseren met alle werk dat er intussen is. Het kan geen uitverkoop heten maar iets speciaals wil ik wel gaan doen. En alle dit jaar gecancelde workshops, ik hoop  dat ook die dit jaar gewoon door kunnen gaan.

Lieve groet, Frank       

Gewoon doorgaan

Een uiterst dubieus persoon, een oude man die 340 dagen per jaar, omringd door een stel leuke jonge mannen in Spanje woont en daar god weet wat uitvreet, laat mij, ondanks het feit dat hem een zwaar gesubsidieerde schimmel ter beschikking is gesteld en hij zelf in het bezit schijnt van een oude stoomboot, liever barsten terwijl hij ‘thuis’ blijft ‘werken’ in een paleis dat niet van hem is. Gewoon te beroerd om mijn schoen, een ietsje uit de route misschien, te bedienen. Ik vind daar iets van.

Lieve Allemaal

Lang niet geschreven, vooral ook omdat de dagen bepaald niet gevuld zijn met enerverende gebeurtenissen. Bali is nog steeds stil, het meeste is dicht hoewel, hier in Ubud waar veel expats wonen, iets minder schokkend dan in de echte toeristen/badplaatsen. Om mijn nieuwe bril af te halen moest ik deze week even in Kuta zijn en het was surrealistisch. Straten vol dichte luiken, geen mens te zien. Hier in Ubud zijn de wegen nog steeds, of alweer, vol verkeer, Balinezen waarvan ik geen idee hebben waar ze vandaan komen of heengaan. Overal werkeloosheid en faillissementen – hier zonder ww uitkering, ondersteuning of wat dan ook – en blijkbaar toch met iets bezig. Ik hoop maar dat het ze iets oplevert. Deze week, zoals gezegd was ik in het zuiden, zag ik een fenomeen dat ik niet eerder zag in Bali: bij een aantal stoplichten oude, zeer oude mensen die om geld of eten vroegen. Hier in Ubud en omgeving zie ik regelmatig mensen die allerlei waar – snacks, houtsnijwerk, kralenkettinkjes of sarongs – te koop aanbieden. Ik koop veel onzin deze dagen – druppels naar een onoplosbaar probleem.

Eerder waren er hardnekkige geruchten dat Bali open zou gaan op 11 september, toen werd het 1 december maar, afgezien dat niet Bali opengaat maar Indonesië (of niet natuurlijk), blijft het land gewoon gesloten. Alleen voor mensen met een duur businessvisum wordt een uitzondering gemaakt. Toeristen met geld schijnen daar dan weer misbruik van te maken maar … het blijft stil in Bali. Intussen komt het nieuws uit Nederland en de rest van de wereld hier natuurlijk gewoon binnen. Tijd genoeg – teveel denk ik wel eens – om alles te lezen en te zien. Eén van de oudste (waarachtig niet perfecte) democratiën onder vuur van een oranje huilbaby én een groot deel van ‘zijn’ partij, dat laatste pas echt zorgwekkend. Politieke waanzinstoestanden in nogal wat landen, NL niet uitgezonderd.

De kinderen in Moira zullen het voorlopig met de belofte dat er iets gaat gebeuren moeten doen, voor nu blijven ze in een overvol tentenkamp, in de modder op giftige grond. Nederland heeft zo z’n eigen problemen – eigen volk eerst rechts extremisten die in de nek van grotere partijen hijgen – en daar is iedereen druk mee. Oplossing voor de kinderen in Moira: geen. Oplossing voor het gevaar van extreem rechts: een flink eind die kant op schuiven. Fatsoen inruilen voor meer stemmen. Christenen die graag christen willen zijn maar dat even niet kunnen vanwege ‘de coalitie’. Niet hun schuld dus.

Er zijn van die dagen dat Max Liebermann in gedachten komt.  ‘Man könnte gar nicht soviel essen als man kotzen möchte.’ 

Hier thuis gaat het betrekkelijk goed, ik heb nogal eens last van een dip maar met de altijd vrolijke Doni straks weer hier zal dat snel bijtrekken hoop ik. Zoef de hond kan tevreden zijn, ik weet niet of hij gelobbied heeft maar aan het begin va het dorp staat tegenwoordig een bord dat strenge straffen belooft aan eenieder die honden doodslaat, ontvoert of opeet. Niet dat het eerder wel mocht; het was altijd al verboden maar hier is een extra waarschuwing niet ongebruikelijk. Over heel Bali vind je borden die melden dat in die regio de verkeersregels gevolgd dienen te worden of, eigentijds, dat in dat gebied maskers moeten worden gedragen. Ook dat is allemaal gewoon de wet. Naleving wordt verder niet afgedwongen, er is geen of nauwelijks controle. Het doet me denken aan Zuid-Afrika waar jarenlang overal bordjes langs de snelweg stonden dat er cameracontrole was. Er waren veel bordjes maar lange tijd nog geen camera’s. In Indonesië is veel verboden maar niet zo streng. Doni komt dinsdag weer thuis, hij was in Padang (Sumatra) voor de begrafenis van een familielid met bijbehorende 14 dagen van bidden, gisteren ging hij met de bus van Padang naar Lampung, een trip van 28 uur. Zoef zal blij zijn, ik ook.  

Veel liefs, Frank