Gedoe

Lieve Allemaal,

Griep en druk, heel druk. Kokosnoten die op het dak vielen waardoor pannen vervangen moeten worden, de deuren in ons houten huis sluiten slecht of niet door alle vochtigheid, de deurpost van de achterdeur is verrot merkten we toen de deur er spontaan uitviel. Een kokokan (soort witte reiger) vreet onze visvijver leeg; een plan is gewenst. Ach gut, zijn dat uw problemen? Valt wel mee natuurlijk maar gedoe. Projectjes afmaken voor het nieuwe E-boek, teksten schrijven, fotograferen; het is eindelijk klaar. Nu hopen dat het verkoopt. Intussen bleef het schrijven van een blog maar liggen. Ik denk wel aan jullie hoor maar ik kwam er gewoon niet aan toe.

Het regent in Bali, het regenseizoen is dit jaar vroeg en extreem hevig begonnen. Het komt met bakken naar beneden, elke dag. En ik – is een afwijking – word er bloednerveus en ongerust van. Ook vandaag staat de tuin weer volledig onder water. Klein bier hoor, het is elders op het eiland veel erger. Landverschuivingen, gebouwen die instorten, wegen niet meer toegankelijk, motorfietsen die wegspoelen, auto’s die door de modderstromen niet meer voor- of achteruit kunnen. Het meest trieste beeld vond ik nog de crematie processie die in slagregens voortploeterde door de modder en nauwelijks vooruitkwam. Zo de laatste eer bewijzen, dat is hard.  

Die regen is er (en er komt nog veel meer aan is de voorspelling), kan niemand iets aan doen. De drukte door de aanzwellende stroom toeristen idem en dat is goed voor de wankele economie op het eiland.  Door een gebrek aan planning en visie – geen waterafvoer, bebouwing waar dat onverantwoord is, geen enkele handhaving van de (verkeers)regels die er wel zijn, bestemmingsplannen onbekend of op z’n best een grapje – loopt het intussen behoorlijk uit de hand. De gouverneur van Bali stelt de vele verkeersopstoppingen een teken zijn van veel toeristen, helemaal prima dus. Er mág van hem niet geklaagd worden. De droom van elke bestuurder: klagen gewoon verbieden. Drukte ontstaat door veel verkeer – goed. Chaos door wanbestuur – niet zo goed. Als gast in dit land moet ik inderdaad mijn mond houden maar joh, als ik Balinees was…

Afgelopen week kwam Doni terug uit Lampung. Op het laatste moment werd zijn vlucht gecanceld en dan beland je in een ‘zoek het maar uit’ situatie. Na veel telefoneren kon de vlucht gewijzigd worden, er moest wel Rp 25.000,– (nog geen € 2,–) per direct betaald worden. ‘Ok, hoe moeten we betalen?’ Weer een paar uur aan de telefoon en op de email, tientallen vragen beantwoord, geen antwoord gekregen. En toen kwam een mail dat de boeking voor de gewijzigde vlucht vervallen was. Niet op tijd betaald, eigen schuld of zo. Heel veel is anders in dit land maar de kafkaëske toestanden in contacten met grote organisaties zijn precies als overal.  Het is uiteindelijk goed gekomen doordat Doni rechtstreeks naar de balie van de luchtvaartmaatschappij is gegaan. ’s Avonds heel laat kwam hij thuis.

In november reis ik naar Europa. Les geven in Duitsland en waarschijnlijk Zwitserland en heel even, een paar dagen maar, in Nederland. Ik zie ernaar uit en ik zie er tegenop. Even van Bali weg is wel gezond, vrienden weer zien is fijn, die lange (en dure) vlucht en twee drukke workshops is een prijs die dan betaald moet worden. Misschien tot spoedig.

Lieve groet, Frank

Voor wie van opera houdt een tip. Bruno de Sá vertolkt de mooiste Orpheus die ik ooit zag en hoorde. Tientallen keren beluisterd, dat is ook een afwijking geef ik toe.   https://www.youtube.com/watch?v=HzfqD5dRbgc

Daar denk ik dan over.

Lieve Allemaal,

Daarnet een aardbeving. Het went niet. Het hele huis staat te schudden, wij rennen naar buiten om, als de boel omvalt of instort, veilig te zijn. Het grasveldje voor het huis golft onder onze voeten, de poort helt over en bomen zwiepen heen en weer. Voor een minuut of twee is de aarde, onze moeder aarde, een dreigende vreemde. Dan is het over. Honden stoppen met blaffen, vogels zingen, de zon schijnt nog steeds. Wat blijft is het weten deel te zijn van een onbegrepen geheel.

Recent zag ik een met de microscoop genomen foto van een daas. Een schepsel met onaangename kantjes dat, in vergelijking met een mens, pietluttig klein en onbeduidend is. Intussen: mogelijk zijn er 150 miljard sterrenstelsels met elk zo’n 100 miljard sterren waarbij elke ster gemiddeld bijna 2 planeten om zich heen heeft cirkelen. Hallo rekenwonder, roept u maar. Van al die planeten is de aarde er één. Nasa toont een beeld van 13 miljard lichtjaren geleden. Ja hoor, zo’n daas is echt lachwekkend klein.

Een daas.

Ik vind het lastig te geloven dat de aarde van al die planeten – ik laat al die nullen even weg – de enige plaats is waar leven is. Moeilijk aan te nemen dat niet ergens in die eindeloosheid leven is dat het triest makende egocentrisme en de kleinzieligheid die een permanente bedreiging vormen voor het voortbestaan van onze beschaving niet ver achter zich heeft gelaten. Of het tegenovergestelde, het kan ook erger al is dat soms moeilijk voor te stellen. Maar ook, kijkend naar alles wonderbaarlijk in onze wereld – zie die daas hierboven – lijkt het haast onmogelijk dat er, waar dan ook, een herhaling in enige vorm bestaat. Geen idee dus, deel van een onbegrepen geheel. Maar wel een deel. Jalāl al-Dīn Muḥammad Rūmī schreef in de dertiende eeuw: ‘Jij bent geen druppel in de oceaan, je bent de hele oceaan in een druppel’. Zou je oceaan kunnen vervangen door universum? Het houdt me bezig. Sluimerende gedachten, weer klaarwakker geschud door een aardbeving. In een paar minuten wordt mijn beeld over m’n plaats op deze aarde opnieuw scherp gekaderd. Deel zijn van iets waarvan de grootsheid mijn voorstellingsvermogen ver overstijgt maar ook eenzame gast op een aardbol die mensen niet nodig heeft. Eenzaam, toch veilig geborgen in de omarming van de grootsheid waarvan ik deel ben. Ik ben niets, ik ben alles. In ons lichaam doen acht biljoen rode bloedlichaampjes hun werk. Niet één die zich klein voelt, geen waant zich belangrijker dan de ander. Ze doen hun werk. Daar denk ik dan over. 

De slijpmachine werkte niet meer. Een elektricien kwam en stelde vast dat de ‘inverter’ (???) kapot was. Niet meer te repareren. Een probleem want dat ding is ingebouwd en het nieuwe model is groter, past niet. Met moeite een tweedehands apparaat kunnen kopen (€ 200,–) maar, helaas, na één keer gebruiken ook kapot. In Nederland was nog een bedrijf dat het oude model op voorraad had dus, toen ik daar was, heb ik dat gekocht. € 300,–. Mijn vertrouwen in de elektricien was intussen niet groot meer. Via de fabrikant van de machine vond ik een ander. Het nieuwe apparaat is ingebouwd, de oude is ook helemaal is orde, net als de tweedehandse. Een ‘switch’ van € 12,– en de boel was opgelost. Iemand in voor een ‘inverter’ tegen een nette prijs? Zal wel niet al zou het welkom zijn. Niets te klagen hier hoor maar dat het allemaal wat lastiger wordt is wel duidelijk. De euro is opeens, met dank vooral aan mijnheer Putin, een 15% minder waard en ook in Indonesië slaat inflatie met zo’n 10% toe. Niet alles kan meer zeggen we dan maar… moest dat dan, alles?   

Een dikke veertig jaar geleden kochten we het goedkoopst mogelijke ticket naar Indonesië. Een stoptrein door de lucht, meer dan dertig uur onderweg, het kostte fl. 2200,– en dat zou in huidig geld gerekend zo’n € 2600,– zijn. Ik heb nogal eens geklaagd over tickets die steeds goedkoper werden. Een verstopt Schiphol nog de minst schadelijke bijwerking van een industrie die hard meewerkt aan het om zeep helpen van het milieu. Voor een paar tientjes naar Barcelona; te aantrekkelijk om te laten lopen maar intussen… Voor € 800,– op en neer naar Bali, zelfde verhaal. Gisteren ontdekte ik dat een ticket naar Nederland intussen zo’n € 2500,– kost. Ben ik er blij mee? Nou… uuuhhh…   

Lieve groet, Frank

Consuminderen?

Lieve Allemaal,

Ik schrijf deze blog vanaf eiland Sabatha; het huis staat alweer in één grote plas water. Het is het droge seizoen maar dat is te bestemder plaatse nog niet doorgedrongen; elke dag plensbuiten en voor de komende week ziet het er niet beter uit. Mijn regel ‘als het regent ga ik gewoon niet’ heb ik op moeten geven en met een paraplu op de motor… Niet dat het een lolletje is in Ubud te rijden. Eenrichtingsverkeer blijkt een grapje, waar parkeren verboden is staan dubbel en driedubbel geparkeerde voertuigen plus een bende scooters op het trottoir terwijl massa’s motorfietsen zich door massieve files wringen waarbij onduidelijk is wie het er slechter vanaf brengen, de Balinezen of de toeristen. Gelijk spel denk ik.

Bali aanraden als vakantiebestemming? Nee, hoewel er een nieuwe generatie toeristen lijkt te zijn – van die gasten die niet zonder dikke motorfiets en machogedrag kunnen – die het prima vindt. Verder veel nieuwe kolonialen die, eigen belangrijkheid over- en Indonesiërs onderschattend, hier hun fortuin denken te kunnen maken. Via illegale of half legale (da’s ook illegaal) constructies trekken ze delen van de lokale economie naar zich toe. Met tegenzin geef ik toe dat het sommigen nog lukt ook. Er is ruimte voor. In de euforie van ‘er zijn weer toeristen’ zijn alle plannen om Bali tot een kwaliteitsbestemming te maken vergeten en visa voor wie betaalt eenvoudig te verkrijgen. Hoe meer mensen hoe liever en regels handhaven doen we niet. Doni en ik houden het wel uit hier – een plezierig huis en een mooie omgeving – alleen Ubud moet zoveel als maar kan vermeden worden. We rijden er graag een paar kilometer voor om. Het ‘pittoreske kunstenaarsdorpje Ubud’ bestaat al lang niet meer en grenzen aan de groei is een onbekende kreet.

Voor Indonesië niet helemaal onbegrijpelijk. Vijftig jaar geleden kwam het rapport van de club van Rome uit. Grenzen aan de groei. Het heeft niet veel indruk gemaakt. De wereld gebruikt gemiddeld 1,65 maal per jaar dat wat de aarde kan leveren. Indonesië gebruikt 1,04 aarde, Nederland heeft 3,45 aarde nodig,  de VS kan niet zonder 5. Indonesië praktisch op de grens van wat kan, vooral landen in Afrika met een verbruik ver onder de 1 zorgen voor het, nog steeds schokkende, gemiddelde. En overal willen mensen ook wel een koelkast, en een auto, en een computer, en AC, en en en. ‘Even voor de helderheid,’ schrijft de auteur van een artikel in het NRC, ‘we hebben één aarde’.

Leegstromende kerken hebben we in Bali niet. Nou ja, leegstromende tempels dan. Gisteren na alle files (grumble, grumble) nog een keer in een file verzeild geraakt waar meer dan een uur nul beweging in zat. Een ceremonie met een optocht van vele honderden mensen. Motor uit, stilstaan en kijken; in de file staan werd voor even nog leuk ook. Tientallen muziekgroepen, vrouwen met torenhoge offers op het hoofd, beelden die meegedragen werden, mensen die gewoon meeliepen; iedereen in fantastische, traditionele kleding. Vooral viel op dat verreweg de meeste deelnemers jong waren. Of dat met diepgevoelde religiositeit te maken heeft betwijfel ik. Adat (hoe we het altijd gedaan hebben) plus de sociale controle houden de zaken in toom. Of dat gunstig is valt te bezien, te grote volgzaamheid kan vooruitgang behoorlijk in de weg zitten. Een vooruitgang die ook op het ‘eiland van de goden’ vooralsnog helaas alleen lijkt te bestaan uit meer groei en meer consumptie. Dat dan weer wel.

Lieve groet,  Frank.   

Ilham uit Lampung haalde zijn toelatingsexamen voor het openbaar voortgezet onderwijs met een prima score. Gunstig voor Ilham én voor zijn ouders want een openbare school is gratis. Ik stuurde wat geld zodat hij wat voor zichzelf uit kon zoeken. Dat deed hij: hij koos met het hele gezin eten bij MacDonalds. 

50 jaar?

Lieve Allemaal,

Een speciale dag, ik was jarig. Letterlijk honderden e-mails, telefoontjes, berichtjes en whatsapp’jes, maakten de dag extra bijzonder. Veel reden om dankbaar te zijn hoewel er ook de verdenking is van een grote kalenderzwendel. Overleg met het jongetje binnenin bevestigt dat het niet kán kloppen; dat zeventig bedoelen we dan. Maar, ik ben blij en dankbaar met een nieuw jaar en ga mijn best doen er iets moois van te maken. Nogmaals, veel dank voor alle lieve wensen.

Oud worden in Bali is zo slecht nog niet. Heine schijnt gezegd te hebben dat hij, als de wereld ten onder ging, in Nederland ging wonen want daar gebeurde alles vijftig jaar later. Heine kende Bali niet en tijden zijn veranderd maar het zal hier nog wel even duren voor de ergste verschrikkelijkheid toeslaat… hoop ik.  Op tv zie ik een programma over robots die in de zorg ingezet zouden moeten worden. Een ontwikkeling die aan het begin staat, in Nederland vooralsnog alleen een bolle doos op wielen met lampoogjes en pathetisch zwaaiende ‘armpjes’ die liedjes met bejaarden zingt en ze met ingeblikt begrip tot gymnastiekoefeningen aanzet. In Japan een proef met een robot die aan stervensbegeleiding doet. Bij gebrek aan familie en vrienden wrijft een metalen tentakel met een zacht padje dan over je arm terwijl je dood ligt te gaan. ‘Rustig maar, ik ben bij je.’ Mag je een robot doodmaken en kan je dat dan nog?

Nederland is een geweldig land en heel veel is heel goed geregeld, tot een niveau waar Indonesië nog lang niet aan toe is. En toch is het hier, met een financiële positie van AOW en een beetje, goed toeven. Mooi weer, prachtige natuur en aardige mensen. Hulp nodig, desnoods klokje rond? Dat kan ik betalen. Medische zorg kent (voor mij) geen wachtlijsten, en een loodgieter of elektricien is snel gevonden al laat de kwaliteit dan meestal weer wel te wensen over. Veel gaat dus soepeler, heel veel is zeer slecht of niet geregeld, alleen ben ik in de bevoorrechte positie daar geen last van te hebben. Een beetje zoals het is voor veel mensen in Nederland: de ellende van decennia neoliberale politiek gaat aan ze voorbij. Verreweg de meeste Indonesiërs hebben die last wel; zowel ‘daar’ als ‘hier’ vraag ik me af of en wanneer echte veranderingen ingezet gaan worden.  

’s Avonds eet ik in een klein restaurantje verderop. Doni is in Lampung dus het is de hond en ik. Een lange bank voor mij alleen en het is wat druk met gasten. Een man wil erbij komen zitten, ik vind het prima. Hij vraagt allerlei, vertelt zelf uit Rusland te komen en de laatste twee jaar op Bali te hebben gewoond – vastgezeten door de pandemie en nu weer door de problemen in Rusland en Amerika. ‘Amerika, wat dacht je van Oekraïne? Daar zijn de echte problemen lijkt me,’ antwoord ik. ‘Dat is Rusland’, antwoord hij gedecideerd. Mijn tegenwerping dat het een onafhankelijk land is wordt weggewuifd, Oekraïne is gewoon Rusland en de Russen jagen alleen even de nazi’s het land uit, heeft niets met oorlog van doen. Zeker na een lang gesprek die middag met iemand die is gevlucht uit Oekraïne, zeker na de dagelijkse beelden van de verschrikkingen daar in de media, valt het niet goed. Twee jaar is hij in Bali, alle mogelijkheden zich ongefilterd, vrij van fascistenpropaganda te informeren en dan deze gotspe. Er begint iets te koken en ik weet waar dit heengaat als ik mezelf niet stop. ‘Ik wil er verder niet over praten,’ zeg ik. ‘Ja maar …’ ‘Ik praat niet verder!’ Staccato. Nog steeds vraag ik me af of ik een keer verstandig was of gewoon laf.   

Zoals eerder gemeld is de situatie in Bali weer bijna helemaal zoals vroeger, mét alle plus- en minpunten die daarbij horen. En, inderdaad en helaas, de overheid heeft weinig geleerd, de plannen om Bali minder afhankelijk te maken van toerisme lijken verdampt. De gouverneur koos recent als prioriteiten o.a. het controleren van de verplichting voor winkels en restaurants om op de donderdag traditionele kleding te dragen – vergelijk: Rutte die Nederlanders verplicht een dag in de week op klompen te lopen – en naamplaatjes die vanaf nu in Balinees schrift moeten zijn. Bali als openluchtmuseum, de bevolking het personeel.

Ibu Putu, de oude dame van ver in de zeventig die hier vlak bij een warung (mini restaurantje) had is ermee gestopt. Dicht gedurende de pandemie en opnieuw beginnen… ze ziet het niet meer zitten. Jammer voor haar, het gaf haar een bezigheid en aanspraak. Jammer voor ons want een best redelijke en goedkope eetgelegenheid is weg, inclusief de lange gesprekken met de Ibu. Er is veel verdwenen, en niet alleen door de crisis. Ook de speciaal winkels – kleine onderneminkjes in groente en fruit, offertjes, kruidenier achtige stalletjes, simpele kleding – gaan er vroeg of laat aan. Het zal mijn tijd wel duren maar supermarkten en andere kapitaalkrachtige ondernemingen hijgen ze in de nek. Lege plaatsen in de winkelstraten worden verrassend snel opgevuld, vooral door veel van hetzelfde. Ook hier ketens als Starbucks, Dunkin Donuts en meer van dat spul, alleen McDonalds krijgt geen permissie van de Cokorda, de koning van Ubud. Nog niet. Ook voor Bali lijkt vijftig jaar later een conservatieve schatting.

lieve groet, Frank  

Thuis

Lieve Allemaal,

Meer dan vier drukke maar mooie weken in Europa geweest en het was goed. Gelukkige ontmoetingen, warme badjes overal en ook nog gewerkt en veel objecten afgeleverd. Wel duur geworden, de inflatie slaat duidelijk toe en er lijkt een inhaalslag gaande om de tekorten van de lockdown aan te zuiveren. Ook hier in Indonesië alles duurder en dat heeft een heel wat ernstiger impact. Bakolie verdubbeld in prijs, benzine – hier nog steeds spotgoedkoop in vergelijking met Nederland – ook flink omhoog; van € 0,60 naar bijna € 1,–. Zouden we in Nederland wel mooi vinden maar hier is het een forse aanslag op het budget. Voor ons ook wat inleveren omdat de Euro in waarde gezakt is en ik nu meer dan tien procent minder Rupiah’s voor mijn Eurootjes krijg. Maar, deze maand vakantiegeld van de AOW en ik ben weer thuis!

De reis terug viel eerst mee en toen toch nog tegen. Rustige vlucht, alle bagage geaccepteerd, zowel over de kilo’s boeken als de kilo’s die ik persoonlijk verzameld had geen gezeur. Wat gedoe in Singapore, heel veel gedoe in Jakarta en toen de (heel Indonesische) wachtrij voor de paspoortcontrole. Vijf uur in een chaotische toestand wachten tot je aan de beurt bent. Half zeven geland, half één in het hotel waar de airco in de kamer op 10 graden stond en niet veranderd kon worden. Iemand moet gedacht hebben dat ik Nederland al miste. De volgende dag zonder probleem naar Bali en nu dus weer thuis. De weg naar huis is soms wat lang…

Thuiskomen en alles in op z’n plaats vinden; m’n stoel, het bed, de hond en Doni. En vijftig nieuwe tuingenoten; Doni heeft de vijver voor het huis opgeknapt en van nieuwe vissen voorzien en is daar nog steeds druk mee. Een beetje eten geven, vuiltje uit de vijver vissen en kijken, veel kijken.

Het is warm in Bali en gelukkig is de situatie zeer verbeterd. Het eiland is open voor toeristen en die komen dan ook. Waar in die paar weken al die mensen vandaan zijn gekomen begrijp ik nauwelijks maar er lopen weer toeristen in het dorp en de straten staan weer vol met aanbieders van ‘Transpor transpor’. De file’s zijn terug, winkels weer open, in het zuiden kun je weer naar de disco; er is weer activiteit alom. Aggessieve toeristen met een grote mond, vechtpartijen in Kuta en ook hier in Ubud, idioten die een motor hebben gehuurd en geen idee hebben hoe, types in zwemkleding 30 km van het strand vandaan , klagers bij de bank die de balie medewerkster persoonlijk verantwoordelijk houden voor de slechte koers…  Het is er allemaal weer en wij vinden het lastig, en zijn er blij mee. Of Bali veel geleerd heeft van alle ellende is zeer de vraag maar de terugkeer van toeristen was hoog, hoognodig.

Maartje Wortel citeert in het boek ‘Een Zinvol Leven’ de actrice Mimi Kok. “Soms zit ik thuis op de bank en denk ik: wanneer mag ik naar huis?” Een vreemde vraag en m’n eerste reactie is ‘wat jammer, wat triest voor je’. En dan komt de onrust van herkenning want die vraag is mij, wellicht anders verwoordt, ook niet vreemd. Wanneer mag ik naar huis? En ook ik ben dan gewoon in het huis dat m’n thuis is.

Als dat koninkrijk in ons midden onbereikbaar lijkt, als de vrede zoek is, is verlangen naar elders misschien wel een voor de hand liggende reactie; ik denk eigenlijk aan niemand vreemd. Nooit was er oorlog op de plek waar ik woonde en ik noemde het vrede. Nu is het oorlog bij ‘de buren’, ‘komt het dichtbij’ – de eerste gevolgen zijn intussen overal merkbaar – en is er zorg dat het overslaat naar het continent, naar de wereld. Dat het elders in de wereld even rampzalig of erger was en is …

Dat begrip van vrede toen rustte op een manke definitie. Als vrede gelijk is aan de afwezigheid van oorlog ga ik geen vrede meemaken. Niemand van ons gaat dat beleven. Mag ik naar huis? Ik zal het niet voor het laatst gedacht hebben en toch, juist met de wereld zo gruwelijk in brand, is het meer dan ooit zaak dat rijk in mezelf te zoeken en van daaruit aan het werk te gaan. Vrede is ook een activiteit.  

Het schrijven van een blog heeft lang op zich laten wachten. Het drama in Oekraïne was daar zeker debet aan; wat kan ik aan zinnigs schrijven? Toch maar weer begonnen, we moeten verder, er is veel, heel veel te doen.    

Lieve groet, Frank

Booster

Lieve Allemaal

Het is al februari en ik kwam nog niet aan schrijven toe. Januari is altijd al een lastige maand en met de gezondheid – niet veel te klagen hoor – loopt niet alles perfect. De artsen hier zijn wat slordig en zien het al gauw makkelijk in. Intussen zijn ze ook niet heel mededeelzaam, een beetje zoals vroeger ook in Nederland, ‘de dokter weet wat goed voor u is en hoeft niets uit te leggen’. Ik geloof niet in het in sommige kringen populaire ‘eigen onderzoek’ maar bij nieuwe pillen kijk ik hier toch even op google. Nee dokter, het doet geen zeer, het is gewoon wat onaangenaam. En dan blijk ik pillen voor zware pijn bij kanker te hebben. En dat je daar strontmisselijk van wordt en geen alcohol mag vertelt niemand. Blij met bevriende artsen die telefonisch goede raad geven. Die pillen schijnen straks in NL op de zwarte markt best veel op te brengen. 😁

Frans belde, hij had gehoord dat er in het gebouw van de banjar (het buurthuis) boosters werden uitgedeeld. Zo’n bericht druppelt via via het dorp in, westerlingen als ik hebben geluk als ze het meekrijgen. Ik had dus geluk; inderdaad, lange rijen en chaos maar er was een boosterprik voor iedereen.

Klein incident was dat ik, toen mijn naam werd afgeroepen, naar de verkeerde persoon liep en die had zich voorgenomen die dag helemaal niks te pikken, en al helemaal niet van een bule (blanke). ‘We accepteren geen klachten,’ vuurde hij boos. Maaf, maaf Pak 🙏 hielp niet echt.

Ik kan me wel iets voorstellen bij die irritatie. Eerder was ik in de supermarkt. ‘No mask, no service’.  Tientallen westerlingen lopen vrolijk rond zonder het verplichte masker, het personeel durft niets te zeggen. Balinezen gaan de confrontatie uit de weg maar ik stel me voor dat ze er wel iets van vinden. In vergelijk mét valt het aantal besmettingen hier mee. Dat zal voor een deel aan gebrekkig bijgehouden cijfers liggen maar mogelijk helpt ook dat het leven hier zich vooral buiten of in deels open ruimtes afspeelt. Niettemin, de gevolgen van de pandemie zijn heftig. Toen we vorige week door Ubud reden telden we 92 leeggeruimde en talloze gesloten winkels. Eerst allemaal gesloten bij gebrek aan toeristen, na twee jaar ellende was het geld voor verlenging van de huur bij velen blijkbaar op. Ze zitten thuis met wat voorraad, zonder perspectief.

Op een morgen heel vroeg wakker geworden, ik dacht het kwam doordat Zoef op de poort stond te beuken maar later begreep ik dat er een aardbeving was. Vaag staat me iets bij. Waarom Zoef in paniek raakte is dan ook verklaard. Geen schade. Overigens is Zoef, nu Doni in Lampung is, sowieso wat lastig dus misschien was die aardbeving niet de aanleiding. Ik word getolereerd als een wel aardige huisgenoot, Doni is zijn grote liefde en nu die er niet is heeft Zoef er soms tabak van. Hij wil dan weg. Hij zou makkelijk over de schutting kunnen springen maar dat durft hij niet dus gaat hij, totaal nutteloos want het werkt niet, op de poort rammen, bij voorkeur om een uur of 4 in de morgen. Als ik naar buiten kom en roep tijgert hij naar me toe en biedt zijn poot aan. Ik aai hem over de kop, zeg dat dit niet goed is en hoop er het beste van. Soms gaat het dan goed, soms. En anders: herhaling van opstaan, deur opendoen, roepen, tijgeren, poot.

Voor jullie komt de lente er spoedig aan, wij hebben altijd mooi weer. Ik doe mijn best er weer een mooie maand van te maken. We redden het wel. Lieve groet, Frank

Arch

Lieve Allemaal,

Emeritus Aartsbisschop Desmond Tutu, de grote man die zich het liefst Arch liet noemen, is niet meer. Ik denk aan de paar keer dat ik hem mocht ontmoeten en weer hoor ik zijn kakelende lach en de wijze woorden die hij, haast terloops, liefdevol en vol overtuiging sprak. Zij die het voorrecht hadden de Arch te ontmoeten en verstandig waren probeerden hun kant van het gesprek te beperken tot luisteren. Hijzelf daarentegen vroeg honderduit want hij was geïnteresseerd in en hield van alle mensen.

In het leven van Emmanuel en mij had hij een heel bijzondere plaats. We mochten hem ontmoeten en een email van de Arch na die verschrikkelijke gebeurtenis toen bewaar ik met dankbaarheid. Een laatste schakel naar ons leven toen is verbroken en, veel erger, Zuid-Afrika moet de mens die het geweten van de natie vormde missen en de wereld moet zonder de wijze en moedige Desmond Tutu verder. Vandaag is een dag van rouw en verdriet.

Mijn gedachten gingen naar de laatste keer dat we de Arch samen hoorden spreken en ik vond onderstaand epistel. Misschien schrijf ik nog wel een keer over mijn ontmoeting later, later nadat …

Lieve groet, Frank

Kerst in Kaapstad

Het was de eerste en, zo zou later blijken, ook de laatste kerst die we samen vierden. Vierentwintig december 2004, een wandeling in de zon langs de zeeboulevard en een drankje op een terras – zomer in Kaapstad brengt het kerstgevoel niet echt dichterbij. Vrienden hadden ons uitgenodigd voor een kerstontbijt de volgende morgen in een van de chique hotels die Kaapstad rijk is, later op de dag zouden we dineren op het Waterfront. Maar wat te doen op kerstavond, die avond van introspectie en verwachting?

We besloten naar de nachtmis in de kathedraal van Kaapstad te gaan. In de volle kerk vonden we redelijk vooraan plaatsen en, tot ieders verbazing, ging emeritus aartsbisschop Desmond Tutu voor. ‘Nee’, verzekerde hij ons, ‘u bent niet in een tijdmachine belandt en de huidige bisschop is niet ontslagen, hij is ziek en ik neem voor vanavond zijn plaats in’. ‘Als u dat goed vindt’, voegde de bescheiden grote man er aan toe. Wij vonden het een buitenkansje. 

De preek, ik denk dat het zo heet, was een bombardement van aanmoedigingen en inspiratie. Natuurlijk viel ook het woord ubuntu, een begrip dat Tutu na aan het hart ligt. Ubuntu, ik ben omdat wij zijn, een ‘je deel weten van het geheel’ dat verbondenheid en broederschap tot een aangename plicht maakt.

Hij benoemde de noodzaak het hogere in de ander te willen herkennen en vertelde de grap van de man die tijdens een overstroming in levensgevaar op het dak van een huis drie reddingspogingen afwees; een kano, een roeiboot zowel als een helikopter stuurde hij weg met de boodschap dat god hem wel zou redden. Zijn klagen bij god toen hij toch verdronken was vond geen gehoor. ‘Ik heb je twee keer een boot én een helikopter gestuurd en nu ga je klagen?’  

In eenvoudige woorden, toegesneden op het leven van elke dag, riep Tutu op de weg te gaan van imitatione Christi*. We ontmoetten een optimistische Tutu die met diepe ernst en zijn kakelende lach lokkende verten beschreef, vergezichten schilderde die heimwee opriepen, heimwee dat bevestigde dat die beelden altijd al in ons hart woonden. 

Later tijdens die dienst sprak de Amerikaanse zanger Harry Belafonte, toevallig in Kaapstad blijkbaar, over het goede dat de VS de wereld heeft gebracht en nog steeds zou kunnen brengen. Maar ook hoe egoïsme, eigenwaan en bullygedrag dat positieve inmiddels ruimschoots overschaduwden en hoe de verantwoordelijkheid aan ons allen toeviel het beter, veel beter te gaan doen. 2004 was niet veel anders dan 2021. De Amerikaanse consul verliet tijdens die speech, niet geruisloos, de kerk.

Toen wat later in de dienst het moment van de verzoening kwam was dat niet, zoals ik eerder in Zululand meemaakte, met een uitbundig omhelzen. Grote stad: een hand voor de buur voor, naast en achter je is daar voldoende. De ernst was er niet minder om. 

Wij hadden licht gezien, de hoop en kans op vrede, een welbehagen in mensen. Met een opdracht vooraan in onze gedachten liepen we door de zomernacht naar huis terwijl onze handen met elkaar spraken.

Frank van den Ham – Msimang

* Imitatione Christi, Thomas á Kempis.

Kwetsbaar

Lieve Allemaal, 

In 1859 schreef Charles Dickens over de tijden net voor en tijdens de Franse revolutie, een dikke zestig jaar eerder. Het had vandaag geschreven kunnen zijn.

Het was de beste der tijden, het was de slechtste der tijden, het was de eeuw der wijsheid, het was die der dwaasheid, het tijdvak van het geloof, het was dat van het ongeloof, het was het jaargetijde van het licht, het was dat der duisternis, het was de lente van de hoop, het was de winter der wanhoop; we hadden alles te verwachten, we hadden niets te verwachten …

Het zijn nogal donkere tijden en dat komt niet zozeer doordat de kortste dag dichtbij is. Als iets de situatie samenvat is het misschien wel dat we meer dan ooit onze kwetsbaarheid ervaren. Verwachtingen moeten bijgesteld, weinig is zeker. En onzekerheid maakt dat goede voornemens, het staan voor overtuigingen, het volharden in het plan het goede te doen; dat dat alles soms, eerder dan anders, vergaat in een gevoel machteloosheid. ‘s Morgens moedig op weg, een uurtje later struikelen over (alweer) een schaduw. Zonder wat licht op het pad is overeind komen lastig. 

Het is van alle tijden en toch lijkt het of we dit jaar meer dan ooit verlangen naar licht. Kerst staat voor die belofte: dat er licht zal zijn. Niet op een miraculeuze wijze, er zijn doeners nodig. Het verhaal vertelt van de geboorte van iemand die besloot zelf dat licht te zijn en dat ieder daarin kan volgen.

Zo simpel, zo moeilijk.

Waar het lukt dankbaar licht te kunnen geven, licht dat in de eerste plaats onszelf verlicht. Waar het niet lukt met een misschien wel gefluisterd ‘ik probeer het morgen opnieuw’. Nooit alleen, we zijn hier samen.

Ik wens u allen zinvolle dagen en een goed en gelukkig 2022.

Lieve groet, Frank

zorgen

‘Ik ween om kleinheid van de grote mannen waarvoor de macht steeds voor de inhoud gaat.’    

Mw Els Borst

Lieve Allemaal,

We hebben een kleine pauze, een paar dagen zonder regen. Het regenseizoen is vol in gang en de buien zijn heviger dit jaar maar nu dus even niet. Nieuw – in al die jaren nog niet meegemaakt – een storm uit het westen waardoor het terras drijfnat wordt. Nog steeds niets om over te klagen, andere delen van Bali staan gedurig onder meer dan een meter water.

Mijn operatie is achter de rug, vooralsnog valt het tegen. Een wond die niet heelt en niets is verbeterd, integendeel. Ik hoop dat tijd de oplossing is. De kosten, gedekt door de verzekering, waren wel verbijsterend laag. Verblijf in een eenpersoonskamer met douche en Ac, goede verzorging en keuzemenu voor de maaltijden: € 30,– per dag. Geen koffie te krijgen, dat dan weer niet, maar Doni bracht elke dag een beker. Prima zorg dus al is de administratieve afhandeling bizar. ’s Morgens om negen uur mocht ik naar huis, moest nog even blijven omdat de verzekering de betaling goed moest keuren. Om vijf uur kon ik een taxi bellen. Consulten voorafgaand en na de operatie moest ik zelf voorschieten. Nu blijkt dat een rekening, afgetekend voor voldaan, nog geen bewijs van betaling is; er moet een ‘kwitansi’ komen, één voor elke rekening. En die 5 formulieren die de specialist moest invullen moeten opnieuw, het is met een blauwe pen gedaan en dat moest ‘natuurlijk’ zwart zijn. Bureaucratie, ook dit land is er vol van.  

Corona is ook hier nog steeds een ding. De verplichte quarantaine was 8, werd 5 en toen 3 dagen. Vorige week zondag werden het er weer 7 en sinds vrijdag zijn het er 10. Een wat zwalkend beleid, waar kent u het van? Met een telkens veranderende situatie schijnt het niet anders te kunnen. Kritiek is niet zozeer een Indonesisch ding, de mensen accepteren gelaten hoe het is. Gerekend hoe de maatregelen er hier, een land zonder wezenlijk overheidssteun, inhakken is dat bijzonder. Misschien een gebrek aan opruiende types in het parlement en maatschappij? Nederland is een dikke 12000 kilometer van hier maar nooit ver weg. Het lijkt me daar allemaal niet zo geweldig te gaan. Populisten, haatzaaiers en bruin gevaar op de flanken, het midden staat onder druk. Met dank vooral ook aan dat midden zelf. Gedraai om de kiezersgunst, de onderschatting van wat de kiezer best wel weet of op z’n minst aanvoelt; een nieuwe bestuurscultuur lijkt ver, heel ver weg. De volksmenners en bruinhemden op de flanken zijn er blij mee. Is een verband tussen het citaat van mw Borst bovenaan deze blog en de lengte van de formatie? Dilemma: het is moeilijk te geloven dat de ploeg die zoveel door de vingers liet glippen, mensen liet vallen, het allemaal op gaat lossen maar nieuwe verkiezingen zie ik met angst tegemoet. Te lang, het is altijd te lang, is Nederland bestuurd als een bedrijf. Niet mee kunnen komen? Jammer, we zullen zien wat we kunnen doen. Het echte probleem – we nemen anderen niet mee op onze reis – gaat ons opbreken. Polarisatie is ook: we hebben de ander laten vallen.      

Ons gaat het intussen goed. Doni is er weer en de avonden zijn vol met samen opera luisteren, een fles wijn opentrekken en geraakt zijn. The road rises up to meet us, meestal wel. The wind is often at our back.

lieve groet, Frank

Vertrouwen

V: Het landsbelang, zit dat nu verstopt achter al dat gekissebis, eigenbelang en partijbelangen?

A: Moet haast wel, ze zullen het toch niet weggegooid hebben?

Lieve Allemaal,

Het is nog steeds stilletjes in Bali. De luchthaven is weer open voor internationaal verkeer maar tot op heden geen vluchten aangekomen. Met de verplichte quarantaine en nog zo wat blijkt er geen animo te zijn. Ook lokale toeristen moe(s)ten nu een PCR test laten doen, de kosten waren haast net zo hoog als een ticket, dus ook dat toerisme liep niet echt. Om de haverklap wijzigingen in het beleid. Die pcr test hoeft nu in sommige gevallen niet meer, welke is vooralsnog onduidelijk. De quarantaine is verkort van 9 naar 5 naar 3 dagen, de prijs van een test is begrensd op € 17,–. Wel gaat na bijna twee jaar coronastilte de hoofdstraat van Ubud op de schop, alles gaat open. In Sanur, een bekende badplaats, worden voet- en fietspad langs het strand opnieuw ingedeeld, overal sloop en breekwerk. Veel kleine winkeltjes die de crisis tot nu hebben overleefd moeten verdwijnen. Het is allemaal niet de beste planning ooit.

Ons gaat het goed. Soms lunchen buiten de deur in een restaurantje met een grote tuin en weinig gasten, Doni doet de boodschappen en verder nergens heen. Behalve twee ceremonies de afgelopen week – één Moslim en één Hindoe – vanwege de opening van de nieuwe spa van Yendra en Frans. We blijven hopen dat het bezoek snel aantrekt.

Verder druk met het maken van het ledenobject voor de “Vereniging vrienden modern glas”. Ik mag dat dit jaar doen en dat is mooi, het levert werk op. Op de ledenvergadering zou ik een presentatie geven over het productieproces en de gedachte achter het ontwerp. Dat kon niet doorgaan, twee keer quarantaine en gigantische kosten; naar Nederland zat er niet in. Daarvoor in de plaats heb ik een filmpje gemaakt dat die informatie geeft en dat redelijk hilarisch, hysterisch is uitgevallen. Begrijp dat het op de vergadering een succes was, tot en met applaus. Voor wie geïnteresseerd: het staat op YouTube met deze link. https://www.youtube.com/watch?v=ld6M5GFBUMk (Alleen leden van de vereniging kunnen bestellen.)

Komend jaar maart wel naar Nederland, het kan niet anders omdat de bestelde objecten afgeleverd moeten worden. Het moet dus en ik zie er zeer naar uit maar, ook vraag ik me soms af hoe goed het nu echt gaat in dat land waar ik van houd.  In Indonesië is het vertrouwen in de overheid ongeveer nul. Als er ooit al boosheid en cynisme waren is dat al lang ingeruild voor de berusting van: ‘je doet er toch niets aan’. Met geschiedenis waarin heersers in het verleden – Nederland incluis – willekeur, eigen belang en zelfverrijking tot norm maakten als basis, hebben politici en andere bestuurders met corruptie, incompetentie en onrechtvaardigheid vlijtig aan dat gebrek aan vertrouwen doorgewerkt. Nu blijkt ook in Nederland het vertrouwen grotendeels weg maar de berusting van hier gaat in Nederland niet (meer) komen. Dat er het ‘ze moeten’, ‘ze zouden’, agressie en Faceboek deskundologie voor in de plaats komen, dat een aantal querulanten hun politieke winkeltje en inkomen als kamerlid draaiend houden op die golf van wantrouwen vind ik zorgwekkend. 

Volgende week een paar dagen naar het ziekenhuis voor een operatie. Niets ernstigs – oude(re)mannenkwaaltje – maar wel een narcose en ik zie er een beetje tegenop. ‘Komt wel goed’, zegt u? Ja, daar vertrouw ik ook maar op.

Lieve groet, Frank