Malu

Kortjakje, die altijd zieke schijnheil, ging zondags naar de kerk met een boek vol zilverwerk. Beetje patserig en niet van deze tijd. Nu kom je, als je het handig speelt, met een Uzi uit de kerk. Laat je bekeren in Kentucky en je maakt kans op de meest prachtige prijzen; pistolen, jachtgeweren, noem maar op. Jezus redt; veilig onder zijn hoede met voor de zekerheid een wapen onder het kussen. Halleluja met knaleffecten.

Lieve Allemaal,

Bij Pulau Kelapa (palm eiland), hebben ze tegenwoordig cocktails. Het was zo’n dag dat wat troost wel op zijn plaats was dus ik bestelde. Wat later kwam de dienster aan met een glas; ingewikkelde slingerpoot, hoog, nauwelijks te hanteren, de inhoud oogverblindend blauw. Oh.

Ik weet nu ongeveer hoe het smaakt. Ongeveer want Zoef, de hond aan mijn voeten, bleek een obstakel waar ze niet omheen durfde, angstig kreunend probeerde ze van twee meter weg het glas voor mijn neus te zetten. De halve inhoud over mijn broek, een deel op de tafel en ja, ook nog iets in het glas. Ik doe geen cocktails meer. ‘Maar…’, begon ik. ‘De hond’, piepte ze en weg was ze om niet meer terug te komen. Malu, dat is beschaamd.

Bij de Indiër hebben ze nu 8 of 9 weken lang alleen maar kip. Ok, ook vis maar dat eet ik niet en hun veelgeprezen lam is even niet voorradig. Van de ober wil ik weten hoe dat nu kan, overal lam maar niet bij hen. Ik zit alleen op het buitenterras en daarin vindt hij zijn oplossing. Hij schuttert wat en komt vervolgens gewoon niet meer opdagen. Malu. Na een half uur vertrek ik maar.

Het meisje bij de grill is nieuw en potverdomme, daar heb je het al, zo’n enge westerling komt binnen. Met haar blik op de grond brengt ze het menu, neemt de bestelling op, brengt een cola, brengt het gerecht… Mijn, ook als hint bedoelde, extra dikke dankjewels ontgaan haar; geen woord. Het schiet me uiteindelijk verkeerd en ik vraag of ze niet kan praten. Een angstig knikken is mijn antwoord. Voor de rest laat ze een collega overnemen. Malu.

Het is, in een land waar kinderen van kleins af aan op het hart wordt gedrukt zich grondig te schamen als ze een fout maken, begrijpelijk. Anderzijds, het verder uit de hand laten lopen van situaties is natuurlijk niet handig. Een beetje als het lastige telefoontje dat ik zo lang uitstel tot ik het met goed fatsoen niet meer kan doen? De manager van een internationale hotelketen die een grote opdracht had gegeven hield zich, toen die order blijkbaar niet door kon gaan, permanent onbereikbaar. Nooit meer gesproken. Malu.

De kassière bij de supermarkt kan bij een klacht – adu, kasian – niet weglopen en lost dat op door naar de kassa te blijven kijken en mij eenvoudig te negeren, de man die me bijna doodrijdt heeft dat, toevallig even, niet gezien. Het is in het westen, bij mezelf bedoel ik dan vooral ook, geen onbekend fenomeen maar hier is het tot het niveau van de ultieme perfectie uitgewerkt. Malu, een cultuur van schaamte. Soms aandoenlijk, voor de mensen die erin leven niet vrij van consequenties want hoe leert een baby lopen als ze niet mag vallen?

Schaamtecultuur. Via het internet zag ik de reportage ‘The act of killing’. Een schokkende ervaring – ik moest de film, niet overdreven, om emotioneel overeind te blijven over twee avonden verdelen – die de kijker verdwaasd achterlaat met een ultiem gevoel van wanhoop. Het is lang geleden, al vijftig jaar bijna, dat in Indonesië een miljoen mensen of meer gruwelijk werden afgemaakt, ze werden ervan beschuldigd lid te zijn van de communistische partij. Dat was grond genoeg. Suharto – in de meer dan dertig jaar dat hij president was drukte hij naar schatting 70 miljard dollar achterover maar bleef gewaardeerd bondgenoot van het westen – stond erbij en keek er op zijn minst naar. Dat er ook ettelijke duizenden werden omgebracht op grond van persoonlijke vetes, omdat ze chinees waren, omdat ze het verkeerde geloof of het foute gezicht hadden; collateral damage. Toen het voorbij was zaten tienduizenden gevangen en werden kinderen van communisten, met een aantekening op hun persoonsbewijs, decennia lang geweerd van onderwijs en alle openbare voorzieningen.

Hoe los je dat op in een cultuur van schaamte, hoe ga je met zo’n inktzwarte bladzij om? Eenvoudig, je maakt het tot heldendaden, je spreekt gezamenlijk af dat het zwart van die bladzijde feitelijk wit is, hagelwit. Wie dat wit niet ziet is een verrader. In de bewuste reportage leggen ‘helden van toen’ omstandig uit hoeveel mensen ze hoe hebben omgebracht, inclusief kleine, afzicht wekkende, demonstraties hoe dat dan ging. ‘We moesten de methode veranderen want de vloer lag onder het bloed en dat begon te stinken.’ Jaarlijks wordt op tv een film uitgezonden die een en ander nog eens onderstreept; helden, zonder hen was Indonesië niet geweest wat het nu is. Recent besloot de Indonesische marine een schip te vernoemen naar twee, wat nu zou heten terroristen, die een bomaanslag in Singapore pleegden waarbij een aantal doden en veel gewonden vielen. Singapore niet blij.

‘Tja’, zegt een kennis, ‘die Indonesiërs, het is een apart volk.’ Vast wel ja, maar niet aparter dan andere volkeren. In Nederland duurde het ook nogal voor de vaak gruwelijke feiten over die zogenaamde politionele acties gezien werden, de VS hadden ook een paar decennia nodig om te begrijpen dat Vietnam niet alleen een debacle maar vooral een vies vuile oorlog was. In Zuid-Afrika ken ik er genoeg die apartheid nog steeds bagatelliseren of zelfs schoonpraten en hoe is het in bijvoorbeeld Japan? Geschiedenis wordt geschreven door de overwinnaar, de schaamte toebedeeld aan de verliezer die dat overigens meestal niet accepteert. Blijft een onverwerkt verleden dat de weg naar morgen behoorlijk blokkeert.

In Groot Brittannië zien ze geen kans hun ministers van adequate informatie te voorzien lijkt het; het is tenminste de enig redelijke verklaring voor een minister die de gebeurtenissen in de Oekraïne de grootste crisis van deze eeuw noemt. Syrië, Congo, Sudan, om maar eens drie plaatsen uit een lange lijst te noemen, het is hem ontgaan. Of zou, de Oekraïne dichtbij, veel handelsbelangen, een snufje hernieuwde koude oorlog, uitbreiding invloedsferen… Neeeee.

Die intussen 14 miljard steun is oprecht van harte gegund maar hoe komt het dat die 1,5 miljard om Sudan voor hongersnood te behoeden maar niet bij elkaar komen? Ze weten het niet, dat is de redelijke verklaring. De echte verklaring is er natuurlijk een van onredelijkheid en erger. Later bedenken we wel iets om ons decennia lang uit de wind te houden. Malu.

Kleine waarnemingen leiden tot overdenkingen over (te) grote zaken waar ik nul directe en nietig weinig indirecte invloed op heb. Een oefening die maar soms, als het uiteindelijk terugvoert naar mezelf, zijn onzinnigheid verliest. Bijvoorbeeld als ik bedenk hoeveel bladzijden in mijn boek zijn opgeschilderd, wat ik negeer, wat ik pretendeer niet te weten omdat het comfortabeler is.

Veel liefs, Frank

 

 

 

 

contact

Lieve Allemaal,

Er kwam nog iets van geld uit de nalatenschap van mijn moeder en ik besloot de paden in mijn tuin, tot nu gewoon beton dat mossig en glad wordt, te laten ‘bekleden’ met kleine steentjes. Batu sikat, gekamde steentjes heet het. Een mooie oplossing, niet duur, kon precies. Wayan, de hulp van Frans, zou komen met een hele ploeg, de steentjes namen ze mee, ik moest zorgen voor zand en cement. Dat komt dan beneden aan de weg van de truck en moet hierheen gedragen worden. Normaal zijn een aantal dames in de weer om dat soort dingen te doen; dat voelt niet zo goed maar zo gaat dat nu eenmaal hier. Deze keer waren de dames niet beschikbaar en Pak Par had iets anders geregeld. Een mevrouw die hier vlakbij woont zou alles naar boven brengen. Die vrouw is een jaar of vijfenzeventig! Dat ze mijn moeder had kunnen zijn; net niet denk ik, maar het komt in de buurt. Daar ging ze. Emmer na emmer met zand op het hoofd, langzaam over de trap, door de lange steeg , leeggooien achter in de tuin. Zakken cement, 40 kilo per stuk, op het hoofd, zelfde weg. En geen opening het anders te regelen, ze was blij dat er werk was. Ik dacht een oplossing te hebben; ander werk aanbieden. ‘Misschien kunt u de tuin wel een beetje aan kant brengen, geen grote zaken, alleen maar een beetje netjes maken, dan zoek ik voor dat zand en zo wel iemand anders.’ De tuin wilde ze best doen. Morgen, dit werk liet ze zich even niet afnemen. Het ergste is nog dat ik een halve dag heb zitten hopen dat ze het alsjeblieft wat sneller deed, hoefde ik het niet meer aan te zien. Nee Frank, dat gaat niet snel, ze is over de zeventig, weet je nog?

Het is allemaal iets anders dan de vijf maanden die ik langer moet wachten op mijn pensioen na mijn vijfenzestigste. Ja, ik weet het, (nog) jongere mensen tot wel twee jaar. Verschrikkelijk….

Er was (weer) een ceremonie. Ik schreef het al, de buurman is overleden en daardoor is de plaats niet meer rein. Een dag lang zijn er offers gebracht, is er wierook gestookt en gebeden en nu kunnen we weer. Ik zeker want ik heb geluk; gezinsuitbreiding. Onder de overstekende punt van het dak wonen een stel vleermuizen. De dagen hangen ze als donkergekleurde vodjes in de nok, ’s avonds, als fatsoenlijke mensen slapen, zijn ze op stap. Nou, en dat is geluk. Elke Balinees wil wel vleermuizen onder zijn dak want ze brengen zegen aan het huis. Ik heb er wel tien. En ook nog dertig nieuwe goudvisjes maar of die geluk brengen is niet bekend.

Vanavond gegeten bij Ibu Putu die blij was dat ze die mensen beneden aan de weg, weggestuurd hebben. Moslims; maakten herrie, elke vrijdag en zo. Eigenlijk vindt ze dat die groep toeristen tegenover de warung, die vanavond luidruchtige muziek uitstortten over de omgeving, hetzelfde lot zou moeten treffen maar ja, dat zijn toeristen dus dat ligt wat moeilijk. Ik ben geen Balinees dus wat kan ik zeggen? Maar als ik dit schrijf is het de zoveelste avond op een rij dat trommels en zang van de tempel de kikkers overstemmen.

Toegegeven, er zijn dingen waar ik niet heel sterk in ben. Maar creatief denken, man, geweldig. Van de week moest ik naar de kliniek, longfoto laten maken. Ik hoestte al een paar weken en verstandige vrienden in Nederland adviseerden dat toch maar even te laten checken. Eerste kliniek hier in de buurt was geen succes. ‘Dan moet u naar Denpasar.’ ‘Maar buiten staat röntgen.’ ‘Dat apparaat is stuk!’ De toon vertelde me dat ik dat had moeten weten. En het consult kon ik bij de balie afrekenen. Nee dus. Elders lukte het wel, de volgende dag voor de uitslag. De nacht tevoren – de tijd dat minder begaafde geesten liggen te maffen – heb ik bedacht wat het zo allemaal kon zijn en ik vond wel wat mogelijkheden. Tegen vijven werd het tijd te bedenken of je heel slecht nieuws nou in een blog moet zetten of beter niet. Het blijkt (gewoon) bronchitis te zijn, verder alles goed. Maar toch hé, ik heb het maar wel allemaal bedacht. En je wordt er ook zo blij van.

1402webappWPresswinner-980x653John Stanmeyer, Winnaar World Press Photo.

Alsof er niet genoeg is om boos of verdrietig over te worden. Oeganda’s president AlsofMuseveni heeft een nieuwe wet, die homo’s het leven onmogelijk maakt, ondertekend. Amerikaanse ‘christenen’ dringen een Afrikaans land ertoe de, al draconische, koloniale wetten te verscherpen en dat land doet dat, ‘om de Afrikaanse cultuur te behouden’. Museveni beroept zich tevens op een ‘medisch rapport’ dat volgens de Mail & Guardian eerst door MP’s is ‘aangepast’ alvorens het aan de president werd aangeboden. De eerste gevolgen zijn al zichtbaar, er zijn doden gevallen en een krant is zo vriendelijk 200 top-homo’s, whatever that may be, te outen.

En nu? Ontwikkelingshulp stopzetten lees ik. En ik denk niet dat dat een goed idee is. Zeker, wat via de gestoorde, zelf verrijkende idioten die de regering vormen loopt moet je ogenblikkelijk stoppen. Je kan je afvragen hoe en waarom er ooit aan begonnen is  maar dat is wellicht een van de mysteries van de politiek. Evenals je je kunt afvragen waarom b.v. Janoekovitsj wel in het pulletje viel toen hij zich aan de EG wilde associëren terwijl ook toen bekend moet zijn geweest dat het een megalomane uitzuiger van het volk was. Zijn waarschijnlijke opvolgster staat al klaar en ook daar mag je vraagtekens zetten…

Stoppen met het op welke manier dan ook steunen van het soort regeringen dat er niet voor terugdeinst geluk van mensen te offeren op hun altaar van macht en inhaligheid. Stoppen waar nooit een begin had mogen zijn en, denk ik, eindelijk onze roze bril afzetten en inzien dat teveel zogenaamde leidslieden andere belangen op het oog hebben dan waar wij denken of hopen dat ze voor staan. Zie mijnheer Erdogan, die heeft telefoon.

Hulp onthouden aan hen die het werkelijk nodig hebben echter, is terugbetalen met dezelfde valse munt van menselijkheid ontkennen. Ja, gevreesd moet worden dat velen die hulp zullen ontvangen die wetgeving in b.v. Uganda van harte toejuichen. Dat schrijnt om een understatement te gebruiken, niet helpen doet meer zeer. Misleide mensen gaan misschien anders kijken als wij oprecht en betrokken contact maken, niet door ze te laten barsten. ‘Jij laat ons verrekken dus nu laten we jou ook in de stront zakken’ doet hen geen goed, het schaadt onszelf nog veel meer. Even denken aan die zachte krachten die zeker zullen winnen, in het eind.

Veel liefs, Frank

Reizen

Stel, je runt een filiaal van een grote winkelketen. Het ziet er niet goed uit; de voorraden zijn over de datum, er moet nodig geschilderd worden, het meeste personeel wil best maar wordt door allerlei formaliteiten gehinderd hun taak naar behoren te doen. De verkopen lijken op niets, de vaste klanten van toen mijden de toko als de p. Als je vraagt hoe dat komt heeft praktisch iedereen hetzelfde antwoord; het is omdat je hen, noch de klanten begrijpt en ze, vanuit je dikke leren directiestoel, de deur uit snauwt en grauwt. Nu wil de CEO op bezoek komen… Bisschop Eijk ziet dat pausbezoek liever even niet.

Lieve Allemaal

Op weg naar de supermarkt tref ik, letterlijk op het kruispunt van twee paadjes, een buurjongen die daar ‘jongkok’* in het gras zit. Hij ziet er verslagen en ontredderd uit. Gaat het?, vraag ik maar hij geeft geen antwoord. Nog een keer: ‘Gaat het wel?’ Doorlopen voelt niet goed, ik blijf staan en ga er uiteindelijk maar naast zitten, op dat kruispunt van twee paden. Wat mij niet lukt, lukt Zoef wel. Die snuffelt eens vriendelijk, kwispelt zijn staart en krijgt respons. ‘Niet ondeugend, niet gemeen?’, vraagt de jongen. ‘Nee, niet ondeugend, niet gemeen, een lieve hond is het. Wel een slechte waakhond, hij is aardig voor iedereen…’

‘Het zal voor jou wel niet makkelijk zijn, terug in het huis?’, zeg ik na een tijdje. Zijn vader is een week of drie geleden vrij plotseling overleden en de familie was een tijdje in het familiehuis verderop. ‘Ik moest even het huis uit’, klinkt het stuurs. Als hij weer spreekt is dat met: ‘Je moet verdriet niet laten zien’. ‘Was je bang dat je zou gaan huilen of zo?’, vraag ik. In zijn verontwaardigd ‘nee’ hoor ik dat hij liegt. ‘Je moet verdriet niet laten zien, dan krijgen de doden geen rust’, stoere toon. Ik laat het op me inwerken, verbaasd hoe verschillend mensen dingen kunnen zien. ‘En als je vader nu ergens is, zou hij dan niet weten dat je verdriet hebt, dat je hem mist? Hij hield toch van je, en jij van hem?’ Ik zie hem denken en dan, haast onmerkbaar, heel licht knikken.

‘Ik moet weer naar huis’, en hij staat op. ‘Dag, tot ziens.’ ‘Dag, tot ziens’, en ik ga verder, naar de supermarkt.

Op de motor onderweg, geen pretje meer, het verkeer was weer hopeloos. Wat prettig om dan toch nog een lichtpuntje tegen te komen. De politie! Ik ben zeker 6 uitgaande scholen gepasseerd en overal hetzelfde beeld; kinderen van een jaar of 12 die op een motor, zonder helm, de weg op wilden. Wat goed als de politie het gevaar dan onderkent. Vriendelijk hielpen ze de kinderen de weg op zodat ze niet direct dood gereden werden. Dag lieve kinderen, voorzichtig hoor, kom veilig thuis. De politie, een goede vriend.

Waar ben je geweest, vraagt de hulp. ‘In Kuta en Denpasar’, antwoord ik, ‘het was weer een puinhoop’. Ik denk er nog achter dat je in Kuta niet dood gevonden wilt worden maar die vertaalslag weet ik niet te maken, laat maar. ‘Kuta, wat een gedoe, waanzin verkeer, halfnaakte toeristen op motoren, het wordt steeds erger vind je niet?’ ‘Weet ik niet, ik ben er nooit geweest, wel in Gianyar – en Ubud.’ Kuta ligt veertig kilometer van hier, Gianyar vijftien en Ubud, ja, dat is 10 minuten lopen. Later komt ze erop terug. ‘Weet je, toen ik van school kwam heb ik zeven jaar gewerkt bij familie. Niet voor het salaris, dat kreeg ik niet, maar voor het eten, mijn ouders hadden het zo geregeld en ik was elke dag druk. Toen trouwen en de kinderen, ik ben eigenlijk nooit ergens geweest.’

Reizen, ik sprak een jonge vrouw hier die op reis is en een week in Cambodja was, een weekje in Thailand, twee weken Maleisië en nu twee weken Indonesië; ze had een hele lijst van landen die ze al ‘had gedaan’. Ik hoorde het jochie dat ik ooit zelf was; Ermelo, Kootwijk, Fachbach, Niederbreitbach, Rattenberg; als postzegels, verdraaid, ik dacht ermee te kunnen pronken… Waarom reizen we?

karo-e`fiopiya2

Voor me ligt ‘Before they pass away’** van Jimmy Nelson. (foto hierboven uit dat boek)  Een groot, prachtig uitgevoerd fotoboek met imponerende, vaak aangrijpende beelden en tekst over volken die dreigen te verdwijnen omdat ze het niet redden in moderne tijden. De schier onvoorstelbare diversiteit van onze wereld gaat eraan, alleen de westerse cultuur lijkt, voor nu althans, te overleven. Ik weet het, ook dat heet evolutie en toch… In elk van die volken is een schat aan kennis en wijsheid van generatie op generatie doorgegeven, moeten we niet proberen tenminste dat te behouden? Enige aanvulling en correctie op onze eigen cultuur is niet ongewenst. Misschien moeten wij, kinderen van een cultuur die dominant is, wat minder willen brengen en wat meer leren. Lang niet al onze ‘export producten’ dragen bij aan een betere wereld en het (vele) goede dat we te bieden hebben vindt zijn bestemming niet onder dwang. Reizen met respectvolle interesse zonder superioriteitsgevoel; veel mensen gaan daadwerkelijk zo en komen verrijkt weer thuis. Er is ook een groep die anders door de wereld jaagt en tegen het westen, hoe onweerstaanbaar dat ook blijft, een aversie kweekt en tegelijkertijd zichzelf veel ontzegt. Een land ‘doe’ je niet in een week, een ontmoeting creëer je niet door halfnaakt op een motor door Kuta te razen. En echt, er zijn gevallen bekend van mensen die twee of drie weken zonder McDonalds en zonder disco overleefd hebben.

Veel liefs, Frank

* Jongkok. Indonesiërs kunnen dat, op hun hurken zitten met de billen tegen de enkels, urenlang als het zo uitkomt.

** ‘Before they pass away’  Jimmy Nelson, uitgever teNeues Verlag GmbH + Co. KG, Kempen. ISBN 978-3-8327-9759-1

 

 

 

 

 

 

Zingeving

Als het nou om de sport gaat, ik bedoel dus sport, waarom houden we die olympische spelen dan niet elke vier jaar in Griekenland? Geen megalomane projecten, geen politici die zichzelf nog groter willen maken en en passant miljarden gemeenschapsgeld over de balk gooien, geen gedonder van wie wel en wie niet kan gaan en wanneer, geen olympisch comité dat zich de vermoeienis op de hals moet halen al die potentiële locaties af te reizen. Gewoon, de sporters van de wereld hebben een feestje op hun vaste stek, sport, vrij van politiek.

(En voor wat betreft de huidige problemen.., er wordt wel gesproken van Griekse beginselen, dus dat komt wel goed.)

Lieve Allemaal,

Dat met die oleh-oleh, cadeautjes, is gelukt en toen toch weer niet. Half Nederland afgezocht naar spijkerbroeken in kleine maten want die Balinezen zijn niet dik. Een 28 en een 29 en gevonden ook nog. Teveel bagage dus het een en ander over gedaan in zo’n see, buy, fly tas, van die gele van Schiphol, dan kon het in de hand mee. Op Singapore heeft iemand het see en fly letterlijk genomen, de tas was weg en kwam ook niet meer boven water. En in die tas, jawel, de oleh-oleh. Ik heb op Bali alsnog cadeautjes moeten kopen.

Om de antieke Boeddha in de woonkamer hangt opeens een heel mooi armbandje. Dikke, smaakvol gekleurde parels met kleine zilveren elementjes ertussen, niet echt denk ik, maar het staat de Boeddha goed. Dag Boeddha, hoe kom jij aan dat armbandje? De oplossing is ‘de hulp vragen’. Ze weet er inderdaad alles van. Het is een cadeau van een buurvrouw verderop en ze droeg het graag maar toen is de buurt gaan praten. Ze is te oud (jawel, ze is 40 of zo!) om zoiets te dragen. Ze wil zeker voor jong meisje doorgaan, meende de banjar, dus het kon niet meer. Wel jammer maar ja, en toen heeft ze het maar om Boeddha gehangen, staat leuk vind je niet? Met mijn legendarisch geduld vraag ik in hoofdletters ‘of dus de buren bepalen wat jij mag dragen?’. Het antwoord is een simpel ‘ja’. En dan word ik stil want ik zie ook wel dat er niet tegenaan te praten valt, het volk heeft immers gesproken…

Van daar naar de zin van het leven is maar een kleine stap. Eerder in de week had ik een gesprek daarover met een Balinees en voor hem kwam het een beetje op hetzelfde neer. Doen wat de priesters zeggen, de ceremonies en aanverwante artikelen en je naar de gemeenschap voegen in gedrag, kleding, enz. en voilá, je voldoet aan je bestemming. Ja, voegde hij er aan toe, natuurlijk moet je ook zorgen voor je bestaan, geld verdienen. Veel geld als het kan want dat verhoogt je status in de gemeenschap. In de pas blijven met anderen en zien dat je via de achterdeur van meer poen toch voorop loopt, zo hoor ik dat dan.

Voorop lopen is natuurlijk leuk en iemand moet per slot de eerste zijn maar waarom lopen zoveel mensen met van die gekke dingen op kop? Of eerder, zien we wel wat voor en wat achter is?

De wereldproblemen komen steeds pregnanter en schrijnender binnen en het is niet wel mogelijk in al die groteske ellende een of ander heilsplan te zien. De dubbele bodem die het geloof bood (vrij naar Godfried Bomans) is er veelal niet meer, zinloos ronddobberen en wat genieten van het al dan niet mooie weer kunnen we niet.                                           En dan komt een pseudo wetenschap die zich economie noemt en die neemt het wel eventjes over. Eenvoudig systeem; alles in euro’s of dollars berekenen en je weet waar je staat. Geestelijken met dollartekens in de ogen is een vaker vertoond fenomeen, als de dollartekens de rol van de geestelijke overnemen wordt het wel erg gek. Bedrijven houden ons in de gaten – mag, goed voor de omzet – voetballers worden verhandeld of ‘asset’ van een investeringsmaatschappij (FC Twente), voor de waarde van een mensenleven bestaan berekeningen. Overigens, ik ben wel beducht dat de prijs per land kan verschillen, het ligt er maar aan waar je geboren bent. Als lezer van deze blog ben je toch altijd nog wel een paar duizend euro waard, jonge levens in b.v. Bangladesh doen aanmerkelijk minder.

De eentonige mantra is economische groei, persoonlijke groei is hoogstens nog een aanduiding van een vettere bankrekening. Als je van dat soort simplisme het heil verwacht is visie, dat is zeker waar mijnheer Rutte, gelijk een olifant die het zicht belemmert. Maar er is iets mis met onze wereld als een 63-jarige met ‘pensioenangst’ zich tot een levenseindekliniek wendt met het verzoek om hulp, dan is er iets grondig mis.

Op de vorige blog kwam een geïrriteerde reactie. Dat met het economische systeem zit anders; ‘het heeft ons heel veel goeds gebracht, jammer dat ik het niet waardeer’. Tienduizenden doden vallen jaarlijks in de meest gruwelijke oorlogen, in de regel gevoerd om economische redenen. Miljoenen redden het niet door gebrek aan voedsel, medicijnen, noem maar op. Dan is kijken naar het kleine beetje goed, hoogst oneerlijk verdeeld, net zo belachelijk als vast te stellen ‘dat de treinen in een helse dictatuur mooi wel op tijd lopen’. Het is leuk dat iemand leest maar…

Ja, een aantal mensen op de wereld heeft er fors profijt van, ik reken mezelf daar nadrukkelijk onder. Maar het is wel een heel klein deel en;                                             ‘Wär ich nicht arm, wärst Du nicht reich’
(Bertolt Brecht).                                                 Het komt uit de lengte of de breedte.

De rijkste 1% van de wereldbevolking bezit 65 keer zoveel als de 3,5 miljard armste wereldbewoners gezamenlijk. De 85 allerrijksten hebben net zoveel in handen als die halve, arme wereldbevolking. Symptomen van een gruwelijk stinkend ziektebeeld. Sorry, met dank voor de reactie, geen rectificatie.

De lichtpuntjes zoeken.

De paus, weliswaar negatief gezegend met horken van afdelingschefs, stelt vast dat we allemaal broeders en zusters zijn, ongeacht geloof of wat dan ook. ***  Een mail aan en één van een vriend. Het gewoon zeggen; ik houd van je. ***  Een lieve vriendin op skype en een lang gesprek met ibu Putu. ***  Dennis, de achtjarige uit de blog van 6 december j.l. die het land zou worden uitgezet, mag blijven. De vermoeide staatssecretaris heeft zijn jurisdictie gebruikt. ***  En dat ik opstond vanmorgen en het gewoon weer mag proberen.

Wie een mens redt, redt de hele mensheid. Hopelijk verliezen ze dat ook in die levenseindekliniek niet uit het oog.

Veel liefs, Frank

Zaaien

 

“2013 was een vrolijk jaar voor beleggers. Terwijl de koopkracht van veel burgers daalt en de werkloosheid oploopt, zagen beleggers de koersen sinds maart 2009 met gemiddeld 100 procent stijgen. De 300 rijksten op deze wereld werden in het jaar 2013 samen driehonderdtachtig miljard euro rijker.” Aldus de kranten. Wat meer wil je weten over ons economisch systeem? Dat vijftig miljard euro ophoesten voor de olympische winterspelen geen probleem blijkt in een wereld, overvol van nood en zorg? Een verrot systeem dat tientallen miljoenen mensen in ellende stort maar verbazing erover is ongegrond; het wordt ruim ondersteund door domme bewondering voor statussymbolen en vooral door het bezit van veel geld als een kwaliteit te zien. Stupide en feitelijk zielig – want hoeveel heb je dan van het leven begrepen – is aanbidding van de centjes een ziekte die hard toeslaat. Tegen het eind van het jaar vlogen bij de verschillende loterijen in Nederland gigantische prijzen het land in met de begeleidende boodschap dat de ontvangers puur geluk in de schoot geworpen kregen. Toen in een dorp in Zeeland tientallen miljoenen euro’s landden, stond de bevolking te juichen op een wijze die het aanbreken van de wereldvrede suggereerde. Eindelijk geluk! Geluk? Ik zie een typefout. Rupsje nooit genoeg, een slijmerig creatuur, kruipt rond en zal nooit een vlinder worden.

Lieve Allemaal,

Het is vroeg in de morgen, gisteravond aangekomen uit Nederland, ik ben weer thuis. Slapen ging niet, van alles bleef malen in mijn kop. Er is veel gebeurd terwijl ik in Nederland was. Een nieuw jaar, we gaan er iets moois van maken zeiden we tegen elkaar, samen. Prachtige ontmoetingen maar met het jaar amper een week oud werd de kwetsbaarheid van leven pijnlijk snijdend en schrijnend in herinnering gebracht. Een vriend, een eminent mens en wijs denker, was zo maar, plotseling niet meer bij ons. De kleuren van dankbaarheid en verdriet vormen dan een wonderlijk mengsel. Tot in Bali kan ik zijn, soms aarzelend gesproken, weloverwogen woorden horen, in de toon klinkt liefde voor het leven en staat de mens centraal. Hij is er niet meer; met het vele dat door hem werd gezaaid, is dat maar zeer ten dele waar. Er samen een mooi jaar van maken sluit ook hem niet uit.

Oleh oleh. Neen, dat is geen Spaans maar gaat over cadeautjes die ik mee moest nemen naar huis. Thuiskomen zonder oleh oleh, een souvenir/cadeautje dus, is eenvoudig ‘not done’ in Indonesië. Het mag klein, onaanzienlijk, goedkoop en totaal onnuttig zijn, dat maakt niet uit, het gaat om de gedachte ‘ik ben je niet vergeten toen ik weg was’. Een gebruik te mooi om te negeren, maar ook een probleem want wat neem je mee? Ik vroeg Pak Par wat hij graag wilde maar daar antwoordde hij niet op. Malu  heet dat, verlegen of beschaamd. ‘Ik stuur straks wel een sms.’ En dat deed hij; een korte broek als het niet teveel gevraagd was. Een korte broek uit winters Nederland, lastig – duur – lastig. De chauffeur die me naar het vliegveld bracht raadde me op de terugweg even bij een supermarkt in Denpasar te stoppen. Daar hebben ze het wel en heel goedkoop. Dat wilde ik maar niet doen maar ik moest wel iets bedenken. En dan ook nog iets voor de hulp, voor Ibu Putu van het restaurantje en voor Wayan die bij Frans werkt. Als het klein blijft en van niet teveel gewicht, is het een plezierige verplichting. Kijk, ik ben weer thuis en ik ben jou niet vergeten. Misschien is het een flutcadeau maar ik heb aan je gedacht. Niet naar huis zonder oleh oleh, het zijn mijn vrienden.

Vrienden? Een dikke week terug was hier verderop een poging tot inbraak. De inbreker werd betrapt en vervolgens door een menigte in elkaar geramd, letterlijk. De politie wist niet veel te doen, tegen de meute konden ze niet op en waarschijnlijk wilden ze dat ook niet. Pak Par vertelde er vrolijk over toen ik gisteravond thuiskwam, ze hebben hun best gedaan, samen. Een volksgericht waarbij de zoon van Par zijn hand heeft verwond – niet denken aan het hoe –  en een oom in het ziekenhuis terecht kwam door alle opwinding en vervolgens, heel grappig hoor, wordt verpleegd op dezelfde kamer als de inbreker. Repercussies hoeft hij niet te vrezen; niet van de arm der wet en niet van de inbreker die zwaar hersenletsel heeft en het waarschijnlijk niet gaat halen. Beelden uit Alex, Zuid-Afrika, spoken weer door mijn kop. Het verkeer dat er in een bochtje omheen reed, mijn taxi die niet wilde stoppen en daar waarschijnlijk nog gelijk aan had ook, een mens die trap na trap kreeg en bloedend dood lag te gaan. Van god verlaten.

Pak Par heeft al een hele maand niet gewerkt, ceremonies weet je, godsdienst. Dienst aan god. De man van ‘hij die zonder zonden…’ is ook hier niet gehoord en god is ook hier het meest misbruikte en misdachte woord.

Uganda heeft draconische wetgeving klaarliggen om het diepste zijn van mensen aus te radieren, houden van wordt een misdrijf. Nigeria is verder, daar zijn zulke wetten er al door. En natuurlijk is er Rusland waar homo’s volgens tsaar Putin best welkom zijn. Even iets leuks zeggen voor de bühne en tegelijkertijd suggereren dat ‘ze’ niet van de kinderen afblijven. Weinig nieuws onder de zon. De haast komische bewering van een Engels raadslid dat de overstromingen daar te wijten zijn aan de instelling van het homohuwelijk maar even daargelaten – hoe zit het met die aardbevingen in Groningen? – niet zo heel lang geleden maakten Dame Margaret Thatcher en Ronald Reagan ook zo hun statements. Bibliotheken moesten geschoond van het soort filth dat feitelijk propaganda was om maar homo te ‘worden’, homo’s mochten de VS niet in. Nog steeds zijn zogenaamde leiders te stom voor woorden of wakkeren de wind van onverdraagzaamheid bewust aan voor eigen gewin. Kiest u maar, ik gok op het laatste. De gure wind van onverdraagzaamheid die uitgroeit tot de storm die oorlogen in gang zet.

Een 29jarige man, ‘verdacht homo te zijn’, werd in Uganda om die reden getrapt en geslagen tot de dood erop volgde. De gevangenis in of je wordt, met dank aan en hulp van dolgedraaide, zogenaamde christenen en moslims, gelyncht. In Iran hangen ze je gewoon op. Allemaal dienen ze god.., zeggen ze. Maar eerder is het angst voor dat wat ze in zichzelf herkennen en niet wensen te zien; geen mens is immers honderd procent hetero of homo. Bezorgdheid dat iemand door ‘propaganda’ overgehaald kan worden ‘dan maar lekker homo te worden’ – alsof dat leuker, makkelijker, rianter zou zijn als je maar wist dat het bestond – als simpelmans excuus om niet geconfronteerd te worden met hun diepste zelf. Iedereen kan houden van iemand van hetzelfde geslacht, gelijk ik dat kan van iemand van het andere. Gereserveerder in zijn uitingen is het er onmiskenbaar. Leef ermee en wees blij met de rijkdom lief te kunnen hebben.393x296

 

 

 

 

 

 

 

Zie die mens op de foto, kijk naar die blik en mis dat lullige regenboogvlaggetje niet want dat belichaamt zijn hoop. Zijn misdaad is dat hij houdt van een andere man, en misschien – aanvullende aanklacht – dat hij verlangt naar beter, en menselijk. Hoe kan je dat gezicht zien zonder mededogen en zelfs liefde te voelen? Kijkt de hangman in Iran zijn slachtoffers aan? Blikken rechters die mensen om hun zijn veroordelen de ‘verdachten’ in de ogen? Natuurlijk niet, (zelf)haat verblindt, ze zien niets, hoogstens het beeld van een zelfgebakken god. Maar wie het wel ziet, is verantwoordelijk. Natuurlijk weet ik dat we weinig kunnen doen. Die man van de foto leeft in Nigeria, als hij nog leeft. Ik woon in Bali. Maar waar ik zaaien kan mag ik het niet nalaten.

Weet ik veel met wie en met hoeveel man we naar die opening in Sotchi moeten, met de olympische gedachte hebben die spelen al heel lang niets te maken. Doe maar, ga maar als je dat leuk vindt. Na die vijftig miljard maken die kosten ook niet meer uit, de proporties zijn al lang zoek. Maar bespaar me het gewauwel over de gescheiden werelden van sport en politiek. Het is gewoon niet waar al zal dat excuus in 1936 ook wel gebruikt zijn. Neem het besluit om als mens te gaan. En misschien ga je dan wel niet.

Het nieuwe jaar, we gaan er iets moois van maken, samen. Ik kies ervoor te geloven dat we dat gaan doen. ‘Als morgen de wereld vergaat’, zei Maarten Luther, ‘zou ik vandaag nog een appelboompje planten’. De wereld vergaat niet dus laat ons hele wouden planten, het is hoog tijd.

Veel liefs, Frank

Ten eerste

Lieve Allemaal,

De laatste blog van dit jaar, en op het laatste moment. Ik had me voorgenomen in het vliegtuig naar Nederland te schrijven maar het kwam er niet van, vliegen is niet mijn favoriete bezigheid. In steeds kleinere stoeltjes, knieën naast de oren, karige maaltijden eten met mes en vork vanuit de elleboog, een filmpje kijken mét reclame – niet echt leuk. Voor mijn stoel, “uiterst gunstig aan het gangpad” moest ik twintig euro extra betalen, alleen stoelen achterin waren ‘gratis’. Ook mijnheer KLM let op de kleintjes. Bij mij kwam het woord gratis, ik had per slot al een fors bedrag betaald voor die ticket, niet heel goed aan. En de service, ach ja, de service… Soms zit het mee en soms zit het tegen. Deze keer nogal tegen, de steward had waarschijnlijk een opleiding kleuterleider achter de rug. En nog wel zo duur allemaal, ‘Nee, dan vroeger’, dacht ik, want opa-achtigen denken dat nog wel eens; vroeger. Vroeger is in dit verband meer dan dertig jaar terug, de eerste keer naar Indonesië. Het goedkoopste ticket, tweeëndertig uur onderweg met een stoptrein, was 2200 gulden. Met inflatie doorgerekend zou dat vandaag ongeveer 3000 euro moeten zijn, wat ik nu betaalde was iets meer dan een derde van dat bedrag. We willen veel dus kwantiteit gaat boven kwaliteit, en niet alleen met vliegen. Dat met de vermindering van de kwaliteit van producten, de kwaliteit van leven ook achteruit gaat.., ach, we hebben er dan wel heel veel van.

Nederland, nu mijn moeder er niet meer is, is het anders. Geen reden meer om van Schiphol direct naar Amersfoort te rijden, geen snel eerste bezoek om me, nog slaperig van het tijdsverschil, in blijheid te dompelen. Een spil waar eigenlijk elk verblijf in Nederland om draaide is er niet meer. Alles stroomt. En kerst hier vieren was mooi, voor oudjaar weet ik het minder. Gewoon een mensengemaakte, onzichtbare drempel en toch roept het bij mij altijd weemoed en een ietwat verdrietig gevoel op. Het onvermijdelijke terugkijken, veel zien wat mooi en goed was, ook wat wat mis ging of verloren komt pregnant in gedachten. Oudjaar, er geen drempel van maken maar een mijlpaal, een monument op mensenmaat van ‘tot hier zijn wij gekomen’. Ik ga mijn best doen.

Ik kwam de dag voor kerst in Nederland aan en bij de douane, in de winkeltjes op Schiphol en in de trein was iedereen zo aardig dat het opviel. Misschien ook een beetje door het contrast met de crew in het vliegtuig, maar meer omdat de kranten een beeld schetsen van een Nederland dat er niet geweldig uitziet. Teveel gemekker, teveel onzin maar bij alles dat Nederland beroerd, bij de golf van oorlog, ellende en onaangenaamheden die de wereld overspoelt, is het makkelijk te vergeten dat de meeste mensen graag goed en beter willen (zijn). De taal van intolerantie en onverdraagzaamheid is over de hele wereld dezelfde, het is meestal niet de taal die mensen onderling gebruiken.

Meestal niet, maar hoe in hemelsnaam wordt iemand die niets anders doet dan haat zaaien politicus van het jaar? Ik dacht dat politiek iets te maken had met (behoorlijk) bestuur maar het is dus een spelletje dat je kunt winnen met een grove bek, inhoud is van geen belang. De mogelijkheid dat er wel op inhoud is gelet wil ik maar niet overwegen. Hoewel haat en frustratie zo onderhand zijn oren uit moeten komen, denk ik dat het geknutsel aan een sticker van beledigingen een weloverwogen zet is. Politiek gewin zoeken ten koste van een ander. Het werd beloond met een ‘titel’, vanaf nu een behoorlijk besmette titel lijkt me zo. Politieke spelletjes, wat ben je eerst, mens of….

In Indonesië staat pluralisme onder druk. De meeste mensen onderschrijven nog steeds de uitspraak dat er één God is die vele namen heeft, een minister van ‘geloofszaken’ verklaart intussen dat hij ‘geen mensen wil dwingen om van geloofsrichting te veranderen, hij wil ze slechts informeren over het juiste geloof’. Een paar honderd shia’s leven in opvangkampen omdat ze Madura uitgejaagd zijn, het bouwen van een kerk wordt al moeilijker. Politici graaien er lekker op los en houden het volk bezig met onwezenlijke ‘problemen’ die helemaal geen problemen zijn, gebaseerd op een vermeende identiteit gaat verdraagzaamheid het putje in. Wat ben je eerst, mens of…

‘Wat ben je eerst, mens of ondernemer?’. Een retorische vraag, het antwoord lag meer dan voor de hand… dacht ik. We spraken over de fabricage van allerlei, van kleding tot elektronica, die in met name het verre oosten plaatsvindt en over de mijnen in Afrika. In hoeverre is het aan de opdrachtgevers oog en zorg te hebben voor de arbeidsomstandigheden bij hun leveranciers? media_xl_2018869Een fabriek die gewoon in elkaar stortte,

 

 

 

 

 

 

werkweken van tachtig uur of meer, ‘salarissen’ gelijk een slechte fooi, kinderarbeid en werkers die het niet meer aankunnen en hun eigen leven nemen. ‘Het is de taak van de ondernemer de winst te optimaliseren’, vindt R., ‘dan kun je je daar niet mee bezig houden.’ Bij alle moeite die R. zich getroost zijn kinderen tot verantwoordelijke leden van de maatschappij op te voeden, en daar werkt hij echt heel hard aan, vergeet hij dat een wereld waarin mens zijn op de tweede plaats komt onleefbaar is. Wat ben je eerst, mens of …….?

Voor het komende jaar wens ik mezelf en jullie allemaal dat we ons mens zijn voorop kunnen stellen, als ik mezelf een beetje wil kennen is begrip voor een ander inclusief. Als we onze woorden en daden kunnen laten samenvallen, wordt het een mooi jaar. En dat wens ik jullie van harte toe, een goed en gelukkig jaar.

Veel liefs, Frank

Licht

mandelahoughtonnightday1delwynverasamy08654

Speciaal buitenlanders vonden de reacties verwarrend. Waarom, vroeg journalist na journalist, dansen de mensen? Omdat dat is wat we doen als we gelukkig zijn, zeiden ze, het verscheiden van de gever neemt niets weg van de waarde van de gift. (voor het huis van Mandela in Houghton, Johannesburg, uit de Mail & Guardian)

Lieve Allemaal,

Van alle reacties die volgden op het overlijden van Mandela, vond ik die, die hem tot een heilige probeerden te verklaren, misschien wel het meest storend. Het lot van de waarlijk groten; maak ze nog groter en het wordt een onhaalbaar plan er zelfs maar aan te willen tippen. Noem ze een voorbeeld, een bron van inspiratie, een gigant tussen dwergen; de heiligenstatus maakt dat jij het mag doen met een slap aftreksel. Wie immers is een heilige? Het kleingeestig zoeken naar wat er fout ging in zo’n leven, de kranten komen er al mee, wordt dan, hoewel vaak geschreven met de bedoeling af te breken om zijn werk terzijde te kunnen schuiven, feitelijk een pleidooi tot navolging. Een mens, met alles wat bij mens zijn hoort, deed wat hij deed. Wie hem als een voorbeeld wil zien doet er goed aan zich te realiseren dat bij al het grote wat hij deed, hij mens was, met mogelijkheden én beperkingen, net als wij. Juist dat maakt hem imponerend en tegelijkertijd een wens tot navolging haalbaar. Ook al zijn het alleen ‘kleine’ dingen die op ons pad komen, nog steeds kunnen we groot zijn, in mijn omgeving ken ik legio voorbeelden die daarvan getuigen.

‘Zeg’, komt de hulp binnen, ‘dat is toch wel heel zielig voor K hé, verschrikkelijk’. Het zou voor me pleiten als ik dan zeg ‘Ja, het is heel erg’ of iets in die trant, en de roddel de weg versper. Dat geeft de rest van de dag dan wel veel te denken… ‘Wat is er zo zielig?’, vraag ik. En dan komt het verhaal. De dochter van K, niet getrouwd, is zes maanden zwanger, het is niet meer te verdoezelen, en nu is K’s naam, eigenlijk die van zijn hele familie, waardeloos geworden. K’s goede reputatie is aan gort zogezegd. Kasian K. (kasian = medelijden / zielig). Dochter wil niet zeggen wie de vader is – het zal wel een Amerikaan zijn of zo en die is natuurlijk alweer naar huis, denkt de buurt – het zou dus een kind worden zonder vader. Adu, kasian K.

Gelukkig heeft K er iets op gevonden, al zal het lang duren voor zijn aanzien in de gemeenschap weer een beetje op peil is; er is een kinderloos echtpaar in de familie en dochter is gisteren met de man van dat echtpaar getrouwd. Die zit dus even met twee vrouwen maar, als straks het kind geboren is heeft het tenminste een vader, niet zo schandelijk meer dus. Het echtpaar houdt het kind, er wordt weer gescheiden van de (tweede) vrouw, alles opgelost – min of meer. Wat vindt de dochter er allemaal van? Ik denk niet dat iemand dat gevraagd heeft of er zelfs over heeft nagedacht. Kasian dochter.

In Bali komt de meest afschuwelijke kerstverlichting weer uit de opslag, in de veronderstelling dat het belangrijk is voor die westerlingen willen winkels en restaurants er best in volgen. Vooral de kerstmenu’s zullen door het zakenleven gewaardeerd worden; meer geld voor minder. ‘Merry Christmas and Happy New Year’, wenst een ober me tijdens de lunch nu al toe. De rituelen van het westen, we begrijpen het niet echt maar als ze dat leuk vinden doen we gewoon mee. Plastic wensen, jazeker, en ik vraag me af in hoever ik me daar ook aan schuldig maak. Een goedbedoeld, maar wel obligaat emailtje dat een handgeschreven kaart of een persoonlijke wens, direct of per telefoon, vervangt; ik ga het maar eens niet doen. Met respect voor ieder die het anders doet, zoek ik liever vrede en verbondenheid met elk van jullie en wie dan ook in mijn wereld, in mijn hart. En als ik volgend weekend voor een week of twee naar Nederland ga zal ik een aantal van jullie ontmoeten. Een beetje werken, de kou overleven en mooie ontmoetingen, daar hoop ik op.

In Afrika zit iemand op een treinstation, zonder geld om naar huis te gaan voor kerst. Vuile kleren, geen zeep, geen eten, zijn studio is in gevaar want de huur is al een tijd niet betaald. En of ik kan helpen. Deze keer moest ik oprecht zeggen dat het niet kon, ooit zijn de centjes echt op. Tegelijk ben ik overtuigd dat de wereld naar de kloten gaat doordat we al te snel zeggen ‘het niet te kunnen’. Ontwikkelingshulp wordt niet beter gestructureerd maar gekort. Hulp aan de Filipijnen was op veel fora een vloek, we hebben het zelf al zo moeilijk en veel komt niet goed terecht. (Nonsens, maar zelfs als het waar zou zijn, als de helft aankomt zal je dubbel moeten geven. Betere smoes zoeken vriend.)                        

En nu weer een kerstboom, kerstcadeaus, kerstdiner én de sinterklaascadeaus op marktplaats zetten, allemaal kosten en we zijn ook nog eens heel erg druk.                       We kunnen veel meer dan we willen weten, om mijn gelijk te halen ben ik, koppig en stom, geneigd verder te gaan dan verantwoord. Deze keer even niet maar het blijft een rotgevoel dat het echt niet mogelijk was.                                                                                           ‘Wie het ziet is verantwoordelijk’, zei een vriend en zo is het, denk ik.                                 De ander laten stikken is geen optie. De grens aan mogelijkheden ligt meestal verder dan we denken al blijft het, gelukkig en uiteraard, aan ieder van ons voor zichzelf te bepalen of de grens van wat we individueel kunnen is bereikt. Dat we echter als land, een van de rijkste landen ter wereld, op dat punt zouden zitten gaat er bij mij niet in.                         Een voorbeeld en een bron van inspiratie, ik hoor het ze zeggen.                          Ontvangen en niet geven, in het licht gaan en niets reflecteren, dat deugt eenvoudig niet. Licht verspreiden waar je kunt, de hoop op beter bewaren, kan en mag je zonder gaan? En hoop, zei Vaclav Havel, is niet de gedachte dat iets goed uit zal pakken maar de zekerheid dat iets zin heeft, hoe het ook afloopt.

Het zijn overwegingen die, triest genoeg, in deze tijd van het jaar meer hun plaats lijken te hebben dan anders. Kerst komt eraan en dan kan het, alsof het niet de essentie zou moeten zijn van elke dag in het jaar. Tja, hij om wie kerst draait is natuurlijk al heel lang veel meer dan heilig verklaard… Kerst, het feest van de geboorte van het licht; buiten de zon en een pietsebeetje van de sterren, zijn wij echt de enige verlichting waar de schepping in heeft voorzien.

Lieve groet, Frank 

         

Selfie

 

Lieve Allemaal,

Het moest ooit gebeuren, we wisten het. Ik heb hem maar één keer gezien, van een afstand in de hal van een ziekenhuis, omgeven door lijfwachten die daar alleen maar konden zijn om al te enthousiaste blijken van affectie te voorkomen. Niemand in die hal wenste hem kwaad te doen, die fragiele, oude heer die de grote ruimte met gemak vulde. Respect en liefde waren voelbaar en zichtbaar. Grote, lompe mannen stonden met tranen in de ogen, dat ze dit mochten zien, iedereen was muisstil tot een dame op Afrikaanse wijze haar vreugde en bewondering uitte, toen barstte een kakafonie van blijheid los, Een bescheiden mens liep glimlachend en vriendelijk zwaaiend langs.

Uit het publieke leven was hij al weg, uit de harten van Zuid-Afrikanen en miljoenen op deze wereld kan hij niet verdwijnen, hij gaf hoop. In ons tijdsgewricht zijn er weinigen die zelfs maar in zijn schaduw kunnen staan, die zijn statuur evenaren. Terugkijken in dankbaarheid en aan het werk gaan met zijn erfenis, de beste manier om te zeggen; Dank u wel mijnheer Mandela, dank u wel Madiba.

Afrika, niet alleen door het bericht van vanmorgen denk ik er vaak aan. Dat de studio (voorlopig?) dicht is was het slechte nieuws eerder deze week en, hoewel ik er niets aan kan veranderen, het is verlies. Denkend aan mijn vrienden daar kwam ook C. weer in gedachten en ik besloot om, opnieuw, te proberen hem bellen. Deze keer lukte het. Via via had ik gehoord dat hij in het ziekenhuis lag maar hij was weer thuis, een slaperige stem nam de telefoon op. Wat zeg je dan? Dag, hoe gaat het? Inderdaad, zoiets, ik stuntel dan maar een beetje en probeer iets over de lijn te sturen dat zich niet in woorden laat vatten. En dan komt het; C. was hoorbaar ontroerd en vooral blij dat ik belde, we zwegen een flink aantal kwartjes en het was goed. God bless you zei hij voor hij ophing. En dat ontroerd mij dan weer.

Selfie; het Britse woord van het jaar! Het maakt die kans ook in Nederland en het komt in de Van Dale. Een selfie is een foto met de voorkant van je telefoon, van jezelf dus en die zet je dan op een social network. Zie je mij, hier sta ik. Misschien is het jaloezie omdat ik zelf niet goed uitkom op foto’s – nee, hoe het in real life is gaan we niet bespreken – maar eigenlijk hoop ik op juist wat minder selfie. De paus stelt dat een christen niet anders kan dan radicaal voor de armen zijn. Terecht, al kan dat niet alleen voor christenen gelden. Elk mens heeft boodschap aan de ‘revolutie van tederheid’ waar de paus voor pleit. Het kan niemand ontgaan dat het nogal urgent is.

Dennis, acht jaar geleden geboren in Nederland uit ouders uit Burundi, moet terug naar Afrika. Hij stond een aantal maanden niet onder toezicht van het Rijk en dat is wel vereist voor het kinderpardon. Moeder was uitgeprocedeerd dus Dennis uit de opvang, kinderen op straat gooien deden we toen nog gewoon. En nu voldoet hij niet aan de regels. Jammer dan. Protest van mensen die vinden dat dit niet kan maar de staatssecretaris wordt wat moe van al die ‘individuele gevallen’.

Omhooggevallen naar een van de hoogste posten van het land en de mens niet kunnen of willen zien… ‘Hoe weet je dat de dag begint’, vroeg de oude rabbi.’*

In Bali regende het, alweer. Stortregens, bakken vol, 100 mm in een paar uur. De tuin stond blank en de vijver liep over. Geen ramp hoor, het droogt wel weer op, maar er is wel iets met water. Zolang ik weet heb ik er problemen mee. Een soort Willem Alexander met z’n watermanagement maar dan omgekeerd. Het hebben van een zwembad, dat zijn 40.000 liters, is misschien ook wel de goden verzoeken. Maandagmorgen stond ik op en, ik moest drie keer kijken voor ik het geloofde, het zwembad was half leeg. Okay, ik roep het zo vaak, halfvol dan. Maar toch, duizenden liters weg. Dat had de hond niet opgedronken.

En ook stond de septic tank vol water. Daar komen geen aangename taferelen van. De euvelen zijn intussen opgelost. Vuiltje in de klep van de zwembadpomp, klep vast, water loopt terug in de reservetank, tank loopt over, water weg. Klep schoongemaakt, gaasje geplaatst zodat er geen vuil meer kan komen. En de septic tank; regentijd, teveel water in de grond, pompje eraan, overtollig water eruit, opgelost. Nee, ik geloof niet dat we hier het ene probleem met het andere op hadden kunnen lossen.

Het zijn de dingen waarvan ik geleerd heb me er geen zorgen over te maken. Nou ja, bijna niet.

Ron de glasblazer is voor een week of zo terug van Sumba. Hij werkt daar in een hotelproject om wat geld bij elkaar te sprokkelen, met het glas wil het niet. Een groot project; luxe villa’s, kamers en restaurants en zesduizend (!) kubieke meter aan zwembaden. Zes miljoen liter water, alleen om te zwemmen in een resort dat aan een bounty strand ligt. De paar reservoirs in de buurt gaan leeg voor het hotel, het slaan van nieuwe putten is mislukt, er is te weinig water. Dat is niet nieuw, de dorpelingen verderop moesten al een uur lopen om water te halen, het is alleen maar wat erger geworden. Wat er nog is, is vervuild en er moet verder gelopen worden voor een eerste levensbehoefte; voor water. Wat zullen ze blij zijn met dat toerisme.

Leen geen geld uit als je het ooit nog nodig gaat hebben. Die wijze raad heb ik wel onthouden maar als het dan niet terugkomt is het toch zaak even te praten. Dat gaat me niet makkelijk af. Het is mijn geld maar het voelt als zeuren en bedelen. (In Trouw lees ik dat de recessie jongere vrouwen en oudere mannen dommer maakt, vandaar misschien.) De relatie heel houden – geld kan uiteindelijk nooit een reden zijn die kapot te laten gaan – en toch duidelijk zijn. In Bali. Er zijn ook andere afspraken niet nagekomen maar, we willen geen gezichtsverlies. Ook dan moet het selfie aan de kant en toen viel het niet tegen. ‘Pak, als je vrienden hebt moet je daar wel voorzichtig mee zijn, vind je ook niet?’ Het kwartje viel gelijk. Het tussen de regels stoppen, de non-verbale kant in toom houden… Ik hoefde alleen nog maar de beschaamdheid weg te wuiven. ‘We vergeten allemaal wel eens wat’. Misschien, misschien  leer ik nog eens wat.

Lieve groet,  Frank

Een oude rabbi vroeg eens aan zijn leerlingen ‘Hoe kun je bepalen dat de nacht ten einde is en de dag begint?’

‘Is het ’t moment, dat je uit de verte een hond van een schaap kunt onderscheiden?’ Vroeg één van zijn leerlingen. ‘Neen’, antwoordde de rabbi.

‘Is het ’t moment, dat je van verre een dadelboom van een vijgenboom kunt onderscheiden?’ vroeg een andere leerling. ‘Neen’ zei de rabbi.

‘Maar wat dan?’ vroegen de leerlingen.’Het is’ zei de rabbi, ‘als je in het gezicht van een mens kunt kijken en daarin je zuster of broeder ziet. Tot dat moment is de nacht nog bij ons.’

Chassidisch verhaal.

Dansen

Vanaf het moment dat ik hoorde dat hij geveild ging worden wist ik; die is mijn. Ik gun mezelf toch al zo weinig. Alles anoniem geregeld natuurlijk, ik ben niet gek. Ik kon het gezeik al horen; ‘Kan dat geld niet beter besteed worden, wat moet je ermee, hoe dan met de ongelijkheid en ellende in de wereld, wat heeft de vinder ervan?’. Wel, ik heb aandelen in die toko en geloof me, het is goed voor ons allemaal!                                                      Hij ligt veilig in het nachtkastje, de wereld is helaas niet zo dat ik ermee naar de supermarkt kan maar ik heb ‘m. Alleen, ’s avonds onder de dekens, doe ik hem om en in het licht van mijn zaklantaarn zie ik 55 miljoen euro schittering en glans, het lijkt wel kerstmis. Het is mooi zo; licht brengen in duisternis, mijn centjes zijn goed besteed. De ‘Pink Star’, 59,6 karaat diamant, is van mij.                                                                        Wat nou, “ ‘t is wel roze “.

Lieve Allemaal,

Regen in Bali, het regenseizoen is nu wel van start, het regent al de hele dag en regelmatig komen forse buien over. De rijst van de sawah hiervoor is geoogst en ik hoop dat de ratten geen nieuwe behuizing gaan zoeken. Zij die vorige keer zo ongelukkig aan hun einde zijn gekomen zullen de collega’s wel niet gewaarschuwd hebben. Nu worden de eenden in de sawah losgelaten, een leuk gezicht en een gesnater waar je blij van wordt. ’s Avonds laten de kikkers, er moeten er duizenden zijn, van zich horen. Wel prettig zo, het piepje dat al weken in mijn oor zit hoor ik niet op die manier. Op de wand naast mijn schrijftafel zit een klein kikkertje geplakt met een ongelooflijk stemgeluid. Boomkikkertje? Hij/zij is niet bang, kijkt me aan met bolle ogen en kwaakt nog eens – het heeft een onderkin, dat wel. Zomaar een kwartier verdoen met naar dat beestje staren. ‘Gewoon evolutie’. Zal wel, geloof ik zo, maar het is wel een wonder.

IMG_1133

Met wat vals spel doet mijn tuin het verbazend goed. Een paar mooie, bloeiende struiken gekocht en dan lukt het prima. Ik tuinier als mijn vader – goede bedoelingen, weinig inzicht, gericht op snel resultaat – het heet erfelijk belast, of eigenlijk erfelijk gezegend.  Met het toeristenseizoen voorbij zijn de wegen wat minder vol hoewel altijd goed voor zweetmomentjes; een Balinees koopt zijn rijbewijs en heeft een hoogontwikkeld vermogen niet te zien wat hij niet wil zien. Wat meer wil je weten. Van de week even naar het ziekenhuis in Denpasar en dan ben ik om meer dan één reden blij weer veilig thuis te zijn. Kasih Ibu heet het ziekenhuis, dat betekent moederliefde. Met die liefde valt het wel mee, vrij veel boter bij de vis. Niets voor de doorsnee Balinees dus, maar het is een goed ziekenhuis. En de zorgwekkende scenario’s van het kliniekje hier in Ubud gingen van tafel; alles prima in orde; hart, nieren, longen en nog zo wat onderdelen gecheckt en alles is optimaal. ‘Uitstekende conditie voor 51 jaar’, zei de specialist. ‘Ik ben 61.’ ‘Oh, oh ja, ik zie het, nou prima dus.’ Aardige specialist máákt vergissing, patiënt toch blij. Hij had in Nederland, Groningen gestudeerd. ‘Mooi land, warme mensen, gastvrij, open…’  Hoe denken de buitenlandse studenten van vandaag erover?

Bij de tandarts, ook al zo’n luxe instelling met mooie meisjes achter de receptie, zachte muziek en wat te drinken als je moet wachten, liggen wat tijdschriften. Ik moet even wachten en kijk er een door. Zo’n heel dikke glossy, geheel en al gevuld met artikelen en advertenties over wat er zoal aan duurs en exclusiefs te halen is op Bali. Dat is veel, heel veel. Vooral in het zuiden, rond Kuta, moet je intussen struikelen over restaurants die elkaar in prijs en bijzonderheid proberen te overtreffen. Gerechten die niet veel meer honger stillen dan die naar status. Het wachten is op restaurants die leeuwerikentongetjes serveren, of koala-oortjes, ook bijzonder.

Ik lees over spa’s die echt goud en echte parels door hun zalfjes vermalen, facelift’s en liften voor elk ander lichaamsdeel aanbieden en botox spuiten waar je maar wilt. In twee of drie behandelingen 15 jaar jonger. (Wel in lijn met de website van iemand die ik ken uit Zuid-Afrika; haar site maakt duidelijk dat ouder worden gewoon een ziekte is, het hoeft helemaal niet als je haar supplementjes aanschaft.) Advertenties voor hotels waar gepoogd is gebrek aan smaak met veel geld te camoufleren, voor shops met prul en prots juwelen die het met carnaval best grappig zouden doen. Omdat ze ‘echt’ zijn kan mevrouw ermee lopen, laat u het prijskaartje er maar aan zitten. Veiligheidsrisico’s, dat weer wel.    Gelukkig excessen, in de eerste plaats zielig voor hen die zo nodig moeten, en toch vraag ik me af in hoeverre dit soort gedrag de wereld dichter naar het randje stuurt. Dansen op de vulkaan. Jezelf in proportie, als een deel van het geheel, blijven zien is misschien soms lastig maar wel voorwaarde om te functioneren. Tijdens de APEC, toen allerhande staatshoofden en regeringshotemetoten ingevlogen werden mocht er niet gevliegerd worden in Bali; een gevaar voor de luchtveiligheid. De rest van het jaar is het geen probleem.

Bali veranderd. Op een website lees ik dat ‘je je in Ubud twintig jaar terug waant in de tijd’, Sanur wordt omschreven als een rustig dorp, Kuta als een kustplaatsje. Het kan eigenlijk niet en toch is er maar één verklaring; die website is de laatste dertig jaar niet bijgewerkt. Natuurlijk gaan de meeste toeristen niet naar de ballententen zoals ik ze hierboven omschrijf maar het evenwicht raakt even zo goed wel zoek. Toeristen zijn altijd bevoorrecht geweest. Dat was in Noordwijk ook zo waar mensen in de zomer in het schuurtje gingen wonen om hun huis aan Duitsers te verhuren. Toeristen brengen geld en werkgelegenheid en, als het optimaal is, een andere blik op de wereld en misschien zelfs het begin van verbroedering. In dit deel van Bali hebben toeristen de winkel goeddeels overgenomen, Balinezen doen het werk, toerisme is de baas. Ceremonies nemen intussen in aantal en omvang steeds toe. Ibu Putu van het restaurantje bevestigde dat vanavond nog eens; ‘Ja, we doen nu beter ons best’. Op mijn vraag waarom had ze geen echt antwoord. ‘Gewoon.’ Frans ziet een mogelijk verband tussen die ceremonies en het toerisme. Hij heeft een punt lijkt me. Veel nieuws maar ook veel onbegrijpelijks komt op mensen af, veel zaken aantrekkelijk hoewel vaak met een ‘prijs’ die niet haalbaar of ongewenst is. Het leven verandert sneller dan ooit en is vaak verwarrend, de priesters zien hun greep verslappen. Vluchten in het vertrouwde en proberen de boel weer op orde te krijgen zijn logische reacties die, dat denk ik wel, ook in dit geval averechts zullen werken. Hoe het wel moet? Een bordje ‘alleen respectvolle toeristen’ aan de grens?

Ik heb net lekker gado gado gegeten bij Ibu Putu. Nee, daar is geen achtergrondmuziek, je kunt er niet loungen, ze accepteert geen creditcards en diët coke of cocktails doet ze niet aan. Geen happy hour, wel altijd blij. Ze komt bij je aan tafel zitten om te kwekken en je gaat zonder honger naar huis. Ze weten niet wat ze missen, die types in die patstenten.

Lieve groet,  Frank

Thuis

media_xl_1929042

 

 

 

 

 

 

 

 

Lieve Allemaal

Bali zat gisteren helemaal vast, uren file overal. De Mercedes club had zichzelf een pretje beloofd en scheurde in eindeloze rijen (veel te) dure auto’s over het eiland. Alles onder sirene gillende politiebegeleiding, alles is te koop en hier pikken de mensen zoiets nog. Ikzelf zat meer dan een uur vast, de mensen die nieuw groen voor de tuin kwamen brengen waren meer dan twee uur te laat. Het gevolg was dat ik zelf alles moest planten want de tuinman was al naar huis. Wel goed voor me, klopt. En zwetend in een snikheet Bali zakt dan mijn ergernis over een politie die maling heeft aan de kleine man en zich verhuurt aan wie wil betalen een beetje weg, eventjes.

Iran mag geen atoomwapens maken, terecht lijkt me, niemand zou die troep mogen fabriceren, laat staan ze mogen hebben. Dat afschrikkingsverhaal, de een kan de wereld honderd maal vernietigen, de ander wel honderdvijftig keer, moet bedacht zijn door zieke of inhalige geesten. Maar goed, Iran geen kernwapens. De onderhandelingen gaan tussen Iran en… een aantal landen die wél kernwapens hebben waaronder Frankrijk. Meneer Fabius die namens Frankrijk aanzit is minister van buitenlandse zaken van dat land. Tot 1974 ging Frankrijk, ondanks veroordelingen uit de hele wereld, door met atmosferische kernproeven en tot in 1995 met ondergrondse proeven; niet thuis natuurlijk maar in de ‘overzeese gebiedsdelen’ in de Stille Zuidzee. De statuur van Frankrijk, de prijs mocht een ander betalen. Ook nu nog kampen bewoners in het gebied van de proeven met een epidemie van ziektes; kanker en meer. Toen in 1985 protesten dik los kwamen en een vloot zou opstomen om de proeven te verhinderen besloot Frankrijk de Rainbow Warrior van Greenpeace in de haven van Auckland, Nieuw Zeeland, op te blazen. Er viel een dode, het schip was afgeschreven. Simpel terrorisme dus al kregen de twee daders die in Nieuw Zeeland veroordeeld werden later het Legion d’Honneur uitgereikt in Frankrijk. (Ik zou daar wel vergelijkingen kunnen maken.) Mitterrand was president in die dagen, Fabius eerste minister. Ondanks (gespeelde) verontwaardiging en stellige ontkenningen eerder kwam in 2005 uit dat de president expliciet toestemming had gegeven voor wat ze eufemistisch een operatie noemden.

Mijnheer Fabius meldde vandaag dat Iran meer moet doen en blokkeerde een akkoord. Hoe zou het nu komen dat het westen nogal eens als hypocriet wordt ervaren?

Ik moest in het noordoosten zijn en knoopte er gelijk maar een paar dagen aan de kust aan vast. De rit op de motor duurt een paar uur en heen en terug op dezelfde dag, ik had er geen zin in. De edelsmid, een echtpaar feitelijk, waar ik moest zijn ken ik al twintig jaar of langer en van een beginnend atelier toen zijn ze gegroeid tot een serieus bedrijf. Nooit laten ze na te herhalen dat het toen, toen ik zoveel werk voor ze had, echt begonnen is en nooit vergeet ik te herhalen dat het hun eigen werken is dat ze ver heeft gebracht. Het is fijn om te zien dat het goed gaat en dat hun medewerkers/sters ze op handen  dragen is een prima teken. Van de trouwringen van mijn ouders die ik ze eerder bracht, ik erfde ze van mijn moeder, hebben ze één nieuwe ring gemaakt en ik ben tevreden en geraakt. Goh Mam, nu draag ik het, een stukje thuis aan mijn vinger. We dronken uitgebreid thee, ik bestelde de vorm in zilver die ik nodig heb voor een opdracht, zij gingen aan het werk en ik reed door naar de kust. De rit alleen al is een fantastische belevenis. Een kronkelige kustweg, vaak hoog boven de zee, kleine dorpjes waar alleen de motorfietsen van een moderne tijd getuigen, de prauwen van de vissers op het strand zijn hoe ze al honderden jaren zijn. Mmm, misschien die blauwe plastic zeilen, misschien zijn die ook nieuw. In het hotelletje een simpele, nette kamer, vijf meter van de zee; het is stil, de meeste toeristen zijn naar huis. Na uren op de motor wil ik wel een massage en dat kan. Het kost 150.000 rupiah (10,–). Dat is voor Bali veel geld maar het is een goede massage, als herboren loop ik later langs het strand. En met iets van chagrijn. Niet vanwege het geld, op is op, maar omdat het weer geld in de pocket van een grote(re) jongen was. De masseur, hij moet op afroep beschikbaar zijn, krijgt 15.000 rupiah (€ 1,–)  per massage en de rest is voor de hotelhouder. Meestal doet de jongen zo’n drie a vier massages op een dag – en dan ben je kapot, geloof me – zo heeft hij een dagloon van maximaal 4 euro. De hotelhouder houdt er, ‘on the side’, bijna 40 euro per dag aan over. Veel toeristendingen hier – hotels, attracties, restaurants – zijn in handen van westerlingen, de zaken worden volgens westerse normen geregeld en de toerist is (meestal / soms) tevreden. Goed voor het toerisme maar is het ook goed voor de Balinezen? Afgezien dat allerlei hotelgroepen (Westin, Ritz Carlton, etc) maar doorgaan met giga hotels te bouwen die al te vaak het landschap aan gort helpen – er is een bouwstop maar met de juiste envelop op de juiste plaats is dat makkelijk te omzeilen – is het steeds het grote geld dat wint. Het zijn niet alleen westerse bedrijven, het is eerder een mondiale ziekte, maar ook hier steeds meer geld en macht in steeds minder handen. Overheden faciliteren of, een gunstiger geval, kijken verbijsterd wat er gebeurd.

‘A house is not a home’ schreef Burt Bacharach lang geleden, ik herinner me de uitvoering van de Anita Kerr Singers. Mijn huis is niet leeg en Bali is warm in meer dan één opzicht maar het is goed niet te vergeten dat thuis gevormd wordt door de ander. Dan is er thuis in een telefoongesprek, in een lieve email of gewoon in het ontmoeten van of denken aan hen die me dierbaar zijn. Een zoele avond, ik zit op het terras, de muziek komt uit Afrika, gedachten reizen, zeker rond deze tijd, makkelijk en ver, ook in her inneren is thuis. Afstand overbrugt door liefhebben, sneller dan het licht van hier naar Nederland, naar Afrika en, soms met een beetje tegenzin… weer terug. Mijn thuis is zo groot als ik het laat zijn, veel en veel groter dan het huis dat ik bewoon. Je bent wereldburger geworden zegt een goede vriend maar ik denk dat hij ongelijk heeft want zo, en niet anders, zijn we geboren. Dat ik wel eens moeite heb verder te kijken dan het doosje waarin ik het eerste levenslicht zag laat onverlet dat ik, manmade borders or not, een deel van het geheel ben; alles uit dezelfde bron. Willen kijken naar dat wat verbindt. Zij die telkens weer verschillen benadrukken en exploiteren zijn geen vredestichters, hun motivatie is dubieus en gevaarlijk. Als ik de kranten lees lijkt het of ik met die opinie tegen de stroom inga, als ik mijn vrienden – thuis – hoor weet ik dat we samen zijn. Het Drakensberg jongenskoor zingt intussen in het Afrikaans. Als het goed is en je klikt op deze link kun je meeluisteren.

04 Track 04 kopie

Lieve groet, Frank