Sorry

IMG_0887
Lieve Allemaal,

Bali is geen Afrika (gut…), hier niet wekelijks of soms zelfs dagelijks toestanden – positief of negatief – het leven kabbelt meer. Mijnheer Par en zijn zoon werden allebei ziek en waren uiteindelijk gedwongen in bed te blijven – niet best want geen werk, geen inkomen. Maar naar de dokter gaan deden ze niet. Het is algemeen bekend dat dokters nog wel eens een prik uit willen delen en daar begonnen ze niet aan. Deze keer liep het goed af, ze werden vanzelf weer beter. Ik hoor ook andere verhalen, tot de dood erop volgde. Dokters…

Ik heb intussen een hond maar misschien ben ik wel weer in dezelfde valkuil gevallen als met Dopie in Afrika; het is een vriendelijke hond. Hij kwispelt naar wie er maar komt, gaat opzitten en steekt zijn poot uit. Hoe maakt u het. Alleen aan de vissen in de vijver heeft hij een pest, hij blaft ze fanatiek aan, de vissen zwemmen door. Dat lieve was niet helemaal de bedoeling, hij was ook gedacht om eventuele inbrekers af te schrikken. Nu maar hopen dat die niet weten dat Zoef, zo heet hij, een klein hartje heeft. Zijn naam is ook al verkeerd gekozen. Balinezen spreken de F meestal uit als een P dus de hond wordt soep. Soephond, niet leuk. (Ik ben meestal mister Perang, dat dat ook oorlog betekent negeer ik maar.)

De inbrekers zijn gepakt door de politie. Het was een duo; één persoon uit Java – nou, zie je wel zeggen de Balinezen dan. En één persoon uit Bali. Oei. Hij bleek gelukkig wel ver van hier te komen. Buleleng, dat is helemaal in het noorden van het eiland. Ze zijn hier door het buurtje geleid om aan te geven waar ze het allemaal gedaan hebben en volgens mijnheer Par was het maar goed dat het al donker was en regende, anders hadden de buurtbewoners ze zeker in elkaar geslagen. (!) Nu moet ik naar de politie. De spullen hebben ze waarschijnlijk wel terug – het waren negen inbraken bij elkaar en zo snel kán het allemaal niet verdwenen zijn – maar er ligt mogelijk een probleem. Van verschillende kanten hoor ik dat me dat wel geld gaat kosten. De helft van de waarde aan de politie betalen, een soort vindersloon, heb ik nog steeds voor een prikkie mijn spullen terug. Vinden de Balinezen. Nou ik dacht het niet. De hele dag al doe ik, ter voorbereiding, een mijnheer Konijn. (voor wie het verhaal van mijnheer Konijn niet kent, zie onderaan.)

Recent waren er een aantal filmpjes op het net, en ook op de Nederlandse TV naar ik begrijp, over de corruptie hier op Bali. Man (journalist) zonder helm en zonder rijbewijs op de motor betaalt € 16,– en mag dan doorrijden. Terecht merkt Frans op dat je mensen beter kan waarschuwen voor de gevaren van het rijden zonder helm dan deze sensatie-onzin maar hier heeft het veel commotie veroorzaakt. Dewa, de chauffeur waar ik een keer mee naar Denpasar rijd vindt het een schande, en goed dat die agent gelijk is ontslagen. Tijdens dezelfde rit worden we, verderop in de stad, aangehouden; Dewa heeft zijn gordel niet om. Hij vouwt geroutineerd 10.000 rupiah (€ 0,80) in zijn kentekenbewijs en vijf seconden later rijden we weer verder. Toen ik de motor kocht was er niet gelijk een kenteken. Zoiets duurt een dag of tien. Maar geen probleem hoor; de dealer levert zo lang een valse nummerplaat en schroeft die er voor je op. ‘En als ik nu aangehouden wordt? Dan heb ik geen kentekenbewijs.‘ 20.000 rupiah meneer (€ 1,60). Geen probleem. Dit alles is geen geheime kennis die mij toevallig ingefluisterd is, het is algemeen bekend. Er is ook een prijs om agent, douane-beambte of ambtenaar te worden. Niet goedkoop overigens maar het verdient zich snel terug. Het is aandoenlijk hoe officials reageren op die filmpjes. ‘De mensen zouden kunnen gaan denken dat de politie hier corrupt is!’ Ach, misschien maakt het de politie morgen iets voorzichtiger en krijg ik mijn spullen wel voor gratis.

De NRA (National Riffle Association) in de VS heeft het voor elkaar; de meest logische wetten om wapenbezit (een heel klein beetje) te beheersen worden geblokkeerd door congresleden en senatoren die grote delen van hun verkiezingscampagnes gefinancierd weten door diezelfde NRA. Wie betaalt bepaalt. Je verkoopt je als behoeder van de belangen van de maatschappij en als je er eenmaal zit ga je voor het eigenbelang. Met door spindoctors opgebakken flut-argumenten kom je een eind en als het helemaal moet kun je altijd nog sorry zeggen. Ach, bij de volgende verkiezingen komt er wel weer geld van de NRA om het imago grondig op te poetsen. Mensen vergeten snel, niet alleen daar. Of het nu om banken, kerken, politici, rücksichtslose multinationals of wat dan ook gaat. Sorry. Ja maar er is een crisis uitgebroken, het bedrijf is leeg gevreten en kapot, levens van mensen liggen in puin, een asielzoeker is dood. Ik zég toch sorry!

‘Hebt u dat nou ook?’ Ik hoor dominee Gremdaat. Het schijnheil lekt er aan alle kanten langs en toch denk ik vandaag hetzelfde. Hebt u dat nou ook? Zo’n periode dat je denkt dat het allemaal nooit meer goed komt. Niet goed met de wereld en dus niet met jezelf. Mijn moeders ongebreidelde optimisme heeft in mij geen wortel geschoten. Waar zij nog elke dag met blijheid door het leven rijdt – rolstoel – vind ik het vaak lastig om, bij alle ellende waarvan ik weet dat die er is, eenvoudig gelukkig te zijn. Haar uitspraak ‘het gaat wel over voor je een meisje bent‘ heeft me vroeger nogal eens geïrriteerd. Bij alle rotzooi ook nog een moeder die platitudes spuide. Het heeft lang geduurd voor ik zag dat achter die luchtige woorden de wijsheid van blij zijn met wat is verborgen ligt. Zij laat het zien, elke dag, en werkt met haar blijheid aan een betere wereld. Nu ik nog. Voorlopig lees ik dat er afgelopen jaar 140 miljard – 140.000.000.000,– euro is uitgegeven aan wapens. Gooi er voor die dip nog maar een paar dagen bovenop.

Lieve groet Frank

Mijnheer Konijn.

Mijnheer Konijn moet het gras maaien en dat valt niet mee als je een groot gazon en alleen maar een schaartje hebt. Al dagen ziet hij er tegenop maar opeens heeft hij een idee.

‘Mijn vriend, mijnheer Beer, mijn goede vriend, die heeft een grasmaaimachine. Die kan ik best even lenen.’

En gelijk gaat hij op weg naar de volgende straat waar het huisje van mijnheer Beer staat.

‘Tja’ denkt hij al lopende, ‘mijnheer Beer is natuurlijk wel een beetje over-voorzichtig met zijn spullen. Dat weet ik wel maar ik ben zijn vriend dus het zal geen probleem zijn’.

‘Dat hoop ik tenminste, altijd dat rare zuinig doen van Beer. Ik ben zijn vriend nota bene!’

‘Hij zou verdikke zijn vrienden gewoon aan laten modderen die Beer, schande.’

‘Je zal zien, die machine wil hij niet uitlenen. Nou, als het zo moet wil ik het niet eens!’

‘Stomme Beer.’

Intussen heeft hij het huis van mijnheer Beer bereikt en belt aan. Mijnheer Beer doet open.

‘Ha mijnheer Konijn, wat leuk je te zien.’

‘Weet je wat jij doet, Beer’ zegt Konijn, zijn kop verwrongen van boosheid, ‘ je steekt die grasmaaimachine maar in je ….’

 

who cares

 

IMG_1584
Lieve Allemaal,

Misschien had ik het donderdagavond aan moeten zien komen, opeens liep er een zwarte kat ín huis – geen idee waar vandaan. Toen ik vrijdag de opengebroken deur zag dacht ik alleen maar ‘oh, het is weer zover’. Niet verschrikkelijk boos of geschokt, gewoon, de zoveelste inbraak. In Afrika telde ik er negen. Een uurtje weggeweest en de laptop was weg. De rest hadden ze gelaten, dacht ik… Een inbraak is een degelijke reden voor een borrel en die heb ik genomen. Frans is gekomen voor morele steun, Ketut en Par waren. Een dubieus verhaal wel, de daders moeten geweten hebben dat ik even weg ging, dat ik een mooie leren tas had voor die laptop… en hoe ze de deur open hebben gekregen is ook een raadsel. Het lost het feit niet op maar dan is lang praten goed en dat hebben we gedaan. En toen naar bed. De eerste nacht viel wel mee (borrel?), de tweede nacht was Africa revisited. Niet de schoonheid waarvan ik dozen vol bewaar maar zweterige nacht-uren – de laatste maanden zijn er toch al niet vrij van – geïntensiveerd. Er is meer weg dan alleen een laptop…

Vandaag lekker schrijven op het terras, het is mooi weer hoewel erg warm, en ik heb uitzicht op mijn vijver die van de week – overnacht – opeens vol stond met waterhyacinten. Die zijn alweer weg, ze bleven maar een paar dagen, en nu staat er een heel stel lotusbloemen te bloeien. Toch een beetje de koningin onder de waterplanten. Statig en voornaam staan ze midden in het water mooi te wezen. Het is zo’n zondag van genieten. En sommige dingen liepen uitstekend deze week. Ik heb een graveur gevonden die, heel mooi, heel kleine lettertjes kan graveren (zandstralen) en nog zeer betaalbaar ook. Ik kon dus ook, niet grappig, een nieuwe laptop kopen. Veel op de motor rond geknord, op twee wielen door de bocht maar dat is bij een motor normaal, en geluk gehad met het verkeer. Ik kon genieten onderweg. De hulp is er niet en ook de bouw naast mij lag de meeste dagen stil want het was Galungan, een Balinees feest dat twee keer per jaar terugkomt en een aantal dagen duurt – talloze offers vol met fruit en bloemen en wat de goden niet namen (alles dus) mocht ik hebben. Volle koelkast. Ik doe, helemaal nieuw voor mij, fruitontbijt, fruitige lunch en fruitdesserts. Bestaat er vitaminevergiftiging? Vlak erna kwam Kuningan – gisteren en vandaag – alweer met veel offers. Voor elk huis staat een penjor, een hoge rijkversierde bamboetak, hetgeen op veel plekken is ontaard in een wedstrijd van ‘wie de mooiste heeft’. Prestige is de hoofdprijs, hele maandsalarissen gaan eraan op. De dictatuur van een religie denk ik, om mezelf al snel te corrigeren want geen god vraagt om (te) dure penjors. Ook niet om kruizen van goud en edelstenen of welke ‘statusverhogende’ onzin dan ook. Het verschil tussen de status van dure merkkleding willen of een mooiere, grotere penjor is natuurlijk wel dat je penjors aan godsdienst wijten kunt. Mmm, mooi pak voor naar de kerk, da’s toch eigenlijk ook… Het verschil tussen cultuur en religie; niet altijd makkelijk schijnt het. Hirsi Ali komt er in haar boek ‘mijn vrijheid’ niet uit en Wilders ging er vorige week plat mee op zijn gezicht in een interview met O’Keefe. Hij wist niets meer dan een telkens herhaald ‘I don’t care…’. Je zou hopen dat het zelfkennis was; I don’t care. In de peilingen, gekmakende onzin overigens, is zijn partij weer de grootste. Hello people, he doesn’t care. Of is dat een aanbeveling? Mensen gezocht die er wel om geven. De diepgang van solidariteit toont zich in krappe tijden, en dan valt het wat tegen. Ja minister, je kunt proberen eigenbelang als ontwikkelingshulp te verkopen. Het zal bij de ‘I don’t cares’ instemmend ontvangen worden. Zie je wel! Maar het zijn de kleren van de keizer. Gooi het hele systeem op de schop. Zet die, business class vliegende, four wheel drive rijdende, ontwikkelingsmetoten eruit. Ga met een kritische stofkam door elk programma en ga aan het werk met de ‘do cares’. Blijf verbonden. Yes, I do care! We zien het te weinig.

Ik zie een Amerikaanse uitzending van X-Factor, mensen met veel maar ook personen zonder enig talent komen aan bod. Ik ben overtuigd dat er een voorselectie is, als ze dat niet hadden werd die jury geconfronteerd met duizenden kandidaten. Ze kiezen dus spektakel voor het publiek. Een verwarde homo-jongen – verward omdat hij denkt een ster, een diva zelfs, te zijn terwijl hij er helemaal niets van bakt – komt op. Publiek joelt hem uit, de jury zeikt hem af. Dan maakt hij een fout; hij ettert terug. Al wegzakkend in het moeras van afschuw van publiek en jury, bekt hij de geshockeerde jury leden af tot hij haast door security moet worden verwijderd. De jury is witheet, dit hebben ze nog nooit meegemaakt. Beroemde sterren afgebekt door een… ja door een wat eigenlijk? Slachtoffer? De Romeinen (en zij niet alleen geloof ik) organiseerden spektakels waarbij mensen voor de leeuwen werden gegooid. Of nijlpaarden, of wilde olifanten.., het ging om genieten van gruwelijk leed en – lichtpuntje – er werden tegelijkertijd criminelen gestraft. Die moesten zich af laten slachten, de onwaarschijnlijke sensatie van een slachtoffer dat de leeuw aan stukken scheurde werd wel gewaardeerd maar het was natuurlijk niet de bedoeling dat zo’n gast de keizer of de senatoren voor rotte vis ging uitmaken. Die jongen van de X-Factor kan waarschijnlijk niet meer over straat, hij, maar hij niet alleen, maakte zich totaal belachelijk hoewel hij dat zelf niet scheen te beseffen. Niemand hield hem tegen, niemand beschermde hem tegen zichzelf. Ik denk eerder dat hij op zijn excentrisch gedrag is geselecteerd. Brood en spelen, who cares? Ach, het zijn zomaar wat gedachten omdat ik me zorg maak over een snel afnemende solidariteit. Zonder dat cement is een wereld, een kleine wereld waarin figuurlijke eilanden eenvoudig niet meer bestaan, gedoemd uiteen te vallen in elkaar vijandige partijen. Ik troost me met de gedachte dat deze blog gericht is aan mensen die er wel om geven, people who do care.

met een lieve groet

Frank

 

Stilte

IMG_0812Lieve Allemaal,

Het was stil in Bali. Geen geluid door mensen gemaakt was toegestaan, geen lamp mocht branden, niemand verliet het huis. Het vliegverkeer was voor die ene dag stilgelegd, schepen moesten maar wachten tot de volgende dag als ze een haven zochten. Het was Nyepi, Balinees nieuwjaar. De achterliggende gedachte is dat op deze wijze de slechte geesten het eiland voor verlaten zullen houden en hun heil elders zoeken. Dat het elk jaar weer gedaan wordt geeft te denken…

De avond vooraf was de avond van de ogoh-ogoh. Weken lang werkten grote groepen mensen aan het maken van groteske monsters in reuzenformaat, naar men zegt vaak een gecodeerde kritiek op toestanden. In de tijd van Soeharto werd stevig opgelet dat geen onwelgevallige beelden in de optocht kwamen, ik zag een duidelijk westerse ‘dame’ met een veel tekort rokje, ze zag er niet uit. De laatste dagen werden overal langs de weg kruinen van bomen weggekapt en dat bleek nodig. Toen alle monsters naar  buiten kwamen, konden ze er maar nauwelijks door en telefoon- en elektriciteitsdraden moesten met lange stokken nog hoger geduwd worden.  Hoever een dag van stilte zal werken.., blijkbaar komen er elk jaar wel weer nieuwe boevengeesten bij. Er liepen pecalang (een soort bewakers) rond om te controleren of iedereen zich wel aan de voorschriften hield en toen ik ’s morgens snel even visvoer in de vijver gooide zag ik ze kritisch kijken. De rest van de dag bleef ik maar in en achter het huis, alsjeblieft geen schuld dragen aan ellende in het komende jaar, geef die pecalang maar de schuld, die liepen buiten.IMG_0841

Stilte is geen heel courant item in Bali. Van vroeger herinner ik me sessies in de wartel, een soort van open hokje met telefoons, meestal aan de rand van een drukke weg. Ik ging erheen om een telefoongesprek te voeren – zinloze onderneming. Met alle lawaai verstond ik niets en de gebelde partij had me met wat inspanning toch wel kunnen horen, zo hard schreeuwde ik. En naast me stonden Balinezen in de hoorn te fluisteren, niet gestoord door verkeer, zelfs niet door mij. Blijkbaar is er een andere perceptie van geluid en zijn er mensen die zich, veel beter dan ik, kunnen afsluiten van wat er om zich heen gebeurt. Buiten de kikkers, krekels, vogels, tokehs en andere dieren met hun geluiden hoor ik hier meestal wel de geluiden van mensen en hun machines en dat stoort wel eens. Een definitie van een kater is dat je de poes van stampen beschuldigt, ik kom er soms – zonder drank – dichtbij om kikkers en eenden tot stilte te manen. Ik weet het; onzin en bovendien is er iets als stilte van binnen. Stilte om je heen of stilte in jezelf is niet hetzelfde hoewel herrie en drukte het tweede vinden soms moeilijk maken. Hier in Bali is iedereen, gelijk in Nederland, altijd druk. Hier zijn het ceremonies die zijn of komen en er wordt over het algemeen zeven dagen in de week gewerkt. Ja lief kabinet, dat soort economie hebben we hier al lang, alles gaat altijd maar door en het is de vraag of we dat moeten willen. Misschien is de sabbat niet voor niets uitgevonden, misschien heeft ‘een zevende dag’ als rustdag een zin. Niet letterlijk – alsjeblieft wel vrij zijn hoe we onze tijd indelen, iedereen kan zelf wel bepalen of en wanneer wat ‘zondagsrust’ gezocht moet worden – maar de maatschappij zo inrichten dat er ruimte is stilte te zoeken en te vinden, misschien wel tijdens een lekkere zwempartij op zondag, lijkt me een goed ding. Balinezen zijn in de eerste plaats deel van een groter geheel – de gemeenschap – en of ze op die manier wel aan stilte in zichzelf toekomen weet ik niet. Misschien stappen ze wel, op een andere manier, in dezelfde valkuil waar we in het westen zo vaak instappen. Niet de tijd hebben of nemen om te luisteren naar de stilte in jezelf is verlies en staat zelfontplooiing en helend vermogen in de weg. Welzijn is niet tastbaar en verkoopt slecht dus de focus ligt meestal elders. Het alom gehoorde verwijt van gebrek aan visie en toekomstperspectief in de politiek doet vermoeden dat er wensen en verlangens zijn waar nauwelijks aandacht aan wordt besteed, in de eerste plaats waarschijnlijk niet (genoeg) door onszelf.

Wat zal Argentinië trots zijn; in één jaar én een paus én een koningin. In die nieuwe koningin heb ik, met veel respect voor de manier waarop Beatrix haar taak vervulde, wel vertrouwen. De nieuwe paus kiest een naam die hoop geeft, de opgave die de zesenzeventig jarige daarmee over zich afroept is niet gering. In het vaticaan een paus voor de armen willen zijn en wars van macht, pracht en praal; ga er maar aan staan. Jezus sprak niet links of rechts maar over wat daar bovenuit stijgt. Het is wel duidelijk dat de (rechtse) wind van hebben, halen en verrijken die compassieloos door de wereld gaat er niet in past. Het recente fulmineren uit het vaticaan tegen links dat, op z’n minst in theorie, idealen nastreeft die wel aansluiten op de woorden van Jezus, laat zien dat er andere belangen spelen. De paus die als bisschop níet in een ‘bisschoppelijk paleis’ wilde wonen gaat het moeilijk krijgen om de naam Franciscus inhoud te geven. Ik wens hem sterkte. Het zou mooi zijn als het instituut dat claimt de opvolger van Petrus te huisvesten geen centrum van macht en kapitaal meer wil zijn maar een bron van liefde en warmte.

A. is een jonge man, hij komt oorspronkelijk uit een kleine desa in Java, in de buurt van Surabaya en woont en werkt al vijf jaar in Bali. Hij is meer dan vriendelijk, heeft stralende ogen en glimlacht graag en veel. Van wat er achter die glimlach woont krijg ik maar kleine stukjes te zien. Veel onzekerheid zie ik en ik begrijp het niet. 23, hij ziet er goed uit, heeft redelijk werk, een eigen plek om te wonen, niet dom en een leven voor zich. Het is wel aandoenlijk die onzekerheid maar voor hem moet het lastig zijn. Tijdens een gesprek stuur ik er voorzichtig heen. Eerst; nee, hij is helemaal niet onzeker, hij blaakt van zelfvertrouwen moet ik geloven. Ik dring niet aan maar blijkbaar is er toch een deurtje opgegaan want even later; ‘Nou ja, ik ben wel zeker van mezelf hoor maar weet u, ik ben zo lelijk en een pacar (verloofde) vind ik natuurlijk nooit.’ Verbijsterd kijk ik hem aan en vertel hem wat ik zie; een aantrekkelijke jongeman – ganteng (knap) – die me raakt met zijn open, eerlijke blik. Hij vertelt van zijn oren die moe zijn altijd te horen dat hij lelijk, want zwart is. In mijn hoofd kieren zijdeling wat deuren naar de verleden tijd maar deze jongen is niet zwart, misschien een fractie donkerder dan anderen, misschien een fractie mooier. Hij praat er lang over. Over zijn thuis waar ze hem al zwart noemden, over de tv waar alle sterren in dit land, het is waar, licht van huidskleur zijn, over Indonesiërs die nu eenmaal van een blanke huid houden en nog veel meer. Ik herhaal mijn punt keer op keer; ik zie een mooi mens. En ik zeg iets over innerlijk maar wil daar niet te ver op ingaan omdat hij dan zou kunnen denken dat het dus toch… Als ik op huis aanga loopt hij ook naar zijn motorfiets en vraagt het nog een keer. ‘Echt waar?’ Echt waar zeg ik en ik geef hem een zoen op zijn voorhoofd. Laat op de avond komt er een sms. Terima kasih bapak, terima kasih – dankuwel vader/mijnheer, dankuwel. Dengan senang hati Mas, dan selamat tidur – met een tevreden hart jongeman, en welterusten.

Intussen knor ik op mijn brommer over Bali en geniet veel. Voor hen die bezorgd zijn over die motor; het sleutelwoord is opa. Ik werk hard aan de reputatie van ‘die oude man die zo voorzichtig rijdt’ en dat gaat wel lukken.

Veel liefs Frank

Unbegreiflich

IMG_0806Lieve Allemaal,

Eindelijk weer een blog. Ach, niet dat het belangrijk is voor jullie, het is vooral voor mezelf dat ik schrijf. Maar ik was lang op reis en het is niet tot het delen gekomen waarvoor de blog is bedoeld.

In letterlijke zin nogal wat (temperatuur)schokken geïncasseerd – van Bali 30 graden naar min 10 NL, naar 32 Afrika en terug naar min 12 NL. Nu weer terug in 30 graden Bali. In figuurlijke zin bleef het warm; ik ontmoette velen die me lief zijn en een ‘lange pauze’ tussen de ontmoetingen maakt hoogstens de blijheid wat groter. De KLM wil hand- en ruimbagage beperken maar voor hoofd- en hartbagage zijn nog geen regels. Goed! Er gaat veel mee terug na zo’n reis.

Nederland, van grote afstand ziet het er niet zo gezellig meer uit en ook dichtbij is er veel dat verbazing of teleurstelling oproept. Maar de familie, de vrienden, de mensen – alles wat ik liefheb – zijn er en dan wordt het toch mooi. En Zuid-Afrika rolde zich weer uit als het prachtige land met prachtige mensen dat het eigenlijk is en alle triestheid die elke morgen via de Mail & Guardian* binnenkomt  schoof naar de achtergrond. Niet om vergeten te worden maar met al het mooie en goede dat er wel is moet er te werken zijn aan het hoognodig beter.

De ander werkelijk ontmoeten maakt alles anders, de selectieve focus die de media vaak hebben – logisch want het ligt in de aard van hun functie – plant zaken soms negatiever in gedachten dan gerechtvaardigd.  Situaties en vooral mensen zien hoe ze werkelijk zijn kan alleen met onze eigen zintuigen. Láten zien is in de regel voorbehouden aan grote schrijvers, filmers, fotografen en andere kunstenaars – nieuwsmedia blijven daar achter. Elke dag kijk ik door het kokertje dat internet heet maar het blijft veelal een uitsnede van wat niet goed gaat. Steeds meer wordt, ook waar het geen oorlog is, aan flarden geschoten en de weg lijkt alleen maar langer te worden. In bezuinigend Nederland hebben, nog steeds, de uitvreters nooit genoeg en zijn de klagers nooit klaar. ‘Denkend aan Holland zie ik klagende mensen grootgebekt door het laagland gaan.’ (Sorry mijnheer Marsman.)

De kranten.., op grijze dagen doe ik er goed aan ze niet te lezen want grijs wordt snel zwart. Of de meeste bonuswoede – overigens opvallend prominenter aanwezig dan boosheid over bijvoorbeeld het feit dat we nog steeds niet in staat zijn de gehele mensheid behoorlijk te voeden en van medische zorg te voorzien – ontstaat uit een gevoel van onrechtvaardigheid of het chagrijn van het zelf niet hebben is intussen wel een vraag. Minderen; het roept veel op. Voor sommigen lijkt het pas een optie als we niemand meer de schuld kunnen geven – voorlopig nog zondebokken genoeg – en als dat niet meer kan; met grote tegenzin en vooral: ‘zíj eerst’. Zij eerst. Ook zij die het het hardst nodig hebben in deze wereld. Ontwikkelingshulp is iets van de zestiger jaren lees ik en deskundigen die daar anders over denken zijn niet met hun tijd meegegaan. Niks het beter – goed – gaan doen maar handel is de nieuwe mantra. Met een aantal bedrijven in het kielzog naar Afrika. Zijn die daar om handelsbarrières te slechten of uit eigenbelang? Wat denkt u zelf minister? Niet dat dat handel en eigenbelang altijd slecht is hoewel nieuwe kolonisatie om de hoek ligt. Maar het is geen substituut voor hulp, hoogstens een lam excuus voor geld dat geschrapt is. Zeker, ook hulpontvangende landen zeggen vaak ‘trade no aid’.  Want bijvoorbeeld export van glasproducten uit Afrika was problematisch, mede of vooral door de hoge invoerrechten in de EG. Bedoelen we met handel het schrappen van die barrières?

Zulke, weinig positieve beelden vreten aan hoop voor de toekomst. In hun beperktheid helaas geen onjuiste beelden maar, wel beperkt, incompleet.

‘Alles van waarde is weerloos’**, te vaak zien we de waarheid van die woorden. Maar mevrouw Henriette zag het aankomen en schreef  ‘De zachte krachten zullen zeker winnen in ’t eind’.***  Op reis, oude en nieuwe vrienden ontmoetend, volg ik een opfriscursus in hoop, geloof en liefde.

In LalaLili, een klein restaurant, is het niet druk. Een slonzige mijnheer zit te bieren – niet het eerste glas zo te zien – aan een andere tafel struint een heer met laptop eens lekker over een Indonesische dating site. Ik ben verziend zegt de dokter en inderdaad, ik kan mooi meekijken. Eten zowel als het drankje laten op zich wachten, drie gasten, drie dames in de bediening, maar het duurt. Een vrouw komt binnen met vier kinderen, ik schat zo tussen de 7 en 12. Ze horen bij de mijnheer van de laptop. Die heeft intussen wel snel overgeschakeld naar ernst; ‘Die Welt’, serieuze krant. Dat hij z’n laptop niet uit komt maakt niets, vrouw bestelt eten en drinken voor de hele club en duikt weg in een iPad. De kinderen, niets om handen, vervelen zich suf en weten niet te kiezen tussen wezenloos voor zich uitkijken en ruzie. Het wordt een beetje van allebei. Pa blijft bij z’n krant en Ma – ik kan verdikke niet ziet wat ze doet, ze zit aan de verkeerde kant van de tafel – bij d’r iPad. Af en toe komt een effectloze grauw naar de kinderen. Als de jongste zijn vuist op het hoofd van zijn zusje laat knallen wordt het huilen. Pa onderbreekt secondenlang zijn bezigheid en grijpt het jochie zo bij de arm dat die ook begint te janken. Moeders ‘jetzt aufhören’ komt uit een automaat, ik denk niet dat ze weet dat ze het zegt. Geen succesvolle maaltijd.  De kinderen zooien met het eten, Ma laat haar soep koud worden en bij Pa valt bami op zijn toetsenbord. ‘Scheisse!’ Bij de kinderen dondert een bord op de grond. Aufhören mompelt Ma. Als het nog verder uit de hand loopt, de kinderen zijn in oorlog nu, moeten ze wel. Ze spreken ze boos toe. ‘Zo wordt het geen fijne vakantie.’ ‘Unbegreiflich’ zeggen ze tegen elkaar. Unbegreiflich of onbegrepen.

De zachte krachten zullen winnen in ’t eind. Maar als ik nou eens, voor nu alvast eventjes, die laptop én die iPad van ze oppak en in de sawah mieter… Waar ik helpen kan; graag hoor.

Intussen – zie ook al die bagage die ik mee naar hier nam – geniet ik wel. Het huis is klaar en het is, dat gaat niet anders in Bali, ingewijd met een ceremonie. Vier ceremonies eigenlijk. Het was jammer dat het allemaal plaatsvond toen ik er nog niet was, ik had er graag iets van gezien, maar tenminste kon ik legaal wonen toen ik terugkwam. Nu ’s morgens koffie op het terras met uitzicht op de sawah. Beetje werken, beetje schrijven, ik kom de dag wel door. En sinds vandaag heb ik transport. Tot nu huurde ik af en toe een auto met chauffeur als ik ergens heen moest maar dat blijft onvrij en ook wel duur. Een auto zat er niet in en ik heb dus een motor (eigenlijk een dikke brommer) gekocht. Vanmiddag de eerste rondjes gedraaid maar niet voordat ook de motor een ceremonie aan de banden kreeg natuurlijk. Dit is Bali en de goden worden niet vergeten.

Lieve groet

Frank

 

* Zuid-Afrikaanse krant

** Lucebert (1924 – 1994)

*** Henriette Roland Holst  (1869 – 1952)

LIcht

Afrikanen proberen een weg te vinden naar Europa

Lieve Allemaal,

Zoelwarme nachten, duizenden kikkers kwaken luid en tevreden, een paar eenden in de sawah hiernaast maken ruzie. Mooi plan van de kerkvaders om de geboorte van Jezus rond het winters zonnewende feest te situeren maar hier gaan we naar de langste dag al is het verschil met de kortste dag niet al te groot. Hier geen donkere dagen voor kerstmis.

Kerstdiners – middelmatige maaltijden tegen vijf keer de normale prijs of nog meer – hoedjes en toeters inbegrepen, dat wel. Jengelende muziek-kerstbomen met alarmerende knipperlichten in de mall, een paar verstofte, plastic sterren in de locale supermarkt. Buiten de kalender en het gebazel van commercie die, zoals meestal, zin wenst te verwarren met de onzin van nog meer consumptie, is er in Bali niets dat kerst aankondigt. Ook de toeristendrukte rond de kerst brengt de kerstsfeer niet mee. (Meer) eten, (meer) drinken, shop till you drop en strand. Dat van dat strand neem ik maar aan want zo af en toe zie ik hier, 40 kilometer van dat strand weg, een halfnaakte toerist in het dorp of in de winkel.

De Balinezen kijken er niet meer van op, niemand ziet wat ze denken. En van kerst hebben ze nauwelijks weet. Het is hier een hindoe gemeenschap in het grootste moslimland ter wereld. Verlangen naar licht en vrede leeft overal, ook hier prachtige feesten met een mooie, diepe betekenis, maar kerst blijft voor de meeste Indonesiërs alleen een ‘tanggal merah’, een rode datum op de kalender. Dan zijn de kantoren gesloten.

Voor mij is het anders. Kerst, alleen het woord al, trekt kasten en laden vol dierbare herinneringen open. Van oudsher een tijd voor bezinning en stilstaan bij de geboorte van licht. Hier, ondanks het ontbreken van die speciale sfeer voor kerst die ik, althans in mijn omgeving in Nederland, altijd ervaren heb, gaat dat gevoel niet weg al zijn de franjes eraf. Geen boom, geen kerstdiner en ook de kerstman zal wel verstek laten gaan maar iets blijft; licht en vrede vieren – inspiratie om licht te verspreiden. Tegen het tij in vaak – ik lees ook kranten. De NRA (national rifle association) maakt dat ik haast klant wil worden van diezelfde club gevaarlijke idioten. Een kerkleider probeert verlopen inzichten aan zijn achterban op te dringen en ziet een gevaar voor de wereldvrede als mensen die van elkaar houden toevallig geen man en vrouw zijn. Over de giftige wetsvoorstellen in Oeganda en de, letterlijk, levensgevaarlijke situatie voor homo’s daar, blijft hij muisstil. Over soortgelijke toestanden in andere landen overigens ook. En veel meer, groter leed waaraan ik ook niets kan doen.

Waar is het licht? In Jezus geloven is, ook in mijn opinie, niet relevant in die context. Het gaat om het geloof van Jezus. Pas in dat laatste ligt ook de verbinding met elke overtuiging van goede wil. Pas daarin ligt de inspiratie te beginnen waar ik wel iets kan doen.

Kerst, feest van geboorte, feest van licht. Dat Kerst, opnieuw, een vieren mag zijn van een licht dat vanuit onszelf naar anderen kan schijnen. Dat we in het nieuw jaar de moed en de kracht vinden om een verschil te maken, waar we kunnen, waar dat nodig is. Dat we, ongeacht onze overtuigingen, licht kunnen brengen in duisternis.

Ik wens jullie allen een mooi Kerstfeest en een gelukkig Nieuw Jaar toe.

Veel liefs,

Frank

Grappig idee: als hij hier geboren was, waren de wijzen uit het westen gekomen.

Reflectie

Herly Setiawan, 2012. ‘Mengacalah’ – Zelfreflectie

Lieve Allemaal,

Ik ben weer een weekje in Yogya en Doni is ook hier, hij heeft zijn winkeltje in Lampung onder de hoede van een vriend gelaten. Het zijn mooie dagen, elke dag zon. Veel zwemmen in een gigantisch zwembad dat bij het hotel hoort, meubels inspecteren en tegenvallers incasseren, net hard genoeg knorren om duidelijk te maken dat het ernst is maar niet zo hard dat de verhoudingen eronder lijden. Misschien dat ik dat evenwichtskunstje nog wel eens leer.

Gewoon simpeltjes gelukkig zijn en natuurlijk, er is altijd wel iets, onder elke zon zijn schaduwen; meestal bagatelletjes, soms ingrijpend. Rahmat, de becak-driver van wie ik eerder vertelde, stuurde al een week of wat sms’jes wanneer ik nu naar Yogya zou komen. Nu ik er ben wordt duidelijk waarom; zijn vader is overleden en hij wil praten. We hebben een lang gesprek over leven en eindigheid, over God die hij Allah noemt, over waar zijn vader nu is… We begrijpen het meeste niet maar zijn het over één ding wel eens – hij is in Rahmats hart. Op zijn minst. Dat is blijvend en voldoende vinden we. Voor Rahmat weer op zoek gaan naar klanten drinken we er met zijn drieën een koffie op, want een goed glas, dat doen we hier niet.

In een restaurant zit een Nederlands echtpaar niet blij te zijn. Alweer een zonnige dag in Yogyakarta maar, inderdaad, haar hoofdgerecht komt al terwijl dat van hem nog niet klaar is. De ober mag er dan nog zo vriendelijk bij lachen en sorry zeggen; het rampgehalte van deze gebeurtenis is nauwelijks te beschrijven. Hun dag, of erger nog misschien, is aan gort. De verdere tijd wordt gevuld met tegenzinnig eten – te pittig Indonesisch, waarom doen ze dat? –  en gemopper over de belabberde service en het totale onbegrip over westerse normen. ‘We zijn toch gasten hier?’ Dankjewel verworden tot grommige keelgeluiden, vakantie gesmoord in ontevredenheid. Gasten, pfff.

Eerder schreef ik over Muji, de ingenieur; hij heeft zijn plannen zo aangepast dat hij, in de tijd dat ik in Yogya ben, een paar dagen thuis is in Kebumen, zo’n zestig kilometer van Yogya weg. ’s Morgens om zes al komt zijn sms; hij is onderweg naar Yogya om me op te halen. Ik heb een auto gehuurd om tien, Muji is precies op tijd. Twee uur rijden naar het familiehuis, Muji zit stilletjes een beetje te glimmen. Als we bij het huis aankomen staat de hele familie klaar in vol ornaat, de kleine meisjes – één en vier jaar oud – met jilbab. Gelukkig mag die later gewoon af. Het worden dan weer gewone, ondeugende kleine meisjes en dat is wel zo leuk. Er is koffie met snacks, er is een uitgebreide maaltijd en Muji rent zich een slag in de rondte en blijft aanslepen. Volgegeten komen er nog een acht soorten fruit op tafel. Eten Mister, eten! Het duurt lang voor ik tot een echt gesprek met hem kan komen, als het komt stemt het eigenlijk niet blij. Zijn werk in Bandung, een 500 kilometer verderop, is bij een drukker alwaar hij lay-outs moet maken. Zeven dagen per week, van ’s morgens 8 tot ’s avonds 9 met één uur pauze totaal, voor een salaris van 900.000 rupiah (€ 72,–) per maand. Als hij ziek is of vrij neemt; dipotong (gekort). Nee, ook in Indonesië is € 72,– per maand verre van voldoende. En Muji gaat trouwen. Hij zoekt een andere baan maar dat is niet makkelijk.

‘En waarom moest je nu naar Kebumen, dat gesprek met je schoonouders is toch later?’ vraag ik. Verbaasd kijkt hij me aan. ‘Om Mister te zien natuurlijk, dat was al vijf jaar geleden. Non verbaal komt ‘stomme vraag’. Om het te zeggen is hij veel te aardig en beleefd. Een half maandsalaris voor een ontmoeting, wat dan overblijft is de helft van een pestbeetje. ‘Mooi dat ik nu ingenieur ben’, zeg Muji. ‘Anders krijg je maar 600.000.’ Hij glimlacht erbij. Na een paar uur gaan we weer en Muji bedankt uitgebreid voor ‘alles’. Ik, de echte ontvanger, schaam me wat.

Met Herly Setiawan gaat het goed. Vijf jaar geleden maakte hij een portret van Emmanuel waar ik nog steeds blij mee ben. Toen een zeer getalenteerde jongeling op de academie in Yogyakarta. Nu een getrouwd man met dochter, cum laude afgestudeerd met vier eervolle vermeldingen, een imposant oeuvre aan werk en een levensfilosofie die je spontaan doet geloven in toekomst. Schilderijen met Javaans georiënteerde beeldentaal – vaak over de strijd tussen goed en kwaad – intuïtief toegankelijk. Prachtig werk; als je meer wilt zien; ga even naar mijn facebook pagina. www.facebook.com/pages/Frank-van-den-Ham/161491607283139 .

We hebben er een lange avond voor genomen. Kijken naar zijn werken en lekker bomen over wat mooi en wat nog mooier was, Herly vaak met emotie toelichtend. ‘Eigenlijk’, zegt Doni, ‘focust elk schilderij je gewoon op leven.’ En zo zie ik het ook. Het is het waard om daar samen lang over te bomen.

Terug in Bali lijkt de regentijd definitief begonnen. Buien zo hard dat je denkt dat het nooit meer goed komt, Balinese variant op de donkere dagen voor kerst. Een uur of zo later zijn de overal aanwezige stroompjes boordenvol en schijnt de zon. Licht komt altijd weer.

Veel liefs

Frank

Drie

Wat geweldig dat we politici hebben die de echte wereldproblemen feilloos onderkennen en benoemen. Halalwoningen.

Lieve Allemaal,

Zomaar wat babbelen, niks nieuws, ik schrijf de dingen soms een beetje van me af. Het wonen in Bali krijgt langzaam contouren en dat geldt niet alleen voor het huis dat nu echt hard onderweg is. Afrika wordt, voor het eerst in meer dan tien jaar, óók een plek die ver weg is. Houden van, zorg over, betrokkenheid; dat gaat (gelukkig) niet weg. De wetenschap van grote rijkdom dat ik het allemaal mocht zien, soms begeleid door een gevoel, even onzinnig als pregnant, van ‘in de steek gelaten hebben’ en onmacht om van ver iets te kunnen doen, blijft. Echt houden van wordt door afstand niet minder. Maar de positionering van belevenissen wordt anders, de tijden daar lijken pas nu echt verleden tijd te worden. En wat tijdens enthousiast, of met de moed van wanhoop, doorstappen ‘even’ opzij is gelegd, blijkt er nog steeds te liggen en vraagt nu om een definitieve plek. Nachtelijk reizen naar toen; zweterige, ongemakkelijke ondernemingen.

Bouwen aan een huis in Bali. Het gaat wel goed al is er af en toe geen materiaal om verder te gaan en moeten zaken soms overnieuw. Gewoon doorgaan en het komt wel in orde. Het fysieke huis zou half december klaar moeten zijn; schuilen onder eigen dak. Voor de meeste van ons – lezers van deze brief – een normale zaak, voor velen van ons – mensen – een verre droom.  Intussen ben ik er wel druk mee; kneuterig geteutel over de nieuwe wastafel, gemekker over een plank die teveel kiert en eindeloos zoeken naar de juiste tegels voor de vloer. Op momenten lijkt het allemaal vreselijk belangrijk maar als ik even nadenk zie ik de microdimensies er wel weer van. Het hoort erbij maar leven is iets anders.

‘Some people care too much, I think it’s called love’. Die zin uit Winnie the Pooh, aangehaald in een brief van een vriend, wil niet weg uit mijn kop. Grappige ironie waar nog wel een laagje of wat onder zit. Er is veel om om te geven. In Congo lopen ze, alweer of nog steeds. Tienduizenden mensen op de vlucht voor geweld dat zich onmogelijk laat beschrijven, kinderen die niet opkijken van rottende lijken langs de weg, criminelen die zich soldaat noemen, alles om bodemschatten waar ook wij niet zonder kunnen. Decennia van steeds verder afglijden, o.a. beschreven in ‘Congo, een geschiedenis’ van David van Reybrouck*.

En dat is maar één plek. Het lezen van de kranten, ‘s morgens op het net, wil ik soms maar laten, daarin af en toe gesteund door Telkomsel, de telefoonmaatschappij, die dan dagenlang geen internetverbinding geeft. Als de krant binnenkomt; pagina’s vol geneuzel – waar die politici al niet tijd voor hebben – en direct zicht op de drama’s van de wereld, meestal alleen als die drama’s nog ‘vers’ zijn. Ook sport en show natuurlijk maar ik sla bedrijfsnieuws over. Uw krant mijnheer, goedemorgen! Al snel lees ik alleen maar ‘hopeloos’. ‘Der Hoffnung stirbt zuletzt’ zegt een Duitser en impliceert dat als er geen hoop meer is… Niets meer dus. Niet heengaan.

‘Some people care too much, I think it’s called love’. Teveel kán het niet zijn. Werken op je eigen vierkánte meter placht een vriend te zeggen, de klemtoon had hij verkeerd maar het is wel waar, blijven geloven. Het plan om de wereld te veranderen – mijn generatie had dat zo bedacht – is niet bijgesteld, de methode wel.

“Je kreeg met 10-1 op je smoel. De kleine keeper in zijn doel, hij weende zeer.”** Vandaag liep het toch even anders. Zeker, ze kregen op hun smoel. Met meer dan 10 en minder dan 1 ook. De juni-junioren speelden op het grote veld in Ubud. Ze waren verbannen naar de zijkant van het terrein want de groten speelden in het midden waar het wel droog was. Hun stukje was een zompig, ondergelopen stukje met het gras nog nauwelijks zichtbaar. De kleine keeper trok zijn echte keeperhandschoenen aan; laat maar komen! En ze kwamen. Nee, hij heeft geen bal buiten gehouden, misschien ook wel omdat het vaak leuker bleek wat in de plassen te stampen en zo aanstormende opponenten onder te spatten. Voor de wedstrijd voorbij was, was iedereen een modderbaal. Blije modderbalen, dat wel. En toen een poging de doelen te verzetten mislukte omdat de groten het niet wilden en de metalen buisgevallen sowieso uit elkaar vielen, verlieten ze juichend het veld.

Op weg naar de supermarkt kom ik een vader tegen met zijn dochtertje, een jaar of anderhalf, op de arm. Ze zwaait en lacht die lach waarvan kleine kinderen het geheim kennen. Hoe ze heet vraag ik. ‘Wayan’ antwoordt de vader. Nu heet een kwart van alle Balinezen Wayan, elk eerste kind krijgt die naam, én nummer vijf én negen en in die gevallen dat het zover komt ook nummer dertien, dus de tekst ‘mooie naam’ heb ik even niet gereed. In plaats daarvan merk ik op dat ze zo’n mooie lach heeft. ‘Ze lacht altijd, ze is altijd blij’ zegt de vader en zijn gezicht lijkt opeens wel erg op dat van de kleine. Alleen die prachtige rij witte tanden, heeft zij nog niet. Hoezo, geen hoop?

Lieve groet

Frank

* “Congo, een Geschiedenis.” David van Reybrouck, uitgeverij de Bezige Bij.

** “De oude school”, Don Quishocking

Een nieuw huis

 

Lichtpuntje. Verhoging van kosten voor een zorgverzekering impliceert dat er zo’n verzekering ís.

Lieve Allemaal,

Het nieuwe huis is hard onderweg. Alle palen staan, een aantal wanden en het latwerk waarop straks de pannen moeten rusten zijn gemonteerd, 7000 dakpannen zijn besteld. Elke dag erheen, met plezier om wat komen gaat, intussen proberen om in een soms warrige manier van werken overzicht te houden en te zorgen dat het goed blijft gaan. Goede, betrouwbare bouwers maar af en toe zijn er van die kleine dingen waar even niet aan gedacht is. Buitendien; het bouwen hier is deels een ad hoc gebeuren dus ter plekke moet bepaald worden waar dat raam, waar die deur komt. Al met al genieten van een nieuwe, eigen plek in aanbouw en vooruit zien. Meestal wel tenminste.

Rudy Kousbroek (1929 – 2010) heeft het ook over een woning als hij schrijft over “De weg weten in een huis dat niet meer bestaat”. Het gaat dan over Indonesië en, denk ik, een vroeger dat mooi was. Ik bespeur een roerend verlangen in die ene zin. Je weet de weg in een huis dat niet meer bestaat. Fysieke afstand of tijd die verte creëert en veranderingen initieert; ze laten het huis zoals dat bestond niet onverlet. Maar ook dan is er nog steeds de bekende weg in een gebouw dat in denken overeind blijft staan. Mogelijke dissonanten onzichtbaar, onhoorbaar geworden – ook omdat je dat wilt -, de warmte nog haast tastbaar. Ook de geur, die bij toevallig ontmoeten onmiskenbaar dié geur is en zacht verhaalt van ooit, is opgeslagen. Geen plaats om te wonen, wel een rantsoen van rijk zijn dat droefblij op de hand genomen kan worden als iets soms heimwee wakker roept. Dat roepen hoeft niet luid te zijn; een dag of datum, een oogopslag, een korte blik in iemands leven… En Indonesië, zo anders, lijkt heel vaak op Afrika want schoonheid in mensen is overal. Met wat zich zo stevig geworteld heeft in hart en denken, bouwen aan het nieuwe huis.

In mijn halfslaap vraag ik me af wat die motorfiets op mijn erf doet en waarom Dopie niet aanslaat. Het lijkt behoorlijk warm voor de tijd van het jaar; de zomer moet nog komen.  Een lieve vriendin in Johannesburg ligt in het ziekenhuis voor een operatie en ik hoop maar dat het goed gaat. Wil ik ook heen. En straks, eind januari, naar de farm van Esther en Werner maar dat is om de hoek zo ongeveer. Thando schreef een e-mail dat hij uiteindelijk een plaats voor de studio heeft gevonden en is gestart in Pretoria. Een NGO is bereid hem    te steunen en in zijn mail spreekt hij van trots en dankbaarheid en het vaste voornemen ruggengraat te tonen en er hard tegenaan te gaan. Ik wil het gaan zien. Van Cedric hoor ik niets en ik vraag me af hoe het met hem gaat. Morgen maar eens bellen. Slaapzwetend probeer ik mijn gedachten stop te zetten.

Dan word ik weer wakker in het land van altijd zomer. Muji belt. Ooit moest hij, na een zeer ernstig ongeluk, een zware operatie ondergaan maar voor de ziekenhuizen hier is het boter bij de vis. Of eerder eigenlijk; boter vóór de vis. Nu betalen of later deze week doodgaan was zo’n beetje de keuze. Ik had het geluk dat ik wat kon helpen. Nu is hij ingenieur met een redelijke baan en hij belt of ik niet naar Yogyakarta kan komen. De onderhandelingen met zijn aanstaande schoonouders over het komende huwelijk moeten gevoerd en hij wil graag dat ik daar bij ben. Voor ‘het gemak’ heeft hij een simkaart van dezelfde provider gekocht als ik. ‘Praat makkelijker Pak Frank.’ Het waarom is me niet zo duidelijk maar het is wel lief. Bali is warm en een beetje drukkend, we wachten op regen die, wat mij betreft, nog even weg mag blijven. Eerst het huis maar onder dak.

Lieve groet

Frank

Geluk op straat

Stelling van de week:
De verkoop van personenweegschalen zou, in het licht van de ruïneuze effecten op de gemoedstoestand, van overheidswege aan banden moeten worden gelegd.

Lieve Allemaal,

Een beetje Volendam op z’n Chinees; stromen mensen in straten onder een plafond van lampions, winkels vol souvenirs die je niet gratis zou willen ontvangen en stoepiers – oud woord – die je hun kleermakerij, winkel of restaurant in willen praten. Chinatown in Singapore.
Ik ben er om mijn visum op te halen en wacht een dag of twee tot ik weer naar huis kan. Op een terrasje mensen kijken. Niet alle mensen zijn mooi maar mensen kijken is dat wel en ik bedenk verhalen bij de gezichten die langs komen. Lome, warme middag.
Dan komt een bundeling van blijheid en geluk door de straat. Een jonge, knappe Chinees loopt stralend achter een dubbele kinderwagen; één van de tweeling zit er in en de ander wordt gedragen door een mooie vrouw, zijn vrouw.
Hij neemt een foto, en nog één, zoent – zomaar – zijn vrouw en de kleine man op haar arm, en weer een foto. Bij een stalletje koopt hij één blikje frisdrank, steekt het rietje erin en geeft het aan haar. Daarna gaat het naar de kinderen en hij drinkt het restje.
Maar half verbaasd zie ik hoe voorbijgangers hun pas inhouden en glimlachend toekijken, tussen hen en het jonge gezin wat ruimte latend. Een eilandje van levensvreugde in een menigte die wat afstand houdt; verrast, voorzichtig en met bewondering. Ieder die uiteindelijk verder gaat doet dat met een glimlach op het gezicht.
Geluk op straat.

Het diner had ik op het terras van een restaurantje, niet druk en goed eten, de volgende middag ga ik wéér. Het leuke en lange gesprek met de stoepier van de vorige avond krijgt een vervolg. Het is eigenlijk te vroeg voor lunch en hij komt er gezellig bij zitten. We praten van links naar rechts, van voor naar achteren en bijna hebben we alle wereldproblemen opgelost. Maar het vliegtuig wacht niet en we nemen afscheid. Uitgebreid handen schudden en schouderkloppen, hij wenst me goede reis en wil nog iets vragen… Of ik zijn vriend wil zijn.
‘Ja, uh, graag, maar Bali is ver van Singapore en ik kom hier niet snel weer.’
‘Ja maar toch, ik zou het fijn vinden. Weet je, jij zag dit niet en dat doet goed’. Hij wijst op een wijnvlek die de hele rechterkant van zijn gezicht bedekt.
Een zachte tenor fluistert in mijn denken. ‘Je zag niet dat ik zwart ben…’
Afrika landt in Singapore en zet het even onder water.

Bij alle reizen blijft de grote wereld klein. Er zijn maar zoveel plaatsen waar de liefste wonen, en vaak voelen die paar plekken als het geheel. Een bombardement van informatie, uit eerste, tweede of derde hand, houdt me bewust van meer mensen – en zorgen – dan mijn hoofd kan bevatten. Naarmate de cirkel van weten groter wordt, wordt ook m’n uitzicht op eigen onwetendheid weidser.
Terug naar mensenmaat. Zonder classificeren mensen zien, gelijk ikzelf, maakt me broeder van elk ander. Dat voelt, hoewel het verplichtingen oproept, wel goed. Zijn kent geen geografie.

Een commissie binnen het CDA pleit ervoor de C weliswaar niet te verloochenen maar minder geprononceerd naar buiten te brengen. Ik weet niet hoe ik het moet zien. Stiekem christelijke waarden – overigens nauwelijks verschillend van de essentie van andere religies en overtuigingen – in de mix doen, missie in het verborgene? Wel je broeders hoeder zijn maar het niet laten merken? Of toch een deel van die waarden onder het tapijt schuiven? De afgelopen jaren doen het ergste vrezen.
Als je sleutelt aan eigen overtuiging om de kiezersgunst te winnen, onverantwoorde compromissen aangaat om macht te behouden, als je niet bent wie je ten diepste wilt zijn, blijven je woorden leeg. Dan zak je zomaar terug naar 13 zetels of minder.
En géén mosterdzaadje.

Terug naar mensenmaat.
Dan ga je ook geen miljard op ontwikkelingssamenwerking korten, niet als VVD en niet als PvdA. Hoe moeilijk – ik weet het echt – veel mensen in Nederland het op dit moment ook hebben. Je doet én én want je laat niemand zakken.
Uitruilen heet het geloof ik. Tit for tat. Dat kan je doen met JSF’s of zo maar niet met mensen die in nood zijn, kom nou!

Veel liefs
Frank

pluizer of windekind

Lieve Allemaal,

‘Sudah makan belum?’; het is hier vaak de eerste zin bij een ontmoeting. Heb je al gegeten of nog niet? Een vriendelijke vraag die zijn oorzaak moet hebben in andere tijden, tijden dat te eten hebben geen vanzelfsprekendheid was. Tegenwoordig valt het hier, in het zuiden van Bali, in dat opzicht mee. Er komt veel geld binnen en hoewel de verdeling, zoals overal op de wereld, veel te wensen overlaat is eten er (meestal) wel.  Geen rijkdom – vrouwen die de hele dag zware stenen of zand voor de bouw over honderden meters sjouwen voor € 4,– per dag, de ervaren bouwvakker die € 6,50 per dag krijgt – geen vetpotten, passen en meten met de rupiahs. Dat is dan hier in het zuiden van Bali. Voor andere delen van het eiland, Indonesië en zoveel delen van de wereld is “stukken minder”, zoals je weet, een understatement.

Ga eens kijken bij iZarte aan de Laarstraat 47 in Zutphen. Daar loopt tot 11 november de tentoonstelling “At this time of the month we don’t have money for food”. Foto’s en verhalen uit Kliptown, een onderdeel van Soweto in Zuid-Afrika.
Foto’s die soms stilletjes het geheugen binnensluipen, soms brutaal binnenstampen, indrukwekkend in eenvoud en simpelheid. Verhalen van Koekie Jeremiah die vertellen van zorg en tegenslag maar vooral van levensmoed en, indirect, van een kracht om door te gaan die we soms vergeten. Janneke en Gert, de eigenaars van de galerie, zullen je met plezier ontvangen. En tot 24 oktober is Rolihlahla Mhlanga hun gast. Roli praat graag over zijn schilderijen die in een andere ruimte van de galerie getoond worden en alles wat daarbij hoort. Een bezoek is zeer de moeite waard.
(www.izarte.nl tentoonstelling open wo. 12-18, do/vr 10-18, za 10-17 en 1ste en laatste zondag van elke maand. Tel. 06-13802505)

Ook hier in Indonesië, niet anders dan in Afrika, raakt het me vaak hoe mensen met hun omstandigheden omgaan. Na eeuwenlange export van normen, waarden en goederen – vooral dat laatste natuurlijk – zouden we in het westen misschien wat meer aandacht moeten schenken aan import. Niet van de grondstoffen die vaak net zo goed of beter in het land zelf verwerkt kunnen worden maar van wat levenshouding. Daarvoor zijn er, anders dan bij goederen, geen handelsbelemmeringen.
Overigens; het wegnemen van die eindeloos vele belemmeringen zou wat geld kosten maar enorme winsten opleveren.

————————————————————————————————-

Het is al namiddag; zo gepland, dan is de warmte wat minder. Uit het veld worden een paar sprietjes rijst gehaald en naar een geïmproviseerd tempeltje gebracht. De pemangku (hindu priester) luidt een aantal malen langdurig een hoog klinkende bel, intussen zijn gebeden prevelend. Een flinke hoeveelheid welgemaakte offers wordt verdeeld over verschillende plekken op het land. In de mooi gevlochten mandjes voor de offertjes kokosnoten en eieren, veel vruchten en bloemen, zelfs een briefje van duizend al zijn het maar rupiahs en een stukje kip. Een bamboe tempeltje met een geel/witte sarong hier en een andersoortig bouwsel daar.
Een ceremonie. Want het land gaat vanaf nu op een andere manier gebruikt worden; het zal geen voedsel meer bieden maar beschutting.
Rijstplantjes symbolisch uit het veld gehaald, een bel die, denk ik, de geesten om aandacht vraagt en veel tijd en moeite om alles bij elkaar te krijgen. Respectvol.
De betekenis van de meeste zaken ontgaat me en mij niet alleen lijkt het. Balinese vrienden die erbij zijn babbelen rustig door of telefoneren even met een bekende…
Maar als het na een dik uur voorbij is, is iedereen blij en tevreden. De priester knikt me geruststellend toe, er kan gebouwd gaan worden. Wawan, een moslim uit Java, zegt dat het mooi was. Heel mooi.
Wie wil je zijn? Pluizer of Windekind*? Je kunt kiezen…

Je brengt je welgemaakte offers met een slordige nauwkeurigheid, elke dag.
Voor de gelegenheid steekt je smalle lichaam in een sarong.
Op je hoofd draag je een witte udeng.
Je mond spreekt zacht gebeden voor zich heen terwijl je handen zich samenvoegen,
hoog boven je voorhoofd.
Ernstige ogen sluiten zich en even ben je weg van deze plaats.
Niet godvergeten. God niet vergeten.
Semoga sukses…

uit “Pahit Manis”, 1998.

Lieve groet
Frank

*Zie ‘De kleine Johannes’, Frederik van Eeden