Weten

Lieve Allemaal,

Vandaag de tweede vaccinatie ontvangen. Het zou afgelopen vrijdag gebeuren maar aangekomen bij de locatie was er niemand. Ook geen bord met een verklaring, je ziet maar. Via de tam tam vernomen dat het vandaag wel ging gebeuren. Goed geregeld, snel geprikt. Dat mijn vaccinatiebewijs zes keer over moest vanwege fouten in naam en datum… ach. Doni was hier niet toen ik de eerste prik kreeg dus die ging vier weken geleden naar een andere locatie en kreeg gisteren ook zijn tweede prik. We zijn veilig.

Het is meestal al wat later op de avond voor het hier een beetje afkoelt. Niet dat het ver onder de 25 graden gaat komen maar, vergeleken met de ‘gevoelstemperatuur’ van zo’n 36 graden overdag is het heerlijk. De regentijd is nu echt voorbij al kwam recent nog een enorme hoosbui over; de dagen zijn zonnig en droog. En warm dus. De Sedap Malam, een struik met kleine, licht onopgemerkte bloemetjes die  haar geur verspreidt in de nacht staat voor het huis. De veranda, de woon- en de slaapkamer zijn doordrongen van haar koelfrisse geur. En iets later, als die voor het huis is uitgebloeid, komt de Sedap Malam achter het huis tot bloei. De geur reikt dan weer tot op de veranda voor. Een tuin met eigen kokosnoten, citroenen, sinaasappels, pepers en bloemen bloemen bloemen. Doni heeft de orchideëen weer in bloei gekregen en is bezig tomaten te kweken. Elke dag genieten. Bevoorrecht met een eigen wereldje waar het goed toeven is. Intussen ontgaat wat er buiten gebeurt me niet. Ik denk weleens helaas.

Op 4 mei citeerde Roxanne Van Iperen de Duitse schrijver Walter Kempowski: ‘Wist u ervan?’, een vraag die hij jarenlang aan allerlei mensen stelde. En meestal was het antwoord:

‘Nee, ik wist het niet’.

In zijn column in het Parool verwoordt Johan Fretz zijn, en ook mijn probleem: ‘Ik weet het’. Er is geen ontkomen aan. Ik weet. Opkomend bruin gedachtengoed, het plan een ‘nette’ buurt statushoudervrij te houden, woningnood die op het conto van asielzoekers wordt geschoven, landen waar vaccinatie een utopie is omdat ‘wij’ voorgaan … Ik weet en, anders dan ik misschien zou hopen, ik weet nog veel meer. Niet dat ik zo slim ben, zo is het niet, maar ieder die een krant leest en een moreel kompas bij de hand houdt weet.

Ik weet, wij weten.

Nog even en ik word 69, dan ben ik ouder dan mijn vader werd; een zeurende gedachte die het hele jaar bij me bleef en een irreële zorg werd. Hoe verder? Liever geen somberheid maar het vaak gedroomde, naïeve perspectief van eindeloos en alle tijd is intussen wel vervlogen. Geen tijd meer om mezelf ruimhartig tijd te laten voor correctie en verbetering, geen tijd ook om destructieve krachten met begrip tegemoet treden. Veel staat onder grote druk of zelfs in brand. Juist dan is begrip voor de mens én nul begrip voor en krachtige afwijzing  van ‘gedachtengoed’ dat de menselijkheid dreigt te vertrappen een verplichting aan ons menszijn. Respect voor de ander vraagt ook om een ondubbelzinnige veroordeling waar aan grondwaarden wordt getornd. Het laveren, het blijven achten van de ander en tegelijkertijd duidelijk zijn in afwijzing, wel willen maar er niet altijd in slagen polarisatie tegen te gaan want niet elke opvatting is ‘gewoon een andere mening’…. Een lastige opgave vind ik.

We weten, ik weet. 

Lieve groet, Frank

Het is mei

Lieve Allemaal,

Met zoveel te bewenen, elke dag, lijkt schrijven soms irrelevant. Voor mij al helemaal: de koetjes en de kalfjes, verwondering en zorgjes, het dagelijkse, het gewone dat leven misschien wel hoort te zijn. Liever geen opgeblazen superbelevenissen en altijd blije gezichten op facebook maar: het was mooi vandaag. Of niet, dat komt ook wel voor. Niet onderlegt om diepzinnige filosofieën de wereld in te sturen blijft me alleen dat: wat is er zoal gebeurd, was mijn dag een goede dag, was mijn goede dag dat ook voor een ander?

Daar past gedenken en dankbaarheid bij naar zovelen die ons leven, neem dat letterlijk, gered hebben. We zijn erfgenaam van ontelbaar afgebroken dromen, van ondenkbaar leed en verloren toekomst. Een erfenis die roept verder te bouwen of nieuw te bouwen waar hun leven en streven, onderweg of nog in de knop, vaak op de meest gruwelijke wijze werd afgebroken. Daar past dankbaarheid én plichtsgevoel; het is aan ons hun dromen tot wasdom te brengen. “Sobibor begon met een bordje in het Vondelpark, verboden voor Joden …” , zei de koning op de vorige vier mei herdenking. Op de plaats van dat bord hangt nu een spiegel begrijp ik. We mogen daar allemaal wel eens in kijken, intussen lopen er nogal wat in Nederland waar het een verplichting voor zou moeten zijn. Lang kijken en hun eigen, armoedige denkbeelden eens onder de loep nemen. Gesloten terras en een beperkte avondklok vergelijken met toen … Ik ben daar strontziek van.

We waren een paar dagen aan de kust van Candidasa, hotels zijn goedkoop en er even uit was een goed plan. Het hotel was wel een wat trieste bedoening. Twee kamers van de vijftig bezet en de service leed er zeer onder. Nauwelijks gasten dus waar maak je je druk over, het hier geldende gezondheidsprotocol (masker, tafel ontsmetten na gebruik en meer) werd niet aangehouden. Bijzonder was wel dat de eigenaar of architect een voorkeur bleek te hebben voor de kleur paars die Simon Carmiggelt ooit eczeemverwekkend noemde. Wanden, lakens, handdoeken, de kussens door het hele hotel en de ligbedden bij het zwembad, alles was paars. Zelfs de ‘schilderijen’ op de kamers hadden allemaal iets van die paarse kleur. Denk aan een slecht geschilderde dame met een paarse bilnaad of een geabstraheerd Balinees dorp met paarse hutjes. Maar, we waren eruit, we hebben geluierd, lekker en veel gegeten (boeken we weg onder het kopje coronakilo’s) en veel van de omgeving bekeken; het was mooi.

De schilderijen hangen hier nogal eens scheef. Recht hangen levert weinig op; morgen hangen ze weer op half zeven. Het zijn de toke’s, hagedisachtigen die hier soms over de wand lopen, die daar verantwoordelijk voor zijn. Niets engs, het zijn vriendelijke jongens en meisjes, ze eten muggen en andere insecten en buiten een eenmalig ongelukje waarbij er één vanaf het plafond zijn behoefte op mijn hoofd deed, heb ik er geen last van. Dus, ik laat die groene, rood gespikkelde vrienden met rust. De kikker in het aanrecht vind ik ook geen echt probleem, hij vertrekt wel weer en die slang, ooit verdwaald in de badkamer..; niet zeuren, dat was gewoon een vergissing. Vandaag hing ik voor de zoveelste maal een ets in de badkamer recht maar die bleef scheef trekken. Ook raar dat er een dikke draad onderuit kwam. Toen ik eraan trok bleek het de staart van een rat te zijn die een inbreuk op zijn lichamelijke integriteit niet kon waarderen. Er zijn grenzen vond de rat. Ja, dat vind ik dus ook.

Galungan is weer voorbij, net als Kuningan dat het einde markeert van een periode waarin de overwinning van goed op kwaad wordt gevierd en de voorouders op bezoek komen. De voorouders vertrokken weer, de penjors staan er nog, bambu staken die goden en voorouders noodden om te komen. Ook daarin is duidelijk dat Bali het moeilijk heeft. Waren ze andere keren meestal vol versiering en dus duur, nu was het anders. Even geen indruk maken op de buren maar verstandig omgaan met het weinige geld dat beschikbaar is. Het zal moeten maar hee, een miezerig kerstboompje is ook een kerstboom.

Links hoe het was, rechts type mijnheer P met een plusje.

De meeste zijn nu van het type dat wij ‘type mijnheer P.’ noemen. Dat komt zo: we zijn ermee gestopt maar toen wij nog een penjor plaatsten bestelden we er eens een bij mijnheer P. en betaalden een fors bedrag voor de meest lullige penjor van het hele dorp. Bij de neus genomen. Nu zien we ze overal. Bali heeft het nog steeds heel moeilijk.  

Intussen een reis naar Nederland geboekt, als het allemaal goed gaat vertrek ik eind juni. Flink wat werkstukken mee (Truus en Kees!) en veel af te leveren. Daarna terug met een nieuwe voorraad glas. Hoe het gaat met quarantaine in Nederland en bij terugkomst hier is nog niet duidelijk, ik zie wel.

Lieve groet en ik hoop tot juni, Frank

Morgen

Lieve Allemaal,

Doni is weer thuis uit Lampung, extra goed in deze moeizame weken. Na het overlijden van mijn broer is de wereld niet meer als het was; somberheid, sterfelijkheid, opstandigheid en moedeloze berusting zijn vaak sleutelwoorden. Al jaren waren er, letterlijk, duizenden kilometers tussen ons. Nu is die afstand weggevallen, én zoveel groter. Geen telefoon, geen email, niets. Het gaat goedkomen, ik ben hier eerder geweest. Het gaat nooit goedkomen, dat missen blijft.  

In Bali verandert niet veel, de meeste winkels en restaurants nemen niet de moeite te openen, het blijft stil. Er zijn plannen de komende maanden weer wat toeristen te gaan ontvangen uit een paar landen, hoe realistisch het allemaal is zal moeten blijken. Intussen heb ik wel mijn eerste prik gehad (AstraZeneca). Het dorp hier maakt deel uit van een geplande groene (veilige) zone en dus moest iedereen gevaccineerd. Dagje beetje slapjes, verder niets aan de hand. De tweede prik is intussen uitgesteld, geen vaccins op tijd. 🤨 Op de priklocatie, speciaal voor buitenlanders, alleen maar oudere mensen gezien. Het lijkt erop dat het zwevende deel van de expats het af laat weten. Overal, ook binnen in supermarkten en winkels, worden de verplichte maskers door praktisch alle Balinezen gedragen, de meerderheid van de expats doet er niet aan want zij ‘weten wel beter.’ Blij Doni weer de boodschappen kan gaan doen; ik kom elke keer thuis met een kapot gebeten tong. Op straat treedt de politie niet op, in de winkels durft niemand wat te zeggen; de nieuwe kolonialen kunnen rustig hun gang gaan. Nog een reden om niet zo zeer in die veilige zones te geloven.

De crisis heet corona en als we eenmaal de vaccins hebben verstrekt, is dat onder controle. Mwah, met meer dan zeven miljard mensen en een ‘ieder voor zich’ inkoopbeleid lijkt me dat de vraag. Het gaat nog wel even duren. Veel landen komen eenvoudig niet aan de bak bij de inkoop van vaccin; te duur en/of al verkocht. Wat er gebeurt als landen zonder achting voor de mens en op zoek naar meer macht in dat gat springen, wat gebeurt er als mutaties zich vrijelijk kunnen vormen in landen waar niet of nauwelijks geënt is? Wie goed luistert, hoort de vijfde van Beethoven.

En toch, misschien is corona de kleine crisis. Er is ook nog klimaat, welvaartsverdeling, en een economische crisis die heel wat verder gaat dan het straks wat moeizamer of minder hebben. Zo kan het niet verder’ is geen gekke gedachte. Alleen, we zullen wél verder moeten. Leven is een reis, zo mogelijk naar vooruitgang. Het bestaan van de mensheid is dat evenzo. En even geen Mozes die het volk naar het beloofde land leidt. Het is er niet eens, dat beloofde land, dat suggereert zoiets als een eindpunt en dat is er niet op onze reis. En ‘een’ volk? Op zijn best, denk ik, gaan we, haperend en wel, naar een situatie die beter is dan nu. Minder slecht is waarschijnlijker. Met verdeelde volkeren, met hier en daar een kleine Mozes en een overmaat aan dansers om een gouden kalf die zich in het beloofde land wanen; melk en honing voor een exclusieve groep. Wel op weg gaan betekent inleveren. Wie durft die belofte van bloed, zweet en tranen te doen? Zonder ‘draagvlak’, zonder ons, waagt geen overheid zich eraan.

Lieve groet, Frank

Het is stil in Bali

Stel je voor, één aap die tienduizenden bananen in zijn bezit houdt terwijl overal apen van de honger omkomen. Jane Goodall en geleerden vanuit de hele wereld zullen zich op dat fenomeen storten; een ongehoorde, onbegrijpelijke situatie, wat is er aan de hand? De man die miljarden in zijn zak heeft en houdt daarentegen, haalt eervol de cover van Forbes Magazine. Hij is een held.

Lieve Allemaal,

Deze week heb ik het koper gepoetst. Omdat het de laatste tien tot twintig jaar verslonsd was, bleek het veel werk. Ik moest aan mijn vader denken. Een schaal, een kistje, een paar vazen, alles uit ‘de Oost’. ‘Prachtig hé, heeft een arme sloeber maandenlang op zitten zwoegen voor een paar rotcenten’. Als het weer dof en mat was geworden pakte hij de koperpoets. Nu staan die dingen hier en ik ging doen wat hij gedaan zou hebben. Het ging opvallend moeizaam – gruwelijk hard poetsen en nauwelijks resultaat, ik snapte het niet. Maar opeens wist ik het weer: hij heeft ooit, onder het mom van ‘Je moeder hoeft zo nooit meer te poetsen’, alles tot bling bling geboend en vervolgens in de vernis gezet. Niet zijn beste idee ooit, weet ik nu. Het vernis was bruin en mat geworden en alleen met thinner en eindeloos wrijven weg te krijgen; uren alleen al om zo’n deksel weer glim te maken.

Weemoedige gedachten mengden zich met geïrriteerd ‘hoe kun je nou?’ en ‘waarom in godsnaam?’. Nu blinkt het zeer tevredenstellend maar ik weet nu al dat met een dikke maand of zo … Geen vernis hé, of?

Ik lijk steeds meer op mijn vader. Soms doet dat goed, soms is het confronterend. De eigen-aardigheden die de puber als onhebbelijkheden beschouwde zie ik meer dan eens terug in mezelf. Ik ben er vooralsnog niet in geslaagd dat, en nog zo het een en ander, totaal ‘weg te werken’, na achtenzestig jaar nog steeds niet helemaal degene die ik graag wil zijn. Ook daarin lijk ik op mijn vader denk ik: blijvend werk in uitvoering.

Vroeger, opa vertelt, betekende regentijd meestal later in de middag een flinke bui en dan weer blauwe lucht. Nu is het een aaneenschakeling van forse buien, veel dagen klaart het nauwelijks op. Mijn motto ‘als het regent ga ik gewoon niet’ is niet meer van toepassing, het regent elke dag wel. En fors .El Ninjo zeggen de kranten, het zal wel. Ik word er niet blij van, om onduidelijke reden maken regenbuien me nerveus, onweer en bliksem doen daar een paar flinke scheppen bovenop, corona helpt ook niet. Nog een paar maanden volhouden (hoop ik), in april zou het allemaal wat beter moeten gaan.

Aanstaande zondag is het Nyepi, het Balinese nieuwjaar. Dag van stilte, niet naar buiten, geen licht, geen kookluchtjes, geen geluid. Laat de geesten maar denken dat we vertrokken zijn. Traditie is dat de avond tevoren de optocht van de Ogoh ogoh wordt gehouden. Elke banjar (buurt) is maandenlang bezig met het maken van een gigantisch figuur en die komen dan samen in een parade. Tot verdriet van de Balinezen vorig jaar niet, en dit jaar is het wederom afgelast. Corona.

Bali blijft stil. Af en toe komen er plannen voorbij om het eiland erboven op te helpen maar het ziet er niet goed uit. De gouverneur denkt erover om gevaccineerde toeristen weer toe te laten. Iemand kwam met het idee om een soort veilige resorts te openen: een test voor je naar binnen mag en dan niet meer naar buiten. Ik zie het niet gebeuren. Intussen is het vaccineren hier wel begonnen, de tuinman, een jaar of dertig oud, krijgt vandaag zijn eerste prik. Hoe het gaat met buitenlanders is nog niet duidelijk. Het gebruikte vaccin is Chinees en hoewel ik uiteraard voor vaccineren ben weet het ik niet zo met een vaccin dat in Europa niet vertrouwd wordt. In ieder geval hoor ik geen protesten van Indonesiërs. Ook de regel altijd een masker te dragen wordt door de meesten goed nageleefd. Bij westerlingen is dat nogal eens anders. Een grote bek tegen de politie die er verbazend kalm onder blijft. Ze krijgen een waarschuwing: de tweede keer word je gedeporteerd. Niemand die die eerste keren bijhoudt. Hier in Penestanan zit het vol met ‘verlichte’ geesten die al yoga’end de wereld komen verbeteren en de ‘goedgelovige schapen’ wat leren over de ‘onzin van een masker’ en het ‘gevaar van vaccins’. Expats, toeristen en kolonialen, soms is het verschil moeilijk vast te stellen. Ik ben wel benieuwd wat die verlichte, maskerloze antivaxers gaan doen als zij straks aan de beurt komen voor die verplichte prik.

Er is ook veel positiefs. Door een gift van vrienden in Nederland kwamen we in contact met een initiatief om mensen van gratis rijst te voorzien, vooral gericht op de Javanen die hier wonen en daardoor niet in Bali geregistreerd staan. Niet geregistreerd betekent geen overheidshulp. Niet dat € 36,– per gezin per maand een groot verschil gaat maken maar ook beetjes zouden helpen. We betaalden € 60,– per 100 kilo rijst, kom daar maar eens om bij AH. Deze week gaan ze bij de moskee 500 kilo uitdelen, Bali is Hindoe, Javanen tref je bij de moskee. Zo zijn er veel initiatieven, gelukkig maar. Het blijft, ook voor de Balinezen, een moeilijke tijd. 

Lieve groet, Frank

Menselijke maat

Lieve Allemaal,

Opluchting. Zestien jaar geleden ging er met mijn linkeroog wat mis. Er werd een gaatje gemaakt om de oogdruk te verlagen, dat groeide dicht en het zicht ging terug naar 5%. Nu het rechteroog en het ging het té goed. Het gaatje bleef, maar met oogmassage – auw, auw – en oogdruppels bleef de druk te laag. Ook gevaarlijk. Ik moest met masseren stoppen. Blij mee maar het hielp niet. ‘Nu stoppen met de druppels, als die druk niet omhoog gaat, verdwijnt het zicht helemaal en moeten we iets bedenken’, zei de dokter. ‘Wat gaat u dan doen?’ ‘We gaan iets bedenken.’ Afgelopen week met angst in het lijf naar het ziekenhuis om te laten meten. Oogdruk 10.8, dat is prima in orde!

Voor 2020 had ik me voorgenomen 4 kilo af te vallen, nu nog 6 kilo te gaan. Ik houd het op het corona-effect en ik laat het maar; redelijk onschuldig en een heel jaar om het weer te proberen. 2 kilo erbij, geen frustratie. Er komt ander nieuws uit Nederland. Over relschoppers, sluimerend ongenoegen dat tot uitbarsting komt en legio roeptoeterende, zelfbenoemde virologen, sociologen en epidemiologen, aangevuld met onderwijsdeskundigen en statistici die het allemaal wél weten. Het klinkt als veel frustratie. Recente aanvulling: ijsmeesters. En ruim voldoende schandalen om je over op te winden.

We moeten terug naar de menselijke maat klinkt het. Terecht, zonder menselijke maat gaat niets, zonder is er geen samenleving. Meten met die maat vereist wel het eigen menszijn, inclusief lek en gebrek, te kunnen zien voor wat het is: (hopelijk) van goede wil, maar zeker ook gemankeerd. Met menselijke maat meten begint bij zelfreflectie, het begint ook bij kleine zaken.

Vorige week Doni naar het vliegveld gebracht en we wilden even lunchen. Alles dicht, alleen McD was open. Vooruit dan maar. Je kunt er tegenwoordig alleen nog bestellen en betalen via een machine, komt geen mens aan te pas. Bel een bedrijf of instelling met een vraag en je mag bingo spelen op je telefoon tegen een computer. Bij de supermarkt heeft aan de kassa nauwelijks iemand tijd voor een praatje. Binnenkort spreek je helemaal niemand meer, je mag dan zelf de boodschappen scannen en betalen via een apparaat. Op internet ‘communiceer’ je met een computer en wat je ook maar wilt wordt straks of morgen afgeleverd door een koerier die echt geen tijd heeft om ook maar één woord met jou te wisselen. Het menselijke verdwijnt uit het dagelijkse, we zien het gebeuren en dan? Internetgiganten wentelen de kosten van een showroom af op lokale, fysieke winkels en worden schatrijk. In het proces worden die winkels wel om zeep geholpen. We schieten onszelf in de voet of erger. Omwille van een lagere prijs en snelle service, 😂😂😂, gaan we ermee akkoord, vergetend dat het gevolg afdoet aan een menselijke samenleving en dat die lagere prijs echt maar tijdelijk is. 

De kleine dingen. Met de grotere heb ik zelden of nooit direct te maken. Ik ben geen vluchteling of asielzoeker, ik heb kleurtje noch dubbel paspoort, woon niet in Groningen en verblijf niet Moira. Ik heb geen bijslag kinderopvang en niemand gaat me terug in zee duwen. Kortom, ik zit gebijteld, het zal mijn tijd wel uit duren. Niet dus.

Een ander de menselijke maat ontzeggen is een opmaat naar het failliet van de samenleving. Achter statistieken en cijfers, achter efficiëntie en rendement zijn empathie en zorg voor elk ander verdwenen. Ook, misschien vooral, in programma’s van politieke partijen die vaak ook de waan van de dag even ‘meenemen’. Het individu werd onzichtbaar. Niemand van ons wil dat echt, de peilingen wekken niettemin de indruk dat (te) veel kiezers (te) weinig oog hebben voor wat velen direct, en ons allen op termijn, gaat schaden.

Is politiek een echo van die samenleving of (ook) die van een luidruchtige minderheid? Scoren partijen met een doorwrochte analyse en visie of met de waan van de dag?  Het heen en weer kaatsen van opvattingen, ook dubieuze, doet hun volume aanwellen en van lieverlee lijkt (haast) alles normaal. Janmaat zou verkiezingsprogramma’s van sommige ‘middenpartijen’ met instemming lezen.

Asalnya dimana? In haast elke ontmoeting hier komt die vraag: waar kom je vandaan? En ergens, vaag vanbinnen, sluimert dan licht ongemak over het antwoord. Niet alle bladzijden van de Indonesische geschiedenis, ons land schreef er driehonderdvijftig jaar lang aan mee, zijn vrij van Nederlandse (bloed)vlekken. Toch word ik er nooit op aangesproken, nooit een ‘ik wil mijn fiets terug’. De schuld aan die vlekken ligt bij hen die opdracht gaven, faciliteerden en eraan meewerkten. Indonesiërs weten dat ook.

Voor vlekken vandaag gemaakt ligt dat anders. Democratie is medeverantwoordelijkheid. En er zijn nogal wat vlekken, gore vlekken. Als toekomstige generaties erover lezen in onze geschiedenis, hoop ik dat ze ook kunnen lezen over tegenkrachten, de zachte krachten zo u wilt. En dan graag over tegenkrachten die het tij gekeerd hebben. Nog even en er zijn verkiezingen, stemmen is een verplichting aan de toekomst. Een ander geluid zullen we zelf ten gehore moeten brengen. Niet schreeuwerig, wel indringend. Heel indringend. Ik ga verdraaid goed opletten waar mijn stem heengaat. Er is niet heel veel keus voor wie die menselijke benadering essentieel vindt. Opletten dus!

En intussen, nooit vergeten: laat je blij maken door alle mooie dingen die ook overal plaatsvinden en voeg er een paar aan toe. Lieve groet, Frank

Een nieuw jaar

Lieve Allemaal,

Het is alweer zeven dagen het nieuwe jaar in, niet te laat om u allen hierbij (nogmaals) een goed en gelukkig jaar toe te wensen. Het was een rustige jaarwisseling met weinig, ook hier verboden, vuurwerk. De gouverneur verordonneerde zelfs een uitgaansverbod na elf uur ’s avonds. Zoef de hond wordt gek als het gaat knallen dus (ook) hij was er wel blij mee. Wij lagen om kwart over twaalf, oliebol- en appelflapvrij, in bed.

Januari, lastige maand. Volgende week kennen Doni en ik elkaar vijftien jaar. Iets om blij mee te zijn maar wat behoorlijk botst met andere data. Dezelfde dag is het zeventien jaar terug dat Emmanuel en ik ringen kochten en uitwisselden bij Stellenbosch in de Kaap en tien dagen later ligt die in-zwarte dag alweer zestien jaar achter. Het blijft een tijd van ’s nachts wakker schrikken, van gaan door de kamer en overvallen worden door weemoed bij het zien van een foto, een beeld, een mondharmonica … Toch is het in wezen niet anders dan in andere maanden. Als altijd gaat het erom te leven met wat is: de omstandigheden van vandaag én een schat aan dierbare herinneringen. Die foto’s op de schrijftafel bekijken en een klein moment de blik naar binnen keren. Dwalen door die oneindig grote woning, ontspannen wandelend of woedend stampvoetend door dat huis waar wordt bewaard en gekoesterd. Even maar, er zeker niet gaan wonen. Leven met wat is en daar dankbaar voor kunnen zijn: de dagelijks opdracht die deze weken alleen iets lastiger in te vullen is.

Ik schrijf dit op de nieuwe computer, de vorige, een waanzinsdure Apple laptop, gaf er na drie jaar definitief de brui aan. Drie keer het toetsenbord vervangen heeft niet geholpen, de klachten bleven komen en nu ging ook het beeldscherm op zwart. Voor nu geen laptop meer, blijkbaar zijn de bewegende delen in dit klimaat een probleem. Jammer dat de voorlopige (geringe) verdiensten met mijn nieuwe e-boek daaraan opgingen of, een geluk dat er net voldoende was voor de laptop helemaal dood was? Dat dus!

Intussen zien we het nieuws uit de VS, schokkende berichten met zo mogelijk nog schokkender foto’s. Als kind had ik (en waarachtig niet alleen ik) een grote bewondering voor Amerika die grensde aan jaloezie. In dat land kon alles, daar was iedereen welvarend en in de gelegenheid elke droom waar te maken. “The land of the free.” Dat beeld is al lang bijgesteld. Het blijkt een land waar veel goed gaat maar ook verbijsterend veel mis. Van kampioen democratie zakte het land naar de status van democratisch fors gemankeerd. Intussen is het tot een verdeelde puinhoop verworden. De psychopaat die het huis in brand steekt voor hij de sleutels overdraagt aan de nieuwe bewoner woont nog even in dat witte huis. Ver weg. De bruine ideologie waarvan hij het gezicht is, is dat niet. Een importverbod voor die ‘waarden’ zit er niet in en zou ook niet effectief zijn. We hebben zo onze eigen ‘productie’. Straks in maart is het meer dan ooit opletten.

De komende tijd ga ik verder met schrijven, voor nu even geen glas. De oogoperatie is weliswaar goed verlopen, zo goed zelfs dat ik veraf weer zonder bril kan zien, maar op een of andere manier is diepte inschatten een groter probleem dan het was. Geen idee waar het aan ligt. Het linkeroog was en is bijna blind maar functioneerde net voldoende om diepte te zien. Dat oog is niet veranderd en toch… Ook kleine lettertjes en andere details zijn opeens lastiger, m’n werk wordt er erg vermoeiend door, frustrerend ook. Volgende week weer een afspraak in de oogkliniek.

Ik hoop dat het in mei of juni mogelijk zal zijn naar Nederland te reizen. Als dat lukt wil ik daar dan een tentoonstelling organiseren met alle werk dat er intussen is. Het kan geen uitverkoop heten maar iets speciaals wil ik wel gaan doen. En alle dit jaar gecancelde workshops, ik hoop  dat ook die dit jaar gewoon door kunnen gaan.

Lieve groet, Frank       

Gewoon doorgaan

Een uiterst dubieus persoon, een oude man die 340 dagen per jaar, omringd door een stel leuke jonge mannen in Spanje woont en daar god weet wat uitvreet, laat mij, ondanks het feit dat hem een zwaar gesubsidieerde schimmel ter beschikking is gesteld en hij zelf in het bezit schijnt van een oude stoomboot, liever barsten terwijl hij ‘thuis’ blijft ‘werken’ in een paleis dat niet van hem is. Gewoon te beroerd om mijn schoen, een ietsje uit de route misschien, te bedienen. Ik vind daar iets van.

Lieve Allemaal

Lang niet geschreven, vooral ook omdat de dagen bepaald niet gevuld zijn met enerverende gebeurtenissen. Bali is nog steeds stil, het meeste is dicht hoewel, hier in Ubud waar veel expats wonen, iets minder schokkend dan in de echte toeristen/badplaatsen. Om mijn nieuwe bril af te halen moest ik deze week even in Kuta zijn en het was surrealistisch. Straten vol dichte luiken, geen mens te zien. Hier in Ubud zijn de wegen nog steeds, of alweer, vol verkeer, Balinezen waarvan ik geen idee hebben waar ze vandaan komen of heengaan. Overal werkeloosheid en faillissementen – hier zonder ww uitkering, ondersteuning of wat dan ook – en blijkbaar toch met iets bezig. Ik hoop maar dat het ze iets oplevert. Deze week, zoals gezegd was ik in het zuiden, zag ik een fenomeen dat ik niet eerder zag in Bali: bij een aantal stoplichten oude, zeer oude mensen die om geld of eten vroegen. Hier in Ubud en omgeving zie ik regelmatig mensen die allerlei waar – snacks, houtsnijwerk, kralenkettinkjes of sarongs – te koop aanbieden. Ik koop veel onzin deze dagen – druppels naar een onoplosbaar probleem.

Eerder waren er hardnekkige geruchten dat Bali open zou gaan op 11 september, toen werd het 1 december maar, afgezien dat niet Bali opengaat maar Indonesië (of niet natuurlijk), blijft het land gewoon gesloten. Alleen voor mensen met een duur businessvisum wordt een uitzondering gemaakt. Toeristen met geld schijnen daar dan weer misbruik van te maken maar … het blijft stil in Bali. Intussen komt het nieuws uit Nederland en de rest van de wereld hier natuurlijk gewoon binnen. Tijd genoeg – teveel denk ik wel eens – om alles te lezen en te zien. Eén van de oudste (waarachtig niet perfecte) democratiën onder vuur van een oranje huilbaby én een groot deel van ‘zijn’ partij, dat laatste pas echt zorgwekkend. Politieke waanzinstoestanden in nogal wat landen, NL niet uitgezonderd.

De kinderen in Moira zullen het voorlopig met de belofte dat er iets gaat gebeuren moeten doen, voor nu blijven ze in een overvol tentenkamp, in de modder op giftige grond. Nederland heeft zo z’n eigen problemen – eigen volk eerst rechts extremisten die in de nek van grotere partijen hijgen – en daar is iedereen druk mee. Oplossing voor de kinderen in Moira: geen. Oplossing voor het gevaar van extreem rechts: een flink eind die kant op schuiven. Fatsoen inruilen voor meer stemmen. Christenen die graag christen willen zijn maar dat even niet kunnen vanwege ‘de coalitie’. Niet hun schuld dus.

Er zijn van die dagen dat Max Liebermann in gedachten komt.  ‘Man könnte gar nicht soviel essen als man kotzen möchte.’ 

Hier thuis gaat het betrekkelijk goed, ik heb nogal eens last van een dip maar met de altijd vrolijke Doni straks weer hier zal dat snel bijtrekken hoop ik. Zoef de hond kan tevreden zijn, ik weet niet of hij gelobbied heeft maar aan het begin va het dorp staat tegenwoordig een bord dat strenge straffen belooft aan eenieder die honden doodslaat, ontvoert of opeet. Niet dat het eerder wel mocht; het was altijd al verboden maar hier is een extra waarschuwing niet ongebruikelijk. Over heel Bali vind je borden die melden dat in die regio de verkeersregels gevolgd dienen te worden of, eigentijds, dat in dat gebied maskers moeten worden gedragen. Ook dat is allemaal gewoon de wet. Naleving wordt verder niet afgedwongen, er is geen of nauwelijks controle. Het doet me denken aan Zuid-Afrika waar jarenlang overal bordjes langs de snelweg stonden dat er cameracontrole was. Er waren veel bordjes maar lange tijd nog geen camera’s. In Indonesië is veel verboden maar niet zo streng. Doni komt dinsdag weer thuis, hij was in Padang (Sumatra) voor de begrafenis van een familielid met bijbehorende 14 dagen van bidden, gisteren ging hij met de bus van Padang naar Lampung, een trip van 28 uur. Zoef zal blij zijn, ik ook.  

Veel liefs, Frank

Leeg

Lieve Allemaal,

Bijna 50 jaar geleden. Ik werkte in de Koopmansbeurs in Amsterdam en spendeerde de pauze graag met banjeren door de Kalverstraat, toen nog een straat met winkels van klasse en kwaliteit: Schaap Citroen en, ver daarboven verheven, juwelier Simons. Zelfs de koningin kwam er. Die dag, staande voor de etalage van Simons, zag ik die hand. Slank en gesierd met een ring: één robijn en aan twee zijden twee kleine diamantjes. Achter de vitrage die de etalage afschermde van de winkel was nog net een jongeman zichtbaar; blond, bloedstollend mooi en van een klasse die ik wel nooit zou bereiken. Het werd een beeld dat me bijbleef. Veel jaren later liet ik de trouwring, me nagelaten door Emmanuel, ombouwen: één robijn en aan weerszijden twee diamantjes, het beeld van toen was er nog. Weer een paar jaar later zag ik die hand van toen bij vrienden. De robijn was groter, de diamanten elk haast een half karaat dikker, de hand was ouder maar het was die hand … 

Werkte jij toen bij? Ja, dat was ik.  

Nee, het was nooit iets geworden tussen ons, zoveel was duidelijk, maar we spraken en herkenden, de laatste keer in een klein slaapkamertje op een niet roken feestje. Ik had het voorrecht de mooie, onzekere mens, de man die eigen schoonheid niet herkende of niet voldoende vond, te ontmoeten, de man die misschien wel dacht dat zijn schoonheid die hand of dat silhouet achter de vitrage was. We sloten het af met een omhelzing: ik denk aan je, blijf overeind mooie, lieve vriend. Hij heeft het niet gered, deze week nam hij afscheid van het leven, ik blijf die hand zien.     

Het regenseizoen lijkt nu toch echt aangevangen, het begon met elke nacht enorme buien. Misschien hebben de regengoden aanvankelijk nog rekening gehouden met toeristen, intussen zijn ze erachter dat die er toch niet zijn dus nu ook overdag emmers, gigantische emmers. Ik word er iebel van, één van mijn afwijkingen is dat regen me nerveus maakt. Zeer nerveus en dat valt, in toch al lastige weken, niet mee. Overmorgen mijn oogoperatie. Simpele ingreep begrijp ik – staar – maar mijn broer raakte er zijn oog mee kwijt. Rampzalig voor hem natuurlijk, bij mij functioneert alleen het oog dat nu geopereerd gaat worden en zoiets zou nog ietsje harder aankomen. Vertrouwen mijnheer Ham. Jawel, ik doe mijn best.

Intussen is Bali nog steeds leeg, dat wil zeggen, buiten een paar Indonesiërs geen toeristen. Hier in Ubud is praktisch alles dicht en, het kan niet anders, regent het ook faillissementen. De MacDonalds in Kuta is ook al op de fles. Kuta is een strand-zuip-toeristenplaats in het zuiden waar ik liever niet gezien wil worden en dat geldt ook voor de MacD; niets aan verloren dus maar dit is wel veelzeggend. Chapeau voor het (gematigd) optimisme van de Balinezen. Ze doen wat ze kunnen maar het zijn zware tijden. Hier niet, zoals in Nederland, allerlei amateurvirologen en -epidemiologen; de Balinezen houden zich over het algemeen keurig aan de regel een masker te dragen. (€ 6,– boete als je het niet doet, er wordt alleen nauwelijks gecontroleerd.) Een flink aantal westerlingen dat hier woont verdomt het echter, die lopen de supermarkt in met masker (anders kom je niet binnen) en doen dat, eenmaal binnen, gelijk weer af. Doni is in Lampung dus heb ik de boodschappen de laatste twee weken zelf moeten doen en dan zie je dat allemaal. Redelijk beschamend vind ik en het maakt me nijdig. Arrogante zweef****yogafiguren die menen dat het voor hen allemaal niet geldt.

Eigenlijk zou Doni gisteren terugkomen maar veel vluchten worden op het laatste moment gecanceld. Hij was al op de luchthaven en toen ging het niet door; we hopen op vandaag. Hij is hier tenminste maandag nodig als mijn blindengeleide.

Mijn boek met korte verhalen is intussen klaar, alleen het drukken laat nog op zich wachten, dat kan pas als ik in Nederland ben. Aan hen die het boek bestelden heb ik alvast de PDF gestuurd en, niet voor het eerst, direct daarna de eerste fout in de tekst ontdekt. Bij Pahit Manis was het een pad dat ‘stijl’ omhoog ging, in Ubuntu was er ook een kleinigheid fout en nu was het woord ‘niet’ verdwenen. Dat draaide de zaak behoorlijk om. ‘East is east and west is west and never …’ Een tekst van Kipling waar ik dus NIET mee instem. ‘And ever the twain shall meet’ is mijn ervaring. In de gedrukte versie komt het wel goed. Nu bezig met een vakboek over het fusen van vensterglas. Ik hoop dat er behoefte aan blijkt te zijn, ook de verkoop van (E)boeken is lastig op het moment. Maar, vensterglas is vele malen goedkoper dan het glas wat normaal gebruikt wordt en overal verkrijgbaar dus wellicht … velen moeten op de centjes letten. Straks proberen deze blog te plaatsen, voorlopig is er geen internet. We hebben een nieuwe provider en aanvankelijk ging het allemaal prima, de laatste weken is het puin. En dan moet je ze bellen dat het weer mis is.

V: Wat is uw klantnummer mijnheer?

A: Dat is 987654321.

V: Uw naam is Franklin Edward? 
A: Ja, dat klopt.

V: Franklin Edward van den Ham?

A: Klopt ja.

V: U woont in Ubud, in Penestanan?

A: Ja, mijnheer klopt ook.

V: In Gianyar, Bali?

A: Ja mijnheer, zelfs dat klopt. Er is maar één Penestanan in Bali en dat is in Gianyar.

V: U woont achter de Bintang supermarkt?

A: Ja mijnheer, weer helemaal goed. Hoeveel Franklin Edwards heeft u eigenlijk als klant in Indonesië, of meer precies, in Bali? En zijn er dan ook nog die niet achter Bintang wonen? 

Mijnheer, het internet doet het niet voor de vijfde keer deze week, dáár moet iets aan gedaan worden.

V: Juist, kunt u het klantnummer nog een keer herhalen?

Papierwinkels met nutteloze informatie zijn alom aanwezig hier. Als ik de zandstraler € 3,– betaal moet ik tekenen om te bevestigen dat ik inderdaad betaald heb. Ze willen het risico dat ik straks ga ontkennen betaald te hebben niet lopen. De kliniek hier – artsenconsult, rapid test, ECG en medicijnen voor € 24,– totaal – wil eerst even weten wat mijn religie is, net als de supermarkt die die informatie wezenlijk vindt voor een klantenkaart. Straks ga ik weer bellen. Eerst de juffrouw met de lofzang op de provider uitzitten, vervolgens een bingo doen op de telefoon en dan een paar vragen beantwoorden. Als u deze blog kunt lezen is het gelukt.

Lieve groet, Frank

P.S. Dat korte verhalenboek is te bestellen. 37 verhalen, 138 pagina’s op A5 formaat, (nu inclusief dat woordje ‘niet’). Als E-boek € 9,50, als boek € 17,– + € 3,– verzendkosten. Bestelling door het overmaken van het bedrag op NL78RABO0398824045 tnv F.E. van den Ham Msimang. E-boek komt direct per email, gedrukte versie komt in het voorjaar van 2021 met de post.

Stil

Lieve Allemaal

Het heeft lang geduurd voor er weer een blog klaar was. Ik kan natuurlijk zeggen dat het vakantietijd was maar dat klopt niet helemaal. Helemaal niet eigenlijk, we doen hier altijd al kalm aan. De laatste maanden geldt voor mij: te kalm. Geen glas meer om te werken en sowieso voldoende voorraad werkstukken in een tijd dat verkoop gestopt lijkt te zijn. Een moeilijke situatie voor de Balinezen om ons heen en het wereldnieuws lijkt, elke keer als ik denk dat het niet rotter kan, toch nog wat beroerder dan de dag ervoor. Ik weet het, er gebeurt veel goeds en moois en daar moeten we vooral alle aandacht aan blijven geven. Dat er dubieuze types rondlopen die meer invloed krijgen blijft zorgwekkend. Als deze tijd van pandemie een generale repetitie is voor het tegemoet treden van de grotere problemen die ons staan te wachten, belooft het niet veel goeds. Niet in staat er veel aan te doen, ben ik daar dan weer bezorgd over. Niet slim, ik weet het, ik zal beter mijn best gaan doen.

Zover iets definitief kan zijn in Indonesië is het definitief, Indonesië blijft gesloten voor toeristen tot minstens volgend jaar. De gouverneur van Bali had weliswaar bedacht dat 11 september een goede datum zou zijn voor heropening – datum geplukt van de hindoe kalender – maar Jakarta besliste anders. Begrijpelijk en een ramp voor de bevolking hier die voor meer dan 70% afhankelijk is van toerisme. Ubud en de kustplaatsen zijn leeg, restaurants en winkels gesloten. Zelfs het apenbos hier, altijd een attractie, is dicht. De poging met lokaal toerisme wat op te vangen lijkt mislukt, afgelopen week bijna 5000 Indonesische toeristen en dat is niet genoeg om de minstens 130.000 hotelkamers op Bali te bezetten.

Bali is ook niet aantrekkelijk op het moment. Kip en ei situatie want alles gesloten omdat er geen toeristen komen, er komen geen (lokale) toeristen want alles is dicht.

Voor ons verandert er niet veel. We blijven zoveel mogelijk thuis en zijn blij met tuin en zwembad. Wel jammer dat Fort Knox voor de deur en het nieuwe huis bij de buren nog steeds niet klaar zijn; elke dag gierend gillende machines en beukende hamers. Lastig als je eigenlijk niet weg mag. Mijn werk (workshops) in de VS was al gecanceld, nu gaat de workshop die hier in Bali zou worden gehouden ook niet door want niemand komt het land in. Ik overweeg offertjes in het huistempeltje voor vadertje Drees.

In Nederland werd het einde van de tweede wereldoorlog in het koninkrijk gevierd, hier niet. Zelfs als een oorlog geen tweede wereldoorlog meer heet maar ‘politionele actie’, blijft het een oorlog en die duurde voor Indonesië tot eind 1949. Wel vierde Indonesië de onafhankelijkheid. Al duurde het tot 2005 voor Nederland 17 augustus 1945 als datum wilde erkennen, dit land is 75 jaar onafhankelijk. Het had een grootse dag moeten worden met vieringen in het hele land, door Covid19 was alles anders. Rood/witte vlaggen en vanen langs de straten, op huizen en gebouwen, een ceremonie in Jakarta en wat kleine samenkomsten bij gouverneurs en burgemeesters; veel meer werd het niet. Geen militair marcherende groepen schoolkinderen in de straten deze keer en dat vond ik zeker geen gemis. Verder was het allemaal nogal triest. Er is veel zorg in Indonesië, zeker in Bali. We proberen te helpen waar we kunnen maar het is ook niet meer dan een druppel natuurlijk. Heel veel gaat ook niet, gezien de werksituatie is de rek er bij ons wat uit. Maar, voor u zich zorg maakt, voor ons persoonlijk niets te klagen, het gaat ons goed en ik hoop van harte u ook!

Lieve groet, Frank

koffers

“Het geeft niet, wij geven wel wat rijst aan onze buren.” In dit land gaat veel van de hoognodige hulpverlening mis. Het komt niet aan of bij de verkeerde mensen. De reactie van een inwoner van Oost Java doet geloven dat het, ondanks dat, wel goed komt hier.

Lieve Allemaal,

De gebeurtenissen in de VS en de rest van de wereld gaan aan Indonesië, zeker aan Bali, goeddeels voorbij. Doni bewijst als fervent lezer van het nieuws dat het allemaal wel te volgen is, er zijn maar weinigen die dat ook doen. Het nieuws ontvangen we, verbijsterd en wel, meest van buiten dit land. Een gruwelijke moord werd de druppel en met het overlopen van de emmer wordt een eindeloze reeks van misstanden zichtbaar voor iedereen of, beter gezegd, het wordt moeilijker dan ooit ze niet meer te (willen) zien. Grote demonstraties maken reacties los; vaak nog meer vuil uit die emmer – nog vaker hoopgevende response. Dat laatste op z’n best een begin van wat hoognodig gedaan moet worden, van wat al lang klaar had moeten zijn.

Getrouwd met een zwarte man, in een relatie met een bruine man; dan kun je veilig aannemen dat iemand geen racist is.

Toch ..?

Nee, ik ben geen racist en, daar ben ik zeker van, u ook niet. Zo ben ik, zo bent u niet opgevoed. De enige opmerking over zwarte mensen die ik me herinner van mijn ouders, mijn vader, is toen er een zwarte man, dat heette toen nog neger, in een wit zomerpak over ons plein fietste. ‘Mooi he Frankje, zo’n donkere man in zo’n wit pak’, en er klonk bewondering in zijn stem. Misschien in het licht van vandaag geen politiek correcte uitspraak, zijn intentie toen is duidelijk. Maar ik ben niet de enige die, zo langs de weg, wat beeldvorming oppikte waarvan het een ander in de koffer terechtkwam. Ik heb mezelf echt wel eens betrapt op denken of woorden die feitelijk racistisch waren. Nee, ik ben geen racist maar aannemen dat ik ‘dus’ vrij ben van alles wat discrimineert? Zou mooi zijn, en domme hoogmoed, dat ook. Misschien dat demonstraties bewustwording bevorderen, het echte werk zullen we zelf, aan onszelf moeten doen. Iemand die kan melden dat het allemaal klaar is?

Een soort van lockdown en de bouw voor onze deur van wat ik Fort Knox noem – volgens Doni is het meer een gevangenis – is geen goede combinatie. Meer dan een half jaar nu gieren en janken machines op een meter of zes van het huis. ’s Morgens vroeg beginnen ze en dan houdt het niet op voor de rest van de dag.  Het goede nieuws is dat de bouw bijna klaar lijkt te zijn, nog een week of twee, drie. Het resultaat mag dan een kolossaal massief monstrum zijn en ons uitzicht aan gort; er was een kans dat we ook overdag ons leven gewoon weer op konden pakken. Was. Sinds een dikke week zijn de buren naast ons begonnen met een grote bouw c.q. verbouwing. Ook zij hebben machines, veel zeer luidruchtige machines. Een maand of zes vertelden ze aan Doni, dan zou het klaar moeten zijn. Verschil is dat zij al om zeven uur ’s morgens beginnen en wat langer doorhalen. Je kan er niets van zeggen maar we zijn niet blij. Voor mij voegt het toe aan een nervositeit die al weken sluimert. Oorzaak: van alles. Het is soms lastig vertrouwen te houden dat het allemaal wel goed komt met de wereld of, beter gezegd: het weten dat ik het niet ga zien is intussen wel ingezonken, Misschien is het echte probleem dat in een tijd dat introspectie voor de hand ligt, de rugzak wel erg vol blijkt te zijn. Twee weken geleden mocht ik de leeftijd bereiken die mijn vader had bij zijn overlijden. Pogingen veeleer te denken aan de hoge leeftijd die mijn moeder mocht behalen lukken niet best. Dromen die telkens terugkeren: nachtelijke paniek over moeten vertrekken en niet klaar zijn, geen koffer gepakt en een vliegtuig dat elk moment kan gaan … Deze dagen kijk ik soms met weemoed, soms met spijt en soms met trots omdat het lukte terug maar inderdaad, een volle rugzak is een mank excuus het er verder maar bij te laten. Domme onzin, wat u zegt, ik blijf mijn best doen.

Lieve groet, Frank